Paul Bekaert: “Ik ben een romantische advocaat”

205
"Toen Puigdemont naar Brussel vluchtte, wist ik dat er een telefoontje kon komen." (foto belga)

TIELT – Wie het voorbije jaar de naam Paul Bekaert nooit hoorde vallen, moet op een andere planeet geleefd hebben. Geen advocaat ging meer over de tong dan deze 69-jarige West-Vlaming. Dat heeft hij te danken aan zijn beroemde cliënt Carles Puigdemont, de voormalige Catalaanse leider. “Naar Spanje op reis gaan, zou niet opportuun zijn.”

Veel vakantie heeft hij niet, deze zomer. Twee weken Meetjesland, dat is het zowat. “De tijden zijn veranderd”, zegt hij. “Ik ben 44 jaar advocaat. Ik heb meegemaakt dat de rechtbank twee maanden verlof nam. Maar ik klaag niet. Ik ben niet geobsedeerd door verre reizen. Ik hou vooral van de stilte en de rust, zeker na een jaar als dit. En waar vind je dat beter dan in het Meetjesland?” Zijn vrouw schenkt de koffie in. Dat hij in een historisch pand zetelt, werp ik op. Hij lacht. “Ik ga u daarover álles vertellen als mijn echtgenote weg is. Zij is dat verhaal beu gehoord.”

Het kantoor (en de woning) van Paul Bekaert is gelegen in het centrum van het West-Vlaamse stadje Tielt. “Dit huis was eeuwenlang eigendom van Van Zandvoorde, een rijke textielfamilie uit Roeselare. Die was in de zestiende eeuw de godsdienststrubbelingen ontvlucht naar Nederland. Daar is Jan Van Zandvoorde getrouwd met de dochter van de burgemeester van Tielt. Rond 1600 keerden zij terug naar West-Vlaanderen. De familie is hier blijven wonen tot 1850. Later, in de Eerste Wereldoorlog, was deze woning het hoofdkwartier van het vierde Duitse leger. Zelfs keizer Wilhelm II was hier enkele keren op bezoek. Op zolder zie je nog sporen van oude telefoonverbindingen.”

Is geschiedenis uw uitlaatklep?

Absoluut. Geschiedenis fascineert mij, ook als advocaat. Ik ben geen technicus. Ik ben meer het romantische type, de filosofische advocaat. Ik breng graag verhalen. Lokale geschiedenis vind ik uiterst boeiend. Dat is de beste kapstok om het grote verhaal te brengen.

U zat het voorbije jaar voortdurend in het nieuws. Hebt u meer dan andere zomers nood aan rust?

Ik voel dat zo niet aan. Ja, ik heb stress gehad de voorbije maanden. Op een bepaald moment stond de wereldpers aan mijn deur. Maar ook dat gaat weer voorbij. Ik heb die stress niet als negatief ervaren. Ik heb geen nacht wakker gelegen van de Catalaanse crisis. Het voorbije jaar was vooral héél boeiend.

“Ik heb geen nacht wakker gelegen van de Catalaanse crisis. Het voorbije jaar was vooral héél boeiend.”

 

Toen de Spaanse regering Puigdemont wou arresteren, klopte hij op uw deur. Kwam die vraag onverwacht?

Neen. Minderheden en mensenrechten zijn mijn grote expertises. Ze kennen mij in Spanje zeer goed als de verdediger van de Basken en andere minderheden. Ik heb in het verleden met succes enkele uitleveringen verhinderd. Toen Puigdemont naar Brussel vluchtte, wist ik dat er een telefoontje kon komen.

Twijfelt u als die vraag komt?

Neen. Je kan dat niet weigeren. Dat is een buitenkans om voor de ogen van de hele wereld te pleiten over fundamentele rechten zoals vrijheid van meningsuiting en de parlementaire democratie. Een advocaat krijgt weinig dergelijke kansen. Maar ik had niet verwacht dat ik zo’n circus zou binnentreden. Ik werd op de duur de woordvoerder van Puigdemont. Dat was nooit de bedoeling.

Intussen verdedigt u een tweede omstreden Spanjaard, de rapper Valtonyc. Ook hij kan zijn land niet meer binnen.

De vrijheid van meningsuiting staat zwaar onder druk in Spanje. Het land is daarvoor al twee keer veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Veel kunstenaars zitten er in de gevangenis omwille van de zogenaamde muilkorfwet: alles wat dissident is, wordt verheerlijking van terrorisme genoemd. Ook met het koningshuis mag niet gelachen worden. Valtonyc heeft twee jaar cel gekregen voor majesteitsschennis, één jaar voor verheerlijking van terrorisme en zes maanden voor bedreigingen. Hij is vervolgens gevlucht naar ons land.

