Momenteel doorkruist Raymond van het Groenewoud het land om veertig jaar ‘Meisjes’ te vieren. In zijn carrière heeft hij zo’n groot repertoire bij elkaar geschreven dat hij elke avond een andere setlist kan opstellen. De man die zowat eigenhandig de Vlaamse rock’-n-roll uitvond, praat bedachtzaam maar met veel overgave. “Sorry, maar ik heb de neiging om af te wijken van de vraag,” zegt hij op voorhand. Dat blijkt achteraf goed mee te vallen.

(door Henk Malyster)

Naast talent en geluk, zijn ook koppigheid en doorzettingsvermogen nodig om een carrière van veertig jaar uit te bouwen. Of zie ik dat verkeerd?

Het begin is het moeilijkste. Ik wilde eigen liedjes maken; over vrouwen zingen een een beetje een deugniet zijn. Zoals Chuck Berry, maar dan op mijn manier. Die eigenheid werkt tegen je tot op een bepaald punt dat het publiek begint te applaudisseren omwille van je ijdelheid, wacht, ik bedoel eigenheid. (lacht) Het is een speciaal gevoel wanneer dat kantelmoment zich aandient. In het begin hebben mensen die het vanop een afstand bekeken met hun hoofd geschud omdat het succes met de grote ‘S’ uitbleef. Toen de platenverkoop dan toch op gang kwam, waren ze de eersten om te zeggen dat ze altijd wel gedacht hadden dat het zou lukken. Ik heb gelukkig ook steun gehad van mensen die oprecht in me geloofden.

rvhg_hoesWat is de rode draad doorheen jouw carrière?

Mijn eigen koers volgen. Het is een gevecht geweest om vol te houden, al kan ik daar nu met plezier op terug blikken omdat die strijd achter de rug is. De opwinding van muziek spelen en maken is gelukkig gebleven. Een andere rode draad is dat het voor mij altijd om het lied draait. De vuistregel blijft, als je het alleen op gitaar of piano kan spelen, dan zit het goed. Ik vind sommige muziek fantastisch, maar als je aandachtig luistert, blijft die vooral overeind dankzij de groove of het vakmanschap van de muzikanten. Dat is niet erg, maar het is geen liedje.

Jonge artiesten verkiezen nog steeds het Engels boven het Nederlands. Hebben ze ongelijk?

Dat moeten ze zelf beslissen. Ik vind het alleszins fijn dat een aantal groepen muziek maken in hun streektaal. Toegegeven, in het Engels heb je een ongelofelijke schat aan woorden met één of twee lettergrepen. Dat heb je veel minder in het Nederlands. Maar je kan wel degelijk onze taal laten harmoniëren en beweeglijkheid geven. Ik wilde geen tweederangs Engels schrijven. Met excuses voor mijn collega’s, maar we beheersen die taal niet zoals een Amerikaan of een Brit.

Jouw zoon Leander speelt mee met jou. Geef je veel vaderlijk advies?

Ik heb hem eens aangegeven dat ik een zekere scherpte verwacht tijdens concerten. Dat heb ik als werkgever gezegd, niet als vader. (lacht) Hij weet nu ook dat het artiestenbestaan niet makkelijk is. Mijn vader leefde van zijn muziek en was daarin een beetje een slaaf. Dat heeft me in zekere zin gevormd. Ik ben indertijd bij mijn vader in de leer geweest en daar ben ik dankbaar voor. Al was het maar dat ik daarom niet in een fabriek moest werken. Toen ik later Johan Verminnen begeleidde, heb ik voor mezelf ontdekt wat ik wou. Leander zal ook zijn eigen weg vinden.

Zegt hoe een muzikant speelt, iets over hoe hij is?

In de romantische zin is het antwoord meteen positief. Diepgang of oppervlakkigheid zeggen veel over de instelling van een muzikant. Als die op zijn klok begint te kijken tijdens een opname of een concert omdat hij nog ergens anders een sessie heeft, dan is dat slecht voor de intensiteit. Ik had onlangs een gesprek met Slongs en zij vertelde me dat George Clinton met Parliament-Funkadelic urenlang speelt waardoor het publiek bijna in een soort trance komt. Dat is inzet en opwinding in overvloed. Dat soort muzikanten weet waar het om draait.

‘Bonenstaakdans’ maakte je samen met Slongs en Dj Grazzhoppa, en is een pleidooi voor schaamteloos bewegen.

Ik zie zo vaak dat kinderen al heel vroeg daarin worden afgeremd of zelfs beknot. Dat vind ik een misdaad. Als iedereen zou zingen en dansen, dan zouden we in een betere wereld leven. Dat is een romantisch beeld waar ik echter in geloof. We leven teveel in een cultuur van: ‘wat vindt de ander daarvan?’ Dat is nergens voor nodig. Een optreden is driekwart het ‘zot’ in jezelf loslaten en bewegen en een kwart de pijn van het zijn. Dat is een goede verhouding vind ik.

Raymond van het Groenewoud speelt op 5 augustus op Dranouter. Voor meer concertdata surf naar: www.raymondvanhetgroenewoud.be