De Zondag trekt ten strijde tegen de verzuring en reikt daarom elke week een pluim uit. Niet zagen, maar liefde vragen. Of toch zoiets. De pluim van deze week is voor Nele Lijnen, federaal parlementslid voor Open VLD.

Een ballonnetje lanceren, dat onmiddellijk weer nuanceren, en tegen het eind van de week dat zelf helemaal doorprikken. Klinkt bekend in de oren? De beste oppositie tegen een idee is al eens een gedegen interview met de aandrager van dat idee. Gelukkig doen niet alle politici op dezelfde manier aan politiek. In haastige tijden is tijd nemen een schone deugd. Nele Lijnen doet dat. Zij bepleit al jaren een basisinkomen voor iedereen. Geen ballonnetje dus dat ze voor electoraal gewin lanceert. Ze schreef er ook een boek over, onder de wat euforische titel Win for Life. Waarmee ze niet alleen zichzelf tijd gegeven heeft om na te denken, maar ook tijd geeft aan anderen om het idee ernstig onder de loep te nemen.

Zeker in tijden dat robotten mensen overbodig maken op de arbeidsmarkt, is een basisinkomen een prikkelend idee. Weinigen ontkennen dat. Iedereen zonder voorwaarden een som geld geven om te leven. Wie meer wil, kan gaan werken. Mooi, toch? En wie weet, hét tovermiddel tegen armoede? Tegenstanders twijfelen aan de betaalbaarheid, ook al worden uitkeringen en pensioenen geschrapt. Een ander tegenargument: wie zal nog gaan werken? En wie niet werkt, vervalt die niet in isolatie? Ook iets om over na te denken. Toch groeit het aantal voorstanders. In Finland wordt een experiment opgezet, in Nederland is het ook stof tot debat.

In eigen land is Roland Duchâtelet groot voorstander. Op zich al opvallend: Duchâtelet is een steenrijke zakenman en niet bepaald een linkse rakker. Toont meteen aan dat dit idee moeilijk in een links-rechtshoek te drummen is. Nele Lijnen maakte deel uit van zijn politiek project Vivant, dat later opgeslorpt werd door Open VLD. Vandaag is Lijnen federaal parlementslid voor de liberalen. Dat weinig partijgenoten echt gewonnen zijn voor een basisinkomen, hoeft niet te verbazen. Dat de partij een parlementslid wel de ruimte geeft om een idee gedegen uit te werken, is wel knap. Meer van dat. Vandaar deze pluim.