Voor Paul Bekaert?

Neen. (lacht) Maar hij is wel bij mij gekomen door de zaak-Puigdemont.

In één van zijn nummers wenst hij dat de bus van de Partido Popular ontploft. Is dat geen stap te ver?

Neen. Je mag dat niet ernstig nemen. Cultuurfilosoof Lieven De Cauter zegt dat ook. Je moet die Amerikaanse rapteksten eens bekijken: die gaan veel verder. In België is aanzetten tot geweld strafbaar, verheerlijking van terrorisme is dat niet. Ik lees in zijn teksten geen aanzet tot. Ik ben overigens geen grote fan van die teksten, hoor. Maar juridisch gezien kan het niet dat de vrijheid van meningsuiting dermate beperkt wordt. We zitten helaas in een tijdperk van terrorismeverdwazing. Ik zie dat ook in ons land. Men gaat de democratie verdedigen met ondemocratische maatregelen. Helaas heeft dat het omgekeerde effect: de democratie wordt afgebouwd.

Kan u dat concreet maken?

De hele terrorismewetgeving is een voorbeeld daarvan. Twee jonge mannen die vermoedelijk zouden gaan strijden in Tsjetsjenië, maar uiteindelijk niet verder gaan dan Turkije en terugkeren naar België, krijgen vijf jaar cel. Dat is erover. Het vermoeden van onschuld staat onder druk. Men gaat ook soepeler om met vormfouten. Dat een onderzoeksrechter een fout begaat, blijkt plots niet meer zo erg. Helaas lijkt de bevolking dat allemaal te slikken. De gevoeligheid voor democratische waarden neemt af. (zucht) Wie geen mening heeft, zal natuurlijk nooit in aanraking komen met de inperking van de vrijheid van mening.

U klinkt pessimistisch.

Dat ben ik ik ook. Ik stoor mij vooral aan de irrationaliteit van de mens. Je ziet weer wereldwijd dat mensen zonder nadenken sterke leiders nahollen. Zie Trump, zie Orban, zie Erdogan. Vaak druist het programma van die leider in tegen de belangen van die mensen, maar dat deert hen niet. De verheerlijking van De Wever in eigen land verontrust mij ook.

Terug naar Spanje. Zou u daar nog op reis kunnen?

Ik zou dat niet opportuun vinden. Men ziet mij daar niet zo graag. Ik sta er gekend als de ETA-advocaat (Baskische afscheidingsbeweging, red). Je had er eens de kranten moeten lezen toen ik de verdediging van Puigdemont op mij nam. Men schreef zelfs dat ik duizend euro per uur vroeg. Mijn medewerkster vroeg meteen opslag. (lacht)

Zou u er gevaar lopen?

Dat denk ik niet. Al moet je opletten daarmee. Als je geen problemen verwacht, krijg je problemen. En omgekeerd. Ik heb het meegemaakt in Palestina dat ik uit de rij geplukt werd voor een grondige ondervraging. Ik ga er ook niet meer terug. Hetzelfde geldt voor Spanje. In een land dat politici en kunstenaars opsluit omwille van een mening, is alles mogelijk.

“De verheerlijking van Bart De Wever in eigen land verontrust mij.”

 

U wordt 70 eind dit jaar. Denkt u aan stoppen?

Soms. Je begint te beseffen dat je niet zoveel tijd meer hebt in je leven. Maar ik doe mijn werk nog steeds met veel energie. De dag dat ik met lood in mijn schoenen naar kantoor kom, stop ik.

U hebt een opvolger met uw zoon Simon.

Hij zou mijn opvolger kunnen zijn, ja. Hij werkt ook in het kantoor. Maar hij is in de eerste plaats politicus. Hij is schepen in Tielt. Men zegt soms dat hij doet wat ik heb willen doen, maar nooit gedurfd heb.

Is dat zo?

Misschien. (zwijgt even) Ik ben een kind van de jaren zestig. Ik zat op kot in Leuven toen Mei 68 uitbrak. Ik liep op straat voor Leuven Vlaams, voor de mijnwerkers, tegen de Griekse kolonels, noem maar op. De klassieke partijen moesten niets weten van al die contestanten, én omgekeerd. Wou ik maatschappelijk engagement opnemen, dan was de advocatuur de beste richting. Ik heb geen spijt van die keuze, zeker niet. Ik denk dat ik door mijn strijd voor mensenrechten mijn steentje heb bijgedragen.