Olivia Borlée maakte deel uit van het gouden estafetteteam op de Olympische Spelen in Peking. Daarna verdween de Brusselse atlete uit beeld. Tot vorig jaar. 2016 was opnieuw een opmerkelijk jaar voor de oudste Borlée, nu 31. Vlaggendraagster van het Belgisch team in Rio én een eigen modelabel waar ze hart en ziel in legt.

Neen, ze kan individueel niet het palmares voorleggen van haar broers Jonathan en Kevin. Maar olympisch goud, dat heeft ze als enige van de familie in haar schuif liggen. We schrijven Peking, augustus 2008. De finale van de 4×100 meter. Olivia is startloopster. Doet de sprint van haar leven. Kim Gevaert maakt het af. De Russische meisjes finishen weliswaar als eerste, maar worden later van de tabellen geschrapt. Doping. Dat was meteen ook het einde van het Belgische estafettesprookje dat eerder al tot brons op het WK leidde. Al hoefde dat niet het einde te zijn, stelt Olivia die met haar man in Ukkel woont. We hebben afspraak in een tearoom in de buurt. “Dat Kim zou stoppen met atletiek, wisten we. We hoefden niet aan te dringen. Maar de rest wou wel verder doen. De motivatie was er. Waarom geen jongeren inschakelen? Oké, je vervangt Kim niet zomaar. Maar wij geloofden wel dat een aanvaardbaar niveau mogelijk was. Helaas kregen we geen steun meer. Dat was een grote ontgoocheling.”

De jaren nadien verdween Olivia uit beeld. Mede door blessureleed. Londen 2012 haalde ze niet. Vorig jaar kwam ze weer bovendrijven. Ze kwalificeerde zich voor Rio op de 200 meter. En mocht er zelfs de Belgische vlag dragen op de openingsceremonie. “Ik vond dat een uitzonderlijke eer. Ik was zó fier. Ik heb zelfs gehuild. (lacht) Toen de vlam werd aangestoken. Je staat daar, tussen de grootste atleten ter wereld. En jij mag je land vertegenwoordigen. Dat betekent iets voor mij. Ik hou van België. Komt erbij dat ik van ver kwam. Ik heb hard moeten knokken om weer aan de top te komen.”

Heb jij een fragiel lichaam?

Ik hou er niet van dat te zeggen. Maar oké, ik heb tegenslag gekend. Die achillespees bijvoorbeeld. Ik hoop die gevoeligheid nu om te zetten in een kracht. Ik ken mijn lichaam beter dan ooit. Ik weet hoe diep ik kan gaan.

Is het wel verstandig om nu die omslag te maken naar de 400 meter?

Dat valt af te wachten. Voorlopig gaat dat goed. Nu, zó groot is de verandering ook weer niet. Ik combineer nu de 200 en de 400 meter, terwijl dat de voorbije jaren de 100 en de 200 meter was. Zie het als een nieuwe uitdaging. En ik wou altijd al eens mijn potentieel op die 400 meter kennen. Dat is een familietrekje. (lacht) Mijn ambitie is kwalificatie voor het WK deze zomer.

Dacht jij niet aan stoppen na de Spelen?

(knikt) Ik was er dertig toen. Dan denk je wel even na. Je hebt een mooie carrière achter de rug, maar je hebt ook moeilijke momenten meegemaakt, vooral door die blessures. De weg naar Rio was hard. Als dat dan lukt, maak je voor jezelf een evaluatie op. Ik héb getwijfeld. Maar de liefde was niet op. Dit zou te vroeg zijn om te stoppen.

Je hebt sinds vorig jaar een eigen modelabel, samen met Elodie Ouedraogo, 42|54, naar jullie tijd in Peking. Is dat je leven na de sport voorbereiden?

Klopt. Ik denk dat dat voor veel atleten een grote schrik is. Wat na de sport? Welk leven bouw je dan op? Mode was altijd een passie van mij. En ik wou graag nu al een uitdaging naast de atletiek. Vandaar.

“Atletes profileren zich veel te weinig als vrouwen. Je moet je durven onderscheiden.”

Modeblad Elle noemt 42|54 één van de tien booming Belgische labels.

Dat doet deugd. Dit project slorpt veel energie op. In alles wat ik doe, ben ik zeer ambitieus en veeleisend. Ook dat is een familietrekje. Elodie en ik stoppen veel van onszelf in ons label. Die stijl, dat is een weerspiegeling van hoe wij in het leven staan. Wij vinden het belangrijk onze vrouwelijke kant uit te spelen, ook op de piste. Al te veel atletes zien er identiek uit. Zelfde shirtje, zelfde kleuren, weinig make-up. Dat is saai. Atletes profileren zich veel te weinig als vrouwen. Je moet je durven onderscheiden. Een goed imago is belangrijk. Vrouwen zijn sterke wezens, en mogen dat ook uitstralen. Dat is onze boodschap.

