BRUSSEL – Als Groen een nieuwe voorzitter krijgt, dan luistert die naar de naam Björn Rzoska. De Vlaamse fractieleider is de voornaamste uitdager van zittend voorzitter Meyrem Almaci. Rina Rabau, een onbekende voor de buitenwereld, is zijn running mate. Wij hebben een gesprek over loze bommeldingen, foute vingertjes en het hart van de broer van Bart De Wever.

Rina Rabau heeft vooral ervaring op lokaal niveau en is nieuw op het nationale toneel. De Mechelse met exotische looks, te danken aan haar Grieks-Congolese moeder, geeft dat ootmoedig toe. Ze zal tijdens het gesprek vooral luisteren naar Björn Rzoska die ze haar mentor noemt. “Ik heb ook sterke troeven, maar Björn heeft de voorsprong van de ervaring. Ik wil eerst luisteren en ervaring opdoen. Daarna kan ik op de voorgrond treden.” Toch wou Rzoska haar absoluut bij dit gesprek. “Je moet talent ook voor de schermen inzetten. Als ik voorzitter word, dan wordt Rina volwaardig covoorzitter. We willen daartoe de statuten aanpassen.” De verkiezing van de nieuwe voorzitter vindt komende zaterdag plaats in Tour & Taxis. Het zijn de aanwezige leden die beslissen wie Groen de volgende vijf jaar mag leiden.

We hebben afspraak op het dakterras van het Vlaams parlement. De bespreking van de begroting, ruim vier uur zonder pauze, is net voorbij. Het was een hectische week voor Rzoska. Dinsdag werd zijn interpellatie nog onderbroken door een bommelding. “Mijn woorden slaan wel vaker in als een bom, maar zo erg had ik het niet verwacht”, kan hij erom lachen. “Het bleek uiteindelijk much ado about nothing. Het parket liet weten dat die zogenaamde bommelder gewoon informatie wou opvragen, weliswaar in het Engels. Ik weet niet hoe dat misverstand is kunnen gebeuren. Anderzijds begrijp ik wel dat de voorzitter geen risico wou nemen (Liesbeth Homans, N-VA, red).”

Wat is uw eerste analyse van de nieuwe Vlaamse regering?

Rzoska: Ik voel vooral veel wantrouwen. Nieuwkomers moeten hogere drempels over, maar worden daarna niet beloond. Werklozen moeten voortaan gemeenschapsdienst doen als ze geen werk vinden. Al wie de voorbije jaren kritisch was, wordt de mond gesnoerd. De bouwmeester moet zich bezighouden met zijn kernopdracht. Lees: zwijg over het klimaat. De regering wil spijbelen harder aanpakken. Lees: klimaatactivisten, stop ermee. De VRT wordt in een keurslijf gestopt. Ik vrees voor een kil en hardvochtig Vlaanderen na vijf jaar Jambon.

Wat is uw grootste inhoudelijke kritiek?

Rzoska: Dat de klimaatfactuur doorgeschoven wordt naar de volgende generatie. Het klimaatplan is gelijkaardig aan dat van de vorige regering, wat al te weinig was, maar dan zonder twee essentiële elementen: de slimme kilometerheffing en de verplichte energierenovatie. Zo gaan de doelstellingen niet gehaald worden.

Björn Rzoska: “Meneer Jambon vergist zich. Het parlement zal dat wél bepalen. Hij is hier te gast en niet meer dan dat.”

Mevrouw Rabau, u vormt in Mechelen een coalitie met Open VLD van Bart Somers. Wordt hij een goede minister van Samenleven?

Rabau: Dat is te vroeg om te zeggen. Maar het regeerakkoord staat haaks op het Mechels model. De regering wil vooral drempels inbouwen. Nieuwkomers gaan moeten betalen voor hun integratie. In Mechelen worden nieuwkomers verwelkomd en gestimuleerd om te integreren. Bovendien is niet nagedacht over de volgende stappen.

