In het shirt van Quick-Step Floors is Philippe Gilbert aan zijn vijftiende seizoen als profwielrenner begonnen. Een nieuw avontuur voor de 34-jarige Waal, die de voorbije vijf jaar voor het Amerikaanse BMC reed. De wereldkampioen van 2012 mikt hoog. Hij wil in het najaar van zijn carrière nog eens een monument winnen.

Philippe Gilbert groeide op in het Luikse dorpje Remouchamps, deelgemeente van Aywaille, aan de voet van La Redoute. In een gezin met vier kinderen: drie jongens en een meisje. Vader en moeder waren eenvoudige arbeiders. Koersliefhebbers ook. Kan moeilijk anders in een regio die koers uitademt. La Redoute, scherprechter in Luik-Bastenaken-Luik, alleen al. Of de vele wielertoeristen die hun huis passeerden. Ook oudere broer Christian koerste. Philippe kreeg zijn eerste echte fiets op zijn veertiende. En dat was liefde op het eerste gezicht. “Toen ik vijftien was, wist ik zeker: ik wou profwielrenner worden.” In 2003, hij was er geen 21, werd die droom werkelijkheid.

Was er een plan B?

(knikt) Verder studeren. Ik had tuinbouw gedaan in het middelbaar. Toen ik 18 was, wou ik me twee jaar volledig focussen op mijn sport. Een combinatie leek me niet mogelijk. Mocht het koersen dan niet lukken, dan zou ik opnieuw gaan studeren. Dat was het plan. (denkt even na) Ik hou ervan buiten te zijn. Ik zou waarschijnlijk tuinaanlegger geworden zijn. Of boswachter. Ik heb als kind altijd buiten gespeeld. Dat was mijn leven. Ook nu nog. Soms, als ik een trainingsritje doe, stop ik bovenop een berg en kijk ik naar het landschap. Dat is echt genieten. Dan besef je ook wat een mooie job je hebt. De natuur en reizen, dat zijn mijn twee grote passies buiten de koers.

Je woont sinds 2008 in Monaco. Heb je er een tuin om in te werken?

Iets kleins. Ik heb wat planten, en die groeien. (lacht) Maar er is weinig werk aan. Ik heb momenteel ook geen tijd om een tuin te onderhouden. Koersen is meer dan een voltijdse job. Als je in de tuin werkt, gebruik je andere spieren. Dat kan een impact hebben. Dat zou niet professioneel zijn.

Je woont daar met je vrouw Patricia en je twee zoontjes Alan (6) en Alexandre (3). Is het zwaar hen vaak te moeten missen?

Soms wel. (zwijgt even) Je mist al eens belangrijke momenten. Dat is hard. Een verjaardagsfeest. Of de eerste schooldag. Jij rijdt dan de Vuelta. Als je succes wil hebben, moet je veel opofferen. Maar dat is in elk vak zo, niet? Als je passie hebt in wat je doet, dan voel je dat gemis veel minder. En het besef dat dit maar tijdelijk is, helpt natuurlijk ook. Dit is niet voor de rest van mijn leven. Als ik thuis ben en tijd heb, wil ik er wel zijn voor hen. Ik ga al eens fietsen met mijn oudste zoon. Of hij talent heeft, kan ik nog niet zeggen. Maar hij heeft karakter. En dat is al de helft. (lacht)

Jij en je vrouw hebben ook twee adoptiekinderen via Plan België, Vanessa uit Bolivia en Adjo uit Togo. Weten zij hoe beroemd hun adoptievader is?

Daar vrees ik voor. (lacht) Bolivia en Togo zijn niet meteen wielerminnende landen. Zij weten wel dat ik profwielrenner ben, maar wat stellen zij zich daarbij voor? Ik weet het niet. We hebben jaarlijks één keer contact. Dan schrijven we brieven. Mijn kinderen maken dan iets, een tekening of zo.

Waarom wou je ambassadeur zijn voor Plan? Ik kan me voorstellen dat je veel aanvragen krijgt.

Omdat ik die organisatie voor de volle honderd procent vertrouw. Als je één euro schenkt, dan wordt die euro integraal besteed aan de kinderen en de gemeenschap waarin zij opgroeien. Dat is, spijtig genoeg, niet bij elk goed doel het geval. Ik vond het wel belangrijk mijn gezicht érgens aan te verlenen. Een wielrenner fietst niet alleen voor zichzelf. Je moet ook iets teruggeven aan de maatschappij.

Weet je al hoe je leven na de koers eruit zal zien?

