EERNEGEM – Rik Samaey was de spilfiguur van het legendarische Racing Mechelen, de meest succesvolle basketbalploeg van ons land. Het sprookje duurde tien jaar, tot de dramatische val van 1995, waarin ook de West-Vlaming werd meegesleurd. Wij blikken met hem terug op deze fascinerende brok sportgeschiedenis.

Rik Samaey (58) is de verpersoonlijking van de nuchtere West-Vlaming. Hij woont nog steeds met vrouwlief in het nietige Eernegem. In zijn huis geen trofeeën of andere pronkstukken uit die legendarische periode. Niets aan hem doet zijn waanzinnige palmares vermoeden: twaalf titels, tien bekers, tien keer speler van het jaar. In tegenstelling tot veel collega’s is hij ook BV af, en bewust. Samaey werkt vandaag voor Dumaplast, een producent van wandpanelen. Hij is er chef administratie en logistiek. Of basket nog deel uitmaakt van zijn leven? “Voor het eerst in veertig jaar is dat niet zo. Dat voelt vreemd aan, moet ik toegeven. Ik was de voorbije twintig jaar analist op televisie. Helaas verdwijnt alle aandacht voor basketbal. Zelfs de NBA wordt niet meer uitgezonden.”

Wijt je dat aan de media of aan de sport zelf?

Ik moet helaas het tweede zeggen. Wij worden voorbijgestoken door volleybal, hockey, noem maar op. Dat is een teken aan de wand. Onze ploegen spelen in de derde of vierde Europabeker. Dat is niet goed. Ik zie ook te weinig Belgen. Vier buitenlanders zou het maximum moeten zijn.

Kriebelt het niet om de handschoen op te nemen?

Neen. Ik ben te oud en te lang weg uit de sport. Ik zie drie mensen die dat zouden kunnen: Thomas Van Den Spiegel, Axel Hervelle en Sam Van Rossom, eens die stopt. Die jongens zijn intelligent, kénnen het vak en kunnen onze competitie vooruit helpen. Mocht ik baas zijn, ik zou hen onmiddellijk warm maken. Helaas gebeurt dat niet.

Wat zegt het succes van de Belgian Cats?

Waar spelen al die meisjes? In het buitenland. (zwijgt even) Ik heb genoten van hun WK, hoor. Ik heb élke wedstrijd gezien. Dit is een fantastische lichting. Maar nu moet de knop omgedraaid worden. Iedereen, speelsters, coach, begeleiders, moet voor de spiegel gaan staan. Wat moet nóg beter, willen we die Olympische Spelen halen? Dat moet nu de enige vraag zijn.

Jij speelde 108 keer voor de Belgian Lions, maar nooit op een WK, laat staan een Spelen. Is dat een gemis?

Neen. Ik ben een rationeel man. Wij haalden geen niveau voor een WK. Het EK, waar we twee keer aan deelnamen, was al moeilijk genoeg.

“Voor het eerst in veertig jaar geen basket in mijn leven.
Dat voelt vreemd aan.”

Voormalig succescoach Lucien Van Kersschaever noemt jou de beste Belgische verdediger ooit. Heeft hij gelijk?

(blaast) Ik spreek me daar niet graag over uit. (denkt na) Ik denk dat ik vooral een goede ploegverdediger was. Dat zeggen ploegmaats en tegenstanders toch. Ik was iemand die weinig reageerde, maar vooral anticipeerde.

Jij hebt tot je zeventiende gevoetbald. Vanwaar de plotse ommezwaai?

Toeval heeft mijn leven bepaald. In de zomer van 1977 was ik monitor op een sportkamp in Oostende. De toenmalige manager van Sunair kwam speuren naar jonge talenten. Zijn blik viel echter op die grote monitor. (lacht) Even later kwamen hij en coach Van Kersschaever bij mij thuis. Jij hebt geen toekomst in het voetbal, zeiden ze.

Wat vond je zelf?

(blaast) Ik mocht af en toe meedoen met de eerste ploeg van Zandvoorde, toen derde provinciale. Maar voetbal was voor mij vooral plezier maken, wedstrijdje spelen, pintje drinken. Ik wist dat ik geen grote speler zou worden. Dat heeft mij wellicht getriggerd in hun voorstel. In basket wist ik niet wat mijn limiet was. Ik heb nog drie weken gevoetbald, en dan liet ik mijn broer aan de trainer zeggen dat ik zou stoppen. Ik durfde dat zelf niet. (lacht) Vanaf die dag is alles snel gegaan. Let op: basket was niet nieuw voor mij. Ik speelde vaak thuis en op school.

Jij speelde acht jaar voor Sunair Oostende en tien jaar voor Racing Mechelen. Wat was de mooiste periode?

