BRUSSEL – Woensdag leggen de vakbonden het land plat. De stakers richten hun pijlen op het beleid van de federale regering. Vicepremier Kris Peeters laat zich echter niet in de hoek duwen. “Geen akkoord is totale vrijheid”, waarschuwt hij. Het CD&V-boegbeeld blikt ook terug op de bewogen week van zijn partij.

We hebben afspraak op woensdag, één dag na de val van Joke Schauvliege. Vicepremier Kris Peeters, bevoegd voor Werk en Economie, ziet er wat aangeslagen uit. “Lijkt dat zo?”, vraagt hij. Het zou nochtans niet vreemd zijn. De 56-jarige Antwerpenaar kreeg de voorbije maanden, jaren zelfs, veel bagger over zich heen, net zoals Schauvliege. Of hij ooit dacht aan ontslag nemen? Peeters ontwijkt de vraag. “Een politicus moet kunnen relativeren én moet veerkracht hebben. Die twee eigenschappen zijn essentieel om te overleven in de politiek. De ene keer lukt mij dat beter dan de andere keer.” Hij praat bedachtzaam. Geen boude uitspraken vandaag. Zijn partij kan zich geen nieuwe uitschuiver veroorloven.

Wat hebt u de voorbije week geleerd?

Ik wil eerst zeggen dat ik veel respect heb voor Joke Schauvliege. Een ontslag is áltijd een pijnlijke zaak. Zij moet nu de tijd krijgen om te recupereren. En wat ik heb geleerd? Tja, het politieke leven is hard, soms té hard. U hebt de persconferentie gezien. Dat heeft duidelijk gemaakt dat politici ook mensen zijn. Enfin, ik hoop dat toch. Achter elke minister schuilt een mens met gevoelens, met een gezin, een familie. Dat wordt soms uit het oog verloren.

Een klimaatactiegroep maakte de gsm-nummers van ministers openbaar. Doelt u daarop?

(knikt) Daar is een grens overschreden. Men verwacht blijkbaar dat ministers bestand zijn tegen álles. Dat is niet zo. Die actie neigt zelfs naar stalking. Wie denkt dat een politicus zijn beleid gaat wijzigen als die persoonlijk bekogeld wordt met sms’en en e-mails, die neemt de politiek en het beleid niet serieus. Een politicus mág hard aangepakt worden. Kunnen incasseren, is deel van de job. Maar er zijn grenzen. Als de mensen daar eens goed over nadenken, dan kan dit verhaal toch iets positief opleveren.

Akkoord. Maar dat was niet de reden voor haar ontslag. Schauvliege had gelogen over de staatsveiligheid.

(kort) Ik ga niets zeggen over de inhoud.

Was zij een N-VA-minister, dan had ze geen ontslag moeten nemen, wordt gezegd.

Ontslag nemen of niet, is een persoonlijke keuze. Die vergelijking laat ik aan u over. Verder ga ik daar niets over zeggen.

“Er is een grens overschreden. Men verwacht dat ministers bestand zijn tegen álles. Dat is niet zo.”

Doet u nog graag aan politiek?

Ja, natuurlijk. Dit zijn boeiende tijden. Veel mensen worstelen met angst en zijn bezorgd over de toekomst. We moeten daarmee opletten. Een democratie kan bezwijken onder de angst, zei Obama eens. Hij heeft gelijk. Een politicus moet daarmee aan de slag. Je kan dat ofwel agressief doen. Dat wil zeggen: je wijst de ander aan als schuldige. Als de ander verdwijnt, zal ook de angst verdwijnen. Dat is onzin natuurlijk.

U zit nu in het migratiedebat.

Ook. Die zienswijze wordt op verschillende domeinen gehanteerd. Ik wil op een andere manier die angst wegnemen. Je moet ten eerste aantonen dat de politiek de problemen erkent, ernstig neemt én aanpakt. Ten tweede moet je samenwerken om tot een oplossing te komen. En ten derde moet je de mensen ook hoop geven.

Kan u dat toepassen op klimaat?

Ja. Het klimaat móet een grote zorg zijn. Maar ik ben geen pessimist. We kúnnen stappen vooruit zetten. Onder Joke Schauvliege hebben we dat ook gedaan. De lucht is gezonder dan in de jaren zeventig. Dat is natuurlijk niet alles. We moeten nóg inspanningen leveren, maar we moeten dat doen in overleg én rekening houdend met mensen in moeilijkheden. Het klimaat is zéér complexe materie. Wie meent dat dat makkelijk opgelost kan worden, zit fout.

Woensdag leggen de vakbonden het land plat uit protest tegen uw beleid. Wat vindt u daarvan?

Deze staking is een mislukking van het sociaal overleg. Ik heb u zonet mijn visie duidelijk gemaakt. Die geldt ook in het sociaaleconomisch debat. Deze regering hééft 259.000 jobs gecreëerd. De koopkracht ís verhoogd. De vennootschapsbelasting ís verlaagd. Dat zijn allemaal feiten. Is daarmee alles opgelost? Neen. Maar dat mag wel eens gezegd worden. Ten tweede moeten werkgevers en werknemers samenwerken. Hun visie hoeft niet tegengesteld te zijn: zij kunnen samen vooruitgaan.

