NAZARETH – Rik Verbrugghe was begin deze eeuw de beste Belgische renner. Bovenaan zijn palmares staan drie Giroritten, één Tourrit, een Waalse Pijl en een Belgische titel tijdrijden. Vandaag is de 44-jarige Brabander ploegleider van Bahrain-Merida, bondscoach van ons land en … bierambassadeur.

La Redoutable, dat is de naam van de blonde tripel waar Verbrugghe zijn naam aan verbindt. Het gerstenat staat prominent uitgestald in de koffiecorner van zijn fietszaak Veloloft in het Oost-Vlaamse Eke, deelgemeente van Nazareth. De verwijzing naar La Redoute, de fameuze beklimming in Luik-Bastenaken-Luik, is evident. ‘Redoutable’ betekent ook ‘te duchten’. Een te duchten streekbier dus. “Dat wordt gebrouwen in Binche door een kameraad van mij. Ik ben ook een bierdrinker. Ik vond het leuk mijn naam eraan te linken.” Veloloft is trouwens een gezamenlijk project van Verbrugghe en zijn schoonbroer Greg Van Avermaet. Twee jaar geleden namen de twee deze fietswinkel over van BMC. “Ik wou een zekere factor in mijn leven, naast mijn onzeker bestaan als ploegleider.”

Valt dat allemaal te combineren? Je bent nu ook bondscoach.

Toch wel. Maar ik moet Bahrain dankbaar zijn. Ik mag ruimte vrijmaken in mijn agenda voor de Belgische ploeg. Ik ga bijvoorbeeld niet naar de Tour. Bondscoach zijn, is trouwens meer dan het EK en het WK. Deze zomer is er het testevent voor de Spelen van Tokio. Dat wordt héél interessant. Daarnaast leid ik ook de U23, de beloften.

Remco Evenepoel, die naam komt in me op.

(ernstig) Ik heb Quick-Step laten weten dat ik klaar sta om te helpen. Ik wil ook een meeting plannen met Patrick Lefevere. Die jongen wordt nu voor de wolven gesmeten. Dat moet goed opgevolgd worden. Af en toe terugkeren naar de U23 kan hem goed doen. Ik zou hem alleszins graag inzetten. Maar ik wacht onze gesprekken af.

Waarom wou jij bondscoach worden?

Ah, ik ben een echte Belg, hè. Geboren in Tienen, opgegroeid in Hélécine, net over de taalgrens, kind van Nederlandstalige ouders, Franstalig onderwijs gevolgd. Voor de media was ik een geval apart. Was ik Vlaming of Waal? Tenzij ik won. Dan was ik Vlaming voor de Vlamingen en Waal voor de Walen. (lacht) Ik ben vooral Belg. Ik vind het een eer om bondscoach te mogen zijn van dit sterke wielerland.

Vanwaar komt de passie voor wielrennen?

Van mijn vader, een groot liefhebber. Mij fascineerde ook het circus rond de koers. Toen ik twaalf was, fietste ik alleen naar Hoei, de Muur op, om de aankomst van de Waalse Pijl te zien. Dat was mijn eerste koers. Dat moment zal ik nooit vergeten.

“Ik zou Evenepoel graag inzetten. Af en toe terugkeren naar de U23 kan hem goed doen”

Wat onthoud jij verder van je jeugd?

Mijn vader was garagist, mijn moeder verpleegster. Mijn vader was een streng man. Wat je doet, moet je goed doen. Wil je koersen, dan moet je óók trainen als het regent. Hij eiste volledige overgave. Ik kreeg wel alle kansen om mijn wielerdroom waar te maken. Ik ben tot mijn achttiende naar school geweest. De legerdienst was toen net afgeschaft. Mijn ouders gaven mij een jaar tijd om alles te geven voor de koers.

Wat als dat niet gelukt was?

Dan zou ik wellicht zelfstandige geworden zijn. Dat zit in mijn bloed. Mijn vader werkt nog altijd. Hij baat nu een kleine fitnesszaak uit.

Wie was de renner Rik Verbrugghe?

Als één coureur van nu op mij lijkt, dan is het Tim Wellens. En misschien ook Dylan Theuns. Ik kon van alles wat, het middengebergte, zware eendagskoersen, tijdrijden. Ik ben eens negende geworden in de Giro. Toen zat zelfs het podium erin. De Tour was te hoog gegrepen. Ik was niet goed genoeg in het hooggebergte. Ik heb een schone carrière. Ik heb geleefd voor mijn vak. Ik kan zonder spijt terugblikken.

Was jouw grote droom niet om de Ronde van Vlaanderen te winnen?

(knikt) Toen ik voor Lotto reed, wou iedereen die klassieker doen. Omdat ik ook de Waalse klassiekers aankon, werd ik in die hoek geduwd. Dat vind ik vandaag wel jammer. Pas op het einde van mijn carrière, bij Cofidis, heb ik mogen proeven van de Ronde. Ik had die kunnen winnen, denk ik. Of toch zeker meedoen tot het einde.

