MECHELEN Piet den Boer is een legende van KV Mechelen. Enkele dagen vóór de bekerfinale treedt de 61-jarige Rotterdammer nog eens naar buiten. Zijn verhaal begint in een lijkenput in Duitsland. Waar het eindigt, weet hij niet. Misschien in de politiek. Of toch als voorzitter van KVM.

Geluk: dat is de rode draad in zijn leven. Zegt hij zélf. “Ik heb het geluk gehad dat ik profvoetballer kon worden. Dat ik een carrière heb mogen uitbouwen bij Excelsior, KV Mechelen, Bordeaux en Caen. Dat ik daarna een carrière als bankier heb mogen uitbouwen bij ABN Amro. Dat ik vandaag kan doen wat ik graag doe. En vooral ook dat ik twee gezonde zonen heb, op wie ik ongelooflijk trots ben. Dat, mijn vriend, dát is geluk hebben. Weinig mensen kunnen dat zeggen, hoor. Ik besef dat.”

Wijt je het allemaal aan geluk?

Neen, natuurlijk niet. Maar twee cruciale zaken wel. Mijn vader overleefde ternauwernood de Duitse kampen. Hij heeft in een lijkenput gelegen. Dood verklaard. Ik heb dat pas na zijn échte dood geweten. Hij vertelde dat allemaal niet. Hij is uit die put kunnen kruipen en terug naar Nederland kunnen vluchten.

Was hij joods?

Neen. Hij was jong. De Duitsers hadden arbeiders nodig voor hun fabrieken. Dus ze pakten die op in Nederland. Na de oorlog ontmoette hij mijn moeder. Ze gingen samen varen op een boot. Wellicht was die even aan het wiebelen door een storm, toen ze toevallig op elkaar lagen. Negen maanden later was ik daar. (glimlacht) Dat is mijn verhaal. Is dat geen geluk? Mijn vader was havenarbeider. Die man heeft heel zijn leven keihard moeten knokken. Potverdorie, denk ik vaak, wat zitten wij dan te klagen. Zie mij hier zitten.

Heeft hij je carrière kunnen meemaken?

Jawel. Gelukkig maar. Mijn ouders zijn goed vijftien jaar geleden gestorven. Ze waren hevige fans, hoor. Ik was enig kind, hè. Op zijn sterfbed zei mijn vader iets héél ontroerends. (even stil) De treinreis na de Europese finale in Straatsburg was het mooiste moment van zijn leven, zei hij. Alle supporters kwamen hem feliciteren met zijn zoon. (even moeilijk) Dat doet iets, hoor. Als je dat hoort, breekt je hart.

“De politiek? De grootste ontgoocheling in mijn carrière. Maar ik wil niemand de schuld geven.”

Wat was het tweede geluk?

Die Europese finale. Ik scoor daar het enige doelpunt. Een kopbal. Raymond Goethals haalde mij na dat seizoen naar het grote Bordeaux waar Tigana en Lizarazu speelden. Ik word dertig jaar later nóg aangesproken over dat doelpunt. U bent hier ook. Was dat allemaal ook gebeurd, mocht die kopbal vijf centimeter meer naar links gegaan zijn? Neen. Dat is dus ook geluk.

Waarom wou jij voetballer worden?

Ik wou dat nooit. Dat is mij overkomen. Toen ik afstudeerde, begon ik als ambtenaar voor de stad Rotterdam. Ik werkte op de fiscale afdeling. Plots kwam daar een aanbieding van Mechelen, toen tweede klasse. Ik was 24 jaar en speelde voor Excelsior Rotterdam. John Cordier (toen voorzitter van KV, red) maakte grote indruk op mij. We spelen binnen de vijf jaar Europees, zei hij. Ik geloofde hem. Drie jaar later kwamen Aad De Mos en grote namen zoals Erwin Koeman en Graeme Rutjes. We waren vertrokken. Een beker, een titel en een Europese beker.

Je bent nooit opgeroepen voor Oranje. Is dat een gemis?