Is het Nederlandse topmodel Doutzen Kroes eens niet gespot met 42|54?

(enthousiast) Ja, super, hé. Dat was amper enkele weken na de lancering. Zij was zelf naar boetiek Renaissance Antwerpen gegaan die onze kleren verkoopt. Elodie en ik schreeuwden het uit toen we dat hoorden. Betere reclame vind je niet. En gratis. (lacht) Jammer dat we daar niet bij waren.

Wou je als kind ook model worden?

Neen, toch niet. Ik denk dat ik daarvoor te timide ben. Atlete worden, dat was mijn droom. Net als mijn vader en moeder. Mijn moeder (Edith Demartelaere, red.) was top in België, mijn vader (Jacques Borlée, red.) nam zelfs deel aan de Spelen van Moskou. Ik wou in hun voetsporen treden.

Je startte wel pas met atletiek toen je zestien was. Wat was de trigger?

Dat klopt niet helemaal. Ik deed al aan atletiek toen ik elf was. Maar dat was saai op die leeftijd. Je wil andere dingen doen met je vriendinnen. Ik ben dan begonnen met theater. Dat lag me wel. Dat heeft me doen openbloeien. Als je voor een publiek optreedt, mag je niet timide zijn. Dat is een goede leerschool. Toen ik zestien was, wou ik weer actiever sporten. Kim Gevaert was de trigger. Zij pakte dat jaar twee keer zilver op het EK in Munchen.

“Ik voel me absoluut niet uitgeblust. Maar wat wil mijn omgeving, wat wil mijn man? Ik wil niet egoïstisch zijn.”

Toen je acht was, gingen je ouders uiteen. Had dat een grote impact op jou?

Ja, natuurlijk. Dat is voor elk kind zo. Dat was een moeilijke periode voor mij. Je bent boos. (zwijgt even) Maar ik praat daar niet graag over. Dat is iets persoonlijk. Ik wil privé en sport scheiden.

Jij bleef in België toen je moeder in 2005 naar Réunion (Frans eiland in de Indische Oceaan) verhuisde. Was dat een harde beslissing?

Neen, toch niet. Ik heb nooit overwogen om mee te verhuizen. Ik zou net beginnen studeren, architectuur in Brussel. De combinatie met atletiek bleek uiteindelijk wel niet haalbaar. Ik vind dat een probleem in België. Als topsporter word je te weinig ondersteund. Wij kennen geen echt topsportklimaat, al hoor ik wel dat het nu al beter is. Maar als je ziet hoe dat in Amerika of Australië aangepakt wordt, daar zijn sport en studie even belangrijk, dat is een wereld van verschil.

Waarom ging je niet in Amerika studeren?

Ik heb daaraan gedacht. Maar ik vond het niet opportuun meer. Ik vond het te laat. Als je hier een vriend hebt, als je hier je leven opgebouwd hebt, dan wil je dat niet opgeven. Maar wie in België niets verloren heeft, zou ik het absoluut aanraden. Nu, ik ben later wel opnieuw gaan studeren, fashion design. Ik hoef dus geen spijt te hebben.

Heb jij een langetermijnplan in het leven?

Neen. Ik heb natuurlijk nog dromen. Ik wil heel graag een gezin. Maar vraag me niet wanneer. Ik neem de dagen zoals die komen. Ik amuseer me nog steeds keihard in de atletiek. Ik geniet ervan met mijn vader (die ook haar coach is, red.) te werken, met mijn broers, met al die anderen. Ik voel me absoluut niet uitgeblust. Maar ik durf niet zeggen hoelang ik verder ga. Is dat één jaar? Of twee jaar? Blijft mijn lichaam eindelijk blessurevrij? En wat wil mijn omgeving, wat wil mijn man? Dat zijn allemaal factoren waarmee ik rekening zal houden. Ik wil niet egoïstisch zijn.

 

Het sportrapport van Olivia Borlée

Als kind was mijn idool …

Ik was vooral fan van The Spice Girls en The Backstreet Boys. (lacht)

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Roger Federer. Ik hou van de positieve boodschap die die man uitdraagt.

Mijn mooiste sportmoment?

De finale op de Spelen in Peking. Onbeschrijflijk, die emoties toen Kim de meet overschreed.

Mijn grootste ontgoocheling?

Ik kan niet één moment voor de geest halen. Neem het jaar 2011: dat was door blessures een heel zwaar jaar.