Jij noemt de Waalse Pijl je mooiste moment (zie kader). Veel koersfanaten zullen de ritzege in de Tour van 2001 je mooiste zege noemen.

Dat staat op twee. Dat was een unieke rit. We gaan met twee naar de finish, Pinotti en ik. Het peloton, met Petacchi, nadert tot op seconden. Ik had dat goed ingeschat. Ik wist dat ik even tijd had op te pokeren. Ik zei Pinotti dat het peloton ons zou pakken. Hij is erin getrapt. Heel even panikeerde hij. Dat was mijn winst. In de sprint had ik meer last van mijn bril dan van mijn tegenstander. Die viel plots van mijn kop op mijn neus. (lacht) Ongelooflijk.

Dat jaar won je acht wedstrijden én de Kristallen Fiets. Waarom heb je dat niet meer kunnen evenaren?

Bevestigen is altijd moeilijker. Tegenstanders kijken naar jou, je krijgt minder vrijheid, je voelt meer druk van de buitenwereld. Dat is één iets. Maar ik mag ook niet wegsteken dat doping toen aanwezig was in het peloton. Ik heb veel ereplaatsen gereden. Haal daar de winnaars uit die later betrapt zijn, en ik heb een ander palmares. Maar goed, dat was toen zo. Ik wil daar niet bitter over zijn.

“Ik heb veel ereplaatsen gereden. Haal daar de winnaars uit die later betrapt zijn, en ik heb een ander palmares”

Na je afscheid in 2008 ben je ploegleider geworden. Wou je niet iets anders doen?

Ik zou lange tijd ja gezegd hebben. Maar toen ik de laatste jaren wegkapitein was, is iets in mij veranderd. Wellicht door aanvaringen met slechte ploegleiders. (lacht) Ik heb vaak onzin gehoord, hoor, zeker bij Cofidis. We kregen in de bus onze tactiek te horen. Eens de ploegleider uitstapte, zei ik de jongens dat we het anders zouden aanpakken. Je zou dat vandaag niet moeten proberen. (lacht) De eerste telefoon die ik kreeg toen ik stopte, was van Lefevere. Ik was vertrokken.

Toen je voor BMC werkte, heb je ook je vrouw Claudia Van Avermaet leren kennen.

(knikt) We kenden elkaar al, zonder elkaar écht te kennen. In 2011 kwam die klik. We zaten in hetzelfde schuitje. Zij lag in de knoop met haar relatie, ik met de mijne. Van het ene kwam het andere.

Zij is een gezondheidsfreak. Heeft ze ook jou anders doen leven?

Nee, toch niet. Of een beetje. Als ik ’s morgens vijf minuten tijd heb, durf ik wel eens yoga doen om tot rust te komen. Maar verder heb ik altijd gezond geleefd, zonder te overdrijven. Wie in de week gezond leeft, mag in het weekend wel een pint drinken en een boterkoek eten.

Jullie hebben elk twee kinderen. Is dat moeilijk?

Dat valt heel goed mee. Ik mis mijn kinderen natuurlijk. Ik ben verhuisd van Chaudfontaine naar Hamme. Zij wonen nog steeds daar. Mijn dochter Daphné had het wel even moeilijk met de scheiding. Maar nu ze negentien is, begrijpt ze dat zoiets kan gebeuren. Ze studeert nu aan de universiteit. Mijn zoon Jens, die vijftien wordt, zie ik vaker. Hij was een goede voetballer. Hij kon naar Genk en Standard, maar koos voor de koers. Ik vond dat wel jammer. Hij had écht talent.

Klopt het verhaal dat Claudia jou eens opbelde in volle finale om te zeggen dat je ploeg het gat met Greg niet mag dichten?

Neen, dat was mijn schoonvader. Dat was in de Ronde van Vlaanderen. Ik was toen ploegleider van Iam Cycling. Ik zie op mijn telefoon dat Ronald belt. Ik nam op, want ik dacht dat er iets gebeurd moest zijn. Anders zou hij niet bellen op tien kilometer van de meet. Maar het was dus om die boodschap te geven. Ik heb meteen neergelegd. (lacht) Hij heeft zich na de koers geëxcuseerd. Dat is ook nooit meer gebeurd. Wij hebben goede afspraken gemaakt. Ik moet mijn werk doen.

Het sportrapport van Rik Verbrugghe

Als kind was mijn idool …

Claude Criquielion. Hij was later ook mijn ploegleider bij Lotto. Ik heb van twee mensen veel opgestoken, van Claude en van Lefevere.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Nafi Thiam. Dat is een zeer mooie atlete.

Mijn mooiste sportmoment?

De Waalse Pijl winnen in 2001 (foto, red.). Dat was een kinderdroom. Ik ben volledig over mijn limiet gegaan op de slotklim. Ik kon met moeite mijn armen in de lucht steken.

Mijn grootste ontgoocheling?

Die valpartij in de Tour van 2006. Gevolg: een dubbele beenbreuk. Dat was het begin van het einde.

(foto belga)