Ja, natuurlijk. Ik was vijfde spits voor het EK van 1988, na Bosman, Gullit, Kieft en Van Basten. Dat zijn geen kleine jongens, hè. Nu, ik lig daar ook niet wakker van. Weet u wat ik écht mis op mijn palmares? Een jaar Feyenoord. Had ik graag voor gespeeld. Dat was mijn club. Ik ben Rotterdammer, hè. Ik koos aanvankelijk voor Excelsior, omdat dat te combineren viel met mijn werk.

Wat doe jij vandaag in het leven?

Ik ben dit jaar gestopt als bankier. Ik doe wel nog pr-activiteiten voor de bank. Daarnaast doe ik vooral wat ik graag doe. Dat betekent veel bezig zijn met mijn Foundation (stichting voor sociale projecten, red). Ik engageer mij ook voor de G-sport (sporters met een handicap, red). Ik heb u uitgelegd waarom ik geluk heb in mijn leven. Ik vind het dan ook mijn morele plicht om iets te doen voor anderen. Maar ik ga niet ontkennen dat ik nóg een uitdaging zoek in mijn leven.

Was dat de politiek niet?

Jawel. Ik ging op de lijst staan van burgemeester Bart Somers (Open VLD). Als onafhankelijke. Ik was al verhuisd van Geel naar Mechelen. Maar blijkbaar moet een Nederlander zich ook laten registreren. Ik was al maanden campagne aan het voeren. Plots krijg ik dat te horen. Te laat dus.

Hoe is dat mogelijk?

Tja. (aarzelend) Een grote vergissing, hè. Ik vind dat ook onbegrijpelijk. Maar ik wil niemand de schuld geven. Ik was héél graag in de politiek gestapt. Ik kan mensen verzamelen, motiveren, stimuleren. Dat had ik ook graag in de politiek gedaan.

Ben je dan gaan stemmen op 14 oktober?

Neen. Ik heb tijd nodig gehad om die ontgoocheling te verwerken. Ik was héél teleurgesteld, hoor. (zie kader)

Voorzitter van KV Mechelen dan maar?

(lacht) Ik vind dat een lastige vraag. Ja, er zijn geruchten geweest. Ja, er zijn gesprekken geweest. Natuurlijk zou zoiets een eer zijn. Maar ik ga hier niet openlijk solliciteren voor die functie. De anderen moeten ook met mij willen samenwerken. En vandaag hangt alles natuurlijk af van operatie Propere Handen.

De voetbalbond meent dat KV Mechelen zwaar gestraft moet worden voor matchfixing en eist een nieuwe degradatie.

Ik ga eens heel saai antwoorden. Ik wil vooreerst het volledige onderzoek afwachten vooraleer uitspraken te doen. Het omgekeerde zou niet netjes zijn. Dat is de nuchtere Hollander in mij. Ik hoop dat alles alsnog goed afloopt voor Mechelen zodat de club haar mooie en warme uitstraling kan behouden. Want dat lijkt vandaag in gevaar te komen.

Woensdag is er dan die bekerfinale tegen AA Gent. Wat denk jij daarvan?

Ik ga zeker kijken. Voor de spelers en de supporters wordt dat een uniek moment. Zij moeten gewoon genieten. Ik denk ook dat Mechelen 45 procent kans maakt. Maar de beker gaat voorbij. De uitspraak van het onderzoek is veel belangrijker. Dat gaat over de toekomst van de club.

Sportrapport

Mijn mooiste sportmoment?

Voorop staat de Europese finale met Mechelen tegen Ajax. Dat was in 1988 in Straatsburg. We winnen met 1-0. Ik scoor dat doelpunt. Dat is uitzonderlijk. Maar eerlijk? Dat de grote Raymond Goethals mij nadien vroeg om naar Bordeaux te verhuizen, dat was evenzeer uniek, hoor.

Mijn grootste ontgoocheling?

Ik ga de politiek noemen. Dat was de grootste ontgoocheling uit mijn professionele carrière. Ik was daar met ambitie en ideeën aan begonnen. De volgende keer doe ik écht mee. (glimlacht)