De Zondag trekt ten strijde tegen de verzuring en reikt daarom elke week een pluim uit. Niet zagen, maar liefde vragen. Of toch zoiets. De pluim van deze week is voor Filip Watteeuw (Groen), schepen van Mobiliteit in Gent.

Eerst dit. Voor een grondige evaluatie van het beruchte mobiliteitsplan in Gent is het te vroeg. Dat trad maandag in werking, in volle Paasvakantie, en dan scheuren er sowieso minder wagens over onze wegen. Waarschijnlijk volgen meer klachten eens de vakantie voorbij is. Mogelijk ook van mezelf. Ik kom graag in Gent, en kom meestal met de wagen. De treinverbindingen vanuit het West-Vlaamse achterland staan nog niet op punt. Dat geheel ter zijde.

De pluim dus. Die is voor Filip Watteeuw, de vader van het mobiliteitsplan. Ook wel bekend als ‘die pipo’ sinds dat interview van Herman Brusselmans in deze krant. Sta me toe even de loftrompet boven te halen voor die pipo. Die man heeft ballen aan zijn lijf, zeg. Al jarenlang struikelen Gentse schepenen over dit heikele domein. En ‘heikel’ is een eufemisme. Je moet eens de dreigbrieven opvragen die Watteeuw de voorbije jaren mocht ontvangen. Maar Watteeuw laat zich niet leiden door electorale angsten. Hij voert zijn ideeën uit, weerlegt tussendoor alle kritieken en laat het volgend jaar aan de kiezer om de evaluatie te maken. Zo hoort het in een democratie. Helaas zien we al te vaak het omgekeerde. Veel politici toetsen maatregelen eerst af aan het stemmenverlies dat mogelijk volgt. Het pensioen- en klimaatbeleid zijn schoolvoorbeelden daarvan. Bruno Tobback zei ooit: ‘Ik weet wat ik moet doen, maar ik weet niet of ik dan nog verkozen geraak’. Dat zegt alles.

Veel politici hebben de mond vol van de kracht van verandering, en ik doel heus niet alleen op N-VA’ers, maar blijven in de daden steken op lauwe compromissen. Niet zo Watteeuw dus. Vandaar deze pluim. Voor een beleid dat getuigt van idealisme en daadkracht. Voor een politicus die durft. Voor een pipo met kloten aan zijn lijf, zoals Brusselmans zou schrijven.