Zijn mooiste moment? De Ronde van Vlaanderen winnen. Wat ervoor kwam, was ook mooi. De Omloop bijvoorbeeld. Of Dwars door Vlaanderen. Wat erna kwam, was ellende, door blessureleed. En een gedwongen afscheid. Vandaag is Nick Nuyens (37) sportief manager van Veranda’s Willems-Crelan, de ploeg die hij zelf uit de grond stampte.

We schrijven zondag 3 april 2011. Het zijn dolle laatste kilometers voor de aankomst in Meerbeke. Nick Nuyens, aka de Bom van Bevel, countert net op tijd topfavoriet Fabian Cancellara en wint Vlaanderens mooiste. De slimste won, zeggen analisten nadien. Doet er niet toe. Zijn finale droom is binnen. Met dank aan Bjarne Riis, toen ploegleider bij Saxo Bank, die hem het kopmanschap toevertrouwde na twee moeizame seizoenen bij Rabobank. “Riis heeft mij doen geloven dat ik de Ronde echt kon winnen”, aldus Nuyens.

Je dankte toen ook psycholoog Rudy Heylen die je van je angst om te braken had afgeholpen. Leg dat eens uit.

Die angst is iets van mijn kindertijd. En dat werd erger en erger. Als ik nog maar dacht aan braken, dan kreeg ik het al benauwd. Als je koerst, is dat een rem, want als je echt diep moet gaan, krijg je al eens braakneigingen. Rudy heeft me van die angst afgeholpen. Ik ben nooit zó diep gegaan als die dag. Op drie kilometer van de streep ging Cancellara. Chavanel volgde. Ik moest twee meter goedmaken. Dat waren de zwaarste meters van mijn carrière. Maar niets zou me tegenhouden. Dáár heb ik de Ronde gewonnen.

Is het studentenleven niet de beste manier om die angst te overwinnen?

Voor sommigen wel, ja. Ik heb het drinken nooit zo ver gedreven dat ik ervan moest braken. En ik zal dat ook nooit doen. (lacht)

Jij werd de academicus van het peloton genoemd omdat je een master in de communicatiewetenschappen op zak had. Voelde jij je ook zo?

O neen. Ik was wel een van de eersten met een universitair diploma in het peloton, vandaar waarschijnlijk. Oké, koersinzicht was een sterk punt van mij, maar dat heeft niets met een diploma te maken. Dat heb je of dat heb je niet. Uiteindelijk gaat het erom als snelste de meet te halen.

Kan de wielerwereld jou intellectueel bevredigen?

Het is een aparte wereld. (aarzelend) Een bizarre wereld soms. Waarschijnlijk door de vele ego’s. Als renner hoef je ook niet na te denken. Alles wordt voor jou geregeld. Misschien wou ik daarom wel altijd iets naast de koers, een afleiding. Ik wou ook de voeling met het echte leven niet verliezen. Eerst mijn studies, daarna de supermarkt (Nuyens kocht de Carrefour in Testelt, red.).

Heb je daardoor het zwarte gat kunnen ontlopen?

Dat heeft zeker geholpen. Ik wou goed voorbereid zijn. Ik wist die laatste jaren ook al dat ik een eigen team wou. Maar toch blijft dat bizar, stoppen. Van de ene dag op de andere wordt een streep door je leven getrokken. Alles verandert. Dat was ook voor mij even zoeken.

“Ik had nooit durven dromen van het palmares dat ik heb. Dan kan je niet bitter zijn.”

Je bent eind 2014 gestopt. Mis je het?

De fiets mis ik totaal niet. Pas enkele weken geleden heb ik voor het eerst weer wat getraind. Ik kon moeilijk onvoorbereid op het afscheid van Tom Boonen verschijnen. (lacht) Dat zal te maken hebben met de manier waarop ik ben gestopt. In 2012 brak ik mijn heup. Ik ben nadien nooit meer op niveau geraakt. Dat was frustrerend. Ik ben in die periode mijn goesting kwijtgeraakt. En dan was er nog die hartoperatie dat laatste jaar. Wat ik wel mis, is het gevoel van een overwinning. Ik heb al mooie dingen kunnen realiseren sindsdien. Een eigen team, de Napoleon Games Cup (criterium met tien wedstrijden, red.). Maar niets voelt zoals een overwinning. Dat piekt soms wel, meer en meer zelfs. Je beseft dat dat gevoel nooit meer terugkomt.

Opvallend: Garmin, je laatste team, wist al eerder dat er iets fout was met je hart. Speelden zij met je leven?

Zo ver zou ik niet gaan. Pedro Brugada, die mij opereerde, zei duidelijk dat dit niet levensbedreigend was. Ik vond dat wel frappant, ja. Zij hadden blijkbaar al herhaaldelijk hartritmestoornissen opgemerkt, maar zeiden nooit iets. Ook na mijn operatie hoorde ik niemand van de ploeg.