Mechelen. Oostende was ook mooi, maar ik miste daar ambitie in Europa, bij bestuur én supporters. Laat me duidelijk zijn: ik heb de overstap gemaakt voor de centen. Ik maak daar geen geheim van. Maar Theo Maes (bierbrouwer en grote man van Mechelen, red.) kon mij ook sportief bekoren. In ons eerste gesprek zei hij dat er drie prijzen te winnen vallen: titel, beker én Europabeker. Dat hoorde ik nooit in Oostende. Het was trouwens opnieuw Van Kersschaever die mij wou. Hij was één jaar eerder begonnen bij Mechelen. Toen Maes hem vroeg wat nodig was om kampioen te worden, zei hij: ‘één man: Rik Samaey’.

Wat was het succesrecept van Mechelen?

Continuïteit. Ik verwijs daarmee naar de coach en de ruggengraat van de ploeg. Die bleven elk jaar behouden. Ook de prima mix tussen Belgen en Amerikanen. Op dat veld stond zóveel talent.

Die Europese titel is er echter nooit gekomen.

Omdat wij telkens kampioen speelden, moesten we in Europabeker I aan de slag. Dat bleek te hoog gegrepen.

“Gepest? Wat denk je? Ik ben 2,04 meter én ik heb ros haar.”

Wat liep er fout in 1995?

(zucht) Dat was hét dieptepunt in mijn carrière. Van de ene dag op de andere was het voorbij met die ploeg. Alsof Anderlecht morgen stopt, of Quick-Step. Veel factoren kwamen samen. Ik heb daar tien jaar gespeeld, en evenveel jaar sprak men over de nood aan een nieuwe zaal. Maes haakte af na de overname van de brouwerij. Men vond geen andere sponsor. (zwijgt even) Boeken toe dus. Onwaarschijnlijk.

En jij trok mee naar Antwerpen.

Elke speler maakt één grote fout in zijn carrière. Dát was de mijne. Ik kan die naam zelfs niet uitspreken. Het stamnummer van Racing werd dus overgekocht. Geen enkele speler wou echter mee verhuizen. Ik aanvankelijk ook niet. Ik wou terug naar Oostende. Maar de coach wou me niet. Ik had moeten aandringen, hem overtuigen. Ik heb echter gekozen voor de makkelijke oplossing. Enkele weken later liep ik op training een zware blessure op. Na zes maanden arbeidsongeschiktheid zetten ze mij buiten. (even stil) Dat heeft iets in mij gekraakt. Ik was het basketbal beu.

Waarom heb jij nooit in het buitenland gespeeld? Heb je nooit gedurfd?

Ik denk dat dat de juiste analyse is. Ik heb kansen gekregen. Frankrijk bijvoorbeeld: Villeurbanne. Had ik moeten doen, denk ik. Amerika ook: een universiteitsploeg uit de first division, de ideale springplank naar de top, naar de NBA zelfs. Maar ik heb niet gedurfd. (zwijgt even) Als ik over een haag spring, wil ik zeker zijn van een dikke matras aan de andere kant. Dat is de nuchtere West-Vlaming, zeker? Eén keer heb ik de sprong gewaagd. Dat was na dat ontslag. Ik liet het plan varen om hoofdcoach te worden. Ik wou weg uit het basketbal. ‘Kust mijn kloten’, zei ik. Dat was een risico. Welke richting zou ik uitgaan? Gelukkig is toen Dumaplast op mijn pad gekomen, de sponsor van tweedeklasser Damme waar ik nog twee jaar gespeeld heb.

Hoe is het eigenlijk als mens om 2,04 meter groot te zijn?

Dat heeft weinig voordelen. (glimlacht) Je moet je woning aanpassen, je kledij, je auto. Je moet overal opletten om niet te botsen. Maar dat belemmert mij niet. Ik zag even terug een groot meisje wat gebogen lopen. ‘Loop eens recht’, zei ik haar. ‘We zijn wie we zijn.’

Werd jij gepest met je lengte?

(droog) Wat denk je? Ik ben 2,04 meter én ik heb ros haar. Als kind was mijn bijnaam Roeski. Of Vuurtoren. Ik keek zelfs niet om als iemand Rik riep. Maar ik heb me daar nooit druk in gemaakt. Ik kon ermee leven.

Wat is vandaag écht genieten voor jou?

Ik heb twee zonen en vier kleinkinderen. Hen bezig zien, dát is genieten. (even stil) Ik heb als topsporter geworsteld met het vaderschap. Ik was een egoïst. In een gezin zou alles rond de kinderen moeten draaien. In ons gezin draaide alles rond mij. Dat probeer ik goed te maken. Mijn grootste wens is dat mijn gezin gezond mag blijven. De rest moeten ze zelf afdwingen.

Het sportrapport van Rik Samaey

Als kind was mijn idool …

Raoul Lambert. Ik was een Clubfan. Hij was Europese top. Maar ook de eenvoud van die man sprak me aan.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Patrick Lefevere. Elk jaar zet hij een topploeg op poten. Hij leidt dat ook met een duidelijke visie.

Mijn mooiste sportmoment?

Ik speelde begin jaren negentig met de Europese selectie tegen de Franse ploeg. Allemaal kleppers op dat veld. Ik heb nooit zó genoten van het spelletje.

Mijn grootste ontgoocheling?

Het einde van Racing Maes Mechelen.

(foto belga)