De vakbonden vinden de loonmarge van 0,8 procent te weinig. Hebt u begrip daarvoor?

Ik vind dat zij de onderhandelingstafel te snel verlaten hebben. Ik heb dinsdag gesproken met werkgevers en werknemers, samen met de premier. Ik heb daaruit geleerd dat er nog mogelijkheden zijn. Ik hoop dat het overleg vanaf 14 februari opnieuw alle kansen krijgt. Ik zal daar als bemiddelaar alles aan doen.

“Arco? Dat is een gevaarlijke vraag. Elke keer ik daar uitspraak over doe, krijg ik bakken kritiek.”

Als vakbonden en werkgevers niet tot een loonakkoord komen, moet de regering de knoop doorhakken. Kan dat in lopende zaken?

Dat is de grote moeilijkheid. Een regering in lopende zaken kan geen loonnorm vastleggen zonder steun van het parlement. De vraag is of daar een meerderheid kan gevonden worden. Als de linkse partijen niet akkoord gaan, kunnen ze naar de Raad van State stappen, en omgekeerd. Dat is een reden te meer voor werkgevers en werknemers om tot een akkoord te komen. Als zij niet slagen, volgt totale vrijheid. Dan moeten sectoren zelf onderhandelen, zónder kader, zónder norm. Werknemers van zwakkere sectoren of kleinere bedrijven kunnen daar het slachtoffer van zijn.

Wat met de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen?

We hebben daarvoor de steun nodig van het parlement. Dat wordt moeilijk. Dat zal wellicht deze legislatuur niet meer lukken. Ik heb een gedetailleerde hervorming klaar, met een slimme degressiviteit, dat de ambitie heeft van een totale hertekening. Ik kom daar binnenkort mee naar buiten om het debat alvast mee richting te geven.

Quid Arco?

Dat is een gevaarlijke vraag. Elke keer ik daar uitspraak over doe, krijg ik bakken kritiek over me heen. Vanuit allerlei hoeken zeggen mensen mij: laat dat dossier toch vallen. De Arco-coöperant gelooft toch niet meer in een oplossing. Nu, dat is niet mijn overtuiging. Ik laat dit dossier niet rusten. Vorige zomer was er een akkoord binnen de regering. In december kregen we ook gelijk van het Europees Hof. Alleen zitten we nu met de beursgang van Belfius (wat daaraan gekoppeld is, red). We waren van plan vierhonderd miljoen euro daarvan te gebruiken om de coöperanten te vergoeden. Zal Belfius naar de beurs gaan? Dat is de eerste vraag. En twee: wat kan een regering in lopende zaken daarna doen?

De 800.000 coöperanten gaan hun geld dus niet terugzien?

(ontwijkend) Ik blijf ijveren voor een oplossing. Maar hoe minder ik daar publiek over zeg, hoe beter.

U verlaat straks de nationale politiek. Was u ontgoocheld toen de partij u vroeg om de Europese lijst te trekken?

Neen, dat is een eer voor mij. Ik mag in de voetsporen treden van mensen zoals Jean-Luc Dehaene en Marianne Thyssen. Ik heb die uitdaging graag aangenomen. Ik geloof rotsvast in het Europese project.

“Dit doet nadenken over opgezet spel”

Eerlijk: ik zie u niet meteen zetelen in dat parlement.

Waarom denkt u dat?

U hebt nog nooit in een parlement gezeteld.

Ik heb enkele dagen in het Vlaams parlement gezeten. (lacht) Laat me duidelijk zijn: dat is zeker mijn ambitie, maar vooral om vandaaruit de uitdagingen aan te pakken.

Als uw partij opnieuw moet kiezen tussen een eurocommissaris en een premier, wat zou u dan aanraden?

(lacht) Dat wordt een héél moeilijke keuze. Neen, serieus, ik kan daar nu niets zinnig over zeggen.

Was u verrast dat N-VA vorige maand Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel, voorstelde als kandidaat op haar Antwerpse lijst voor de Kamer?

Ja en neen. Ik wist dat de contacten tussen Freilich en Joods Actueel enerzijds en burgemeester Bart De Wever anderzijds zeer intens waren. Dat heeft ons parten gespeeld in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Was Freilich de man die u in een kwaad daglicht stelde met uw joodse kandidaten?

Mja. (aarzelend) Wat nu naar buiten komt, doet toch nadenken over opgezet spel. Was dat toen allemaal al doorgepraat met N-VA? Ik vraag me dat af. Ik heb verschillende keren mijn wenkbrauwen gefronst tijdens die campagne. En nu zie je dit gebeuren. Dan stel je je vragen. (even stil) Wij hebben geprobeerd een campagne te voeren boven de gordel. Anderen hanteerden andere tactieken. We zijn inderdaad niet beloond door de kiezer. Maar op lange termijn geloof ik nog altijd dat dat de beste strategie is.