Was het niet bitter zo afscheid te moeten nemen?

Mja, ik had het liever anders gezien. Maar het wielrennen heeft mij zoveel moois gegeven. Ik had nooit durven dromen van het palmares dat ik heb. Dan kan je niet bitter zijn.

Ondervind je nog hinder van je hart?

Neen. Ik kan doen en laten wat ik wil. Dat is vaak iets erfelijks. Mijn vader is destijds ook moeten stoppen als amateur na een klein hartprobleem.

Waarom wou je nadien in de wielerwereld blijven?

Dit is mijn passie. Ik ken er ook iets van. Waarom zou ik dan iets anders doen?

Je team kent een bewogen start: tegenvallende resultaten, gespannen sfeer, kritiek op de kwaliteit van de fietsen. Heb je nog geen spijt?

O neen. Ik had mij de start anders voorgesteld, dat wel. En ik weet ook niet hoe dat allemaal komt. Maar als ik mij zomaar zou neerleggen bij een tegenslag, dan had ik de Ronde nooit gewonnen. Je moet ons ook wat tijd gunnen. We zijn pas dit jaar van start gegaan. We weten wat het doel is: een referentieploeg worden op procontinentaal niveau. Dat blijft het doel op termijn. Onze contracten lopen minstens drie jaar. Misschien halen we dat iets later dan verwacht, misschien ook niet. In sport kan alles snel veranderen. Maar wat je passie is, geef je niet snel op.

“Ik had mij de start van het team anders voorgesteld. Maar als ik mij zomaar zou neerleggen bij een tegenslag, dan had ik de Ronde nooit gewonnen.”

Weegt die kritiek op je?

Ik ben niet iemand die in een hoekje gaat wenen als hij kritiek krijgt. Ik probeer een oplossing te zoeken. En ik probeer het positieve te zien in wat nu gebeurt. Dat er veel over ons geschreven wordt, betekent dat ons project iets losmaakt. Maar oké, dit is niet leuk, dat geef ik zeker toe.

Wie was de belangrijkste figuur in je carrière?

Dat zijn mijn ouders. Als je als kind gaat voetballen, kan je naar het veld in het dorp en moet je een keer om de twee weken op verplaatsing spelen. Als wielrenner ga je overal koersen. En dat mocht ik ook. Ze reden mij overal naartoe. Twee keer per week, of zelfs drie keer als ik dat wou. Ik heb zelf ook kinderen (Sterre, Storm en Sting, 8, 7 en 6, red.), ik weet dat dat niet evident is. Mijn vader was ook mijn mentor. Als tiener kreeg ik klierkoorts. Ik kreeg net in die periode een aanbieding van een groot team. Hij hield me met mijn voetjes op de grond. Hij wou dat ik voor een kleiner team koos, dicht bij huis. Dat heb ik gedaan. Dat is uiteindelijk bepalend geweest voor mijn carrière.

We hebben nu nog niet over doping gepraat.

(lacht) Dat vind ik niet erg. Maar ook het omgekeerde vind ik niet erg: ik wil gerust over doping praten.

Kreeg jij het ooit aangeboden?

Neen. Ik ben altijd duidelijk geweest. Doping is niets voor mij. Ik zit zo niet in elkaar. (denkt even na) Wat niet wegneemt dat ik kan begrijpen dat iemand die stap zet. Ik vind het niet correct die mensen als misdadigers te bestempelen. Keihard straffen, ja. Schorsen, ja. Maar dat zijn toch geen criminelen? Ik zal een voorbeeld geven. Toen Moreni positief plaste, stapte heel onze ploeg (Cofidis, red.) uit de Tour. Onze manager wou dat zo. Renners van andere ploegen vroegen mij: ga je Moreni een proces aanspannen? Ik vond dat vreemd. Waarom zou ik dat doen? Ik had een goede band met hem. Ja, hij had een fout gemaakt. En hij werd ervoor gestraft. Maar dat maakt van hem geen misdadiger. Mensen maken keuzes, en soms zijn dat foute keuzes.

Het sportrapport van Nick Nuyens

Als kind was mijn idool …

Greg LeMond. En Johan Museeuw. Ik zag die twee graag bezig.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Roger Federer. Voor zijn palmares en de manier waarop hij zich gedraagt op en naast het veld.

Mijn mooiste sportmoment?

De Ronde van Vlaanderen winnen in 2011.

Mijn grootste ontgoocheling?

De Giro van 2005, mijn eerste grote ronde en moeten opgeven. En de Ronde van Vlaanderen van 2010: mijn eerste en enige opgave daar.

 

(foto belga)