Neen. Ik ben daar bewust niet te veel mee bezig. Ik weet ook niet hoe lang ik nog zal koersen. Echt niet. Ik doe het nog met volle goesting. Ik leef er nog honderd procent voor. Als die goesting er niet meer is, dan ga ik zelf de beslissing nemen te stoppen. Natuurlijk, als je 34 bent, besef je dat dat moment snel kan komen. Wat ik wel al weet, is dat ik dan meer van het leven zal genieten. Alleen al in Monaco is nog zoveel te zien en te doen. Let op: mijn levensstijl ga ik niet omgooien. Ik ga blijven sporten en ik ben ook niet van plan twintig kilo bij te komen. Mijn broer is veel dikker dan ik: ik zeg hem vaak dat hij dringend moet vermageren, dat dat niet mooi en niet gezond is. (lacht)

Verlangt je vrouw al naar die dag?

Mja. (twijfelt even) Waarschijnlijk wel. Al zal ik ook dan niet die brave huisvader zijn die elke avond zijn voetjes onder tafel steekt. Dat zou geen leven voor mij zijn. Natuurlijk, we denken daar wel eens aan. Dan maken we grote plannen. Dat we meer gaan reizen bijvoorbeeld. Ik besef dat dit ook voor haar niet altijd makkelijk is. Zij staat er vaak alleen voor.

Je beste seizoen was 2011. Je won dat jaar zowat alles wat je kon winnen. Was je blonde haarcoupe je geheim?

(lacht) Neen. Dat was een weddenschap met mijn kapper. Als ik Belgisch kampioen zou worden, dan zou zij mijn haar blond verven. En het gebeurde. Diezelfde avond nog. Ik vond het wel leuk. Wij hebben nu een weddenschap lopen onder de Belgen in het team. Al wie deelneemt aan de Giro, scheert zijn hoofd kaal. Ik ga het zeker doen. (lacht) Maar dat was niet mijn geheim. Ik was gewoon super dat jaar. En ik had het geluk dat Alejandro Valverde geschorst was. Onderschat dat niet. Die man is zo snel en zo slim. Die zit altijd in je wielen. Ik heb daar optimaal van geprofiteerd.

Maakte je een fout door eind 2011 Lotto in te ruilen voor BMC?

Die vraag krijg ik nog. Maar neen, ik denk echt van niet. Ik had veel keuze dat seizoen. Quick-Step was één ervan. Dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Ik verkoos BMC. Was dat een foute keuze? Ik denk het niet. Ik ben tenslotte wereldkampioen geworden in 2012. Ik heb de jaren daarna minder gewonnen, maar zou dat anders geweest zijn in een andere ploeg? Je kan dat moeilijk inschatten. Misschien wel. Of misschien ook niet. Ik heb ook veel opgestoken in die vijf seizoenen. De Amerikaanse mentaliteit alleen al. Dat was leuk om mee te maken.

Kan jij je topjaren nog herhalen?

Ik vrees dat mijn beste jaren achter mij liggen. Je moet realistisch zijn. Maar dat betekent niet dat ik geen mooie successen meer kan halen.

Als je nog één koers mag winnen, welke kies je?

Een grote klassieker die ik nog niet gewonnen heb. Blijven over: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ik rijd dit jaar Milaan en de Ronde, dus ik kies één van die twee. Voor de tweede keer Luik-Bastenaken-Luik winnen, zou natuurlijk ook prachtig zijn. Maar als je mij vraagt te kiezen, dan wil ik iets nieuws. Ik ben fier op mijn palmares, net omdat ik op zoveel verschillende terreinen overwinningen behaald heb: Parijs-Tours, een klassieker voor sprinters, Lombardije en Luik, klassiekers voor klimmers, ritten in de drie grote Ronden, het BK, het WK. Iets nieuws is altijd net iets specialer.

Wie is de belangrijkste figuur in je carrière?

Eddy Bielen. Als junior reed ik samen met zijn zoon Nico. Hij was toen manager van Frank Vandenbroucke. Hij zei me dat ik het talent had om een superrenner te worden, en dat hij mij zou helpen als ik dat wou. Dat is ook gebeurd. Hij heeft mijn eerste contracten geregeld. Dat vergeet ik niet.

 

Het sportrapport van Philippe Gilbert

Als kind was mijn idool …

Ik was fan van veel renners. (denkt lang na) Als je één naam wil, dan Michele Bartoli.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Eddy Merckx, dat is de grootste aller tijden.

Mijn mooiste sportmoment?

Wereldkampioen worden in 2012 in het Nederlandse Valkenburg.

Mijn grootste ontgoocheling?

Het wereldkampioenschap van 2010 in het Australische Geelong. Ik word er teruggepakt op amper 2,5 kilometer van de meet.

 

(foto belga)