Rzoska: Wat gaat men doen op de arbeidsmarkt? Dáár zit het probleem. Ik lees daarover heel weinig. Men weigert ook om praktijktesten in te voeren tegen discriminatie. Ik lees heel weinig Mechelen in dit akkoord. Ik ben trouwens benieuwd of al die maatregelen de juridische toets van het Grondwettelijk Hof gaan doorstaan. Als iemand hier volwaardig inwoner is, kan het dan dat die nog jaren moet wachten op sociale voordelen? Ik hou niet van een samenleving waar A- en B-burgers zijn. Dat is niet mijn warm Vlaanderen.

Rabau: Ik ben benieuwd welk verhaal Somers gaat vertellen. Kan hij het Mechelse verhaal verzoenen met dit regeerakkoord? Ik twijfel daaraan. Maar ik wil niet alleen op hem fixeren. Ook Mechelen is meer dan Bart Somers. Wat daar is opgebouwd, is zeker evenveel de verdienste van Groen.

Ziet u ook lichtpunten?

Rzoska: Jawel. De verdubbeling van de investeringen voor fietspaden: dat is een belangrijke maatregel. Bovendien belooft de regering 10.000 hectare extra bos. Ik kan dat alleen maar toejuichen. Alleen: dat stond ook in het vorig regeerakkoord. Het mag deze keer niet bij woorden blijven.

De nieuwe minister-president, Jan Jambon (N-VA), zorgt wel voor vuur in het doorgaans saaie Vlaamse halfrond. Is dat een lichtpunt?

Rzoska (knikt): Ik hou van vuur, dus ik vind zijn stijl wel kunnen. Het debat mag af en toe spits zijn. Zijn grootste fout was zeggen aan de buitenwereld dat hij de cijfers heeft, maar dat hij ze niet zou vrijgeven aan de oppositie. Dat is het parlement provoceren. Zonder dat was ik wel bereid geweest om het debat meteen te voeren.

Da gade gij nie bepalen. Ik zag u heimelijk lachen toen hij die intussen legendarische woorden uitsprak.

Rzoska: Dat is goed mogelijk. (lacht) Ik vond dat wel iets hebben. Maar hij vergist zich inhoudelijk. Het parlement zal dat wél bepalen. Meneer Jambon is hier te gast en niet meer dan dat. Wij zijn de wetgevende macht. Wij bepalen wat in dit halfrond gebeurt. Hij is het hoofd van de uitvoerde macht.

Gaat u dit missen, als u voorzitter wordt?

Rzoska: Uiteraard. Ik doe dit heel graag. Maar ik ben ervan overtuigd dat een decumul noodzakelijk is. Het voorzitterschap is zeker in deze tijden een volwaardige job. Bovendien komt dan een plek vrij in het parlement. Méér mensen in the picture zetten: dat is een belangrijk deel van ons plan.

Rabau (pikt in): De uitdagingen intern en extern zijn zo groot. Groen haalt steevast minder stemmen dan potentieel mogelijk is. Dat is de stap die nu gezet moet worden. We kiezen daarom ook voor covoorzitterschap. We zijn niet over één nacht ijs gegaan. Björn en ik hebben een andere achtergrond, spreken een verschillend publiek aan, maar delen wel dezelfde visie op politiek. We geloven dat dat kan pakken.

Rina Rabau: “Groen haalt steevast minder stemmen dan mogelijk is. Dat is de stap die nu gezet moet worden.”

U bent een Robin Hood, lees ik in Het Laatste Nieuws.

Rabau (lacht): Rabauw is een oud Nederlands woord voor struikrover. Ik draag dat mee als geuzennaam. Robin Hood wou herverdelen. Ik ook. Dat is cruciaal voor een groene partij. De politiek moet erop gericht zijn voor iedereen goede omstandigheden te creëren, en dus zeker ook voor kwetsbare mensen. Dat vraagt om herverdeling van de middelen.

Rzoska: Rina is een politiek talent. Zo iemand moet in beeld komen. Ik heb destijds ook die kansen gekregen van Wouter Van Besien.

Waarin verschilt u van uw voornaamste tegenkandidate, Meyrem Almaci?

Rzoska (blaast): Dat is een moeilijke vraag. Mijn kandidatuur is niet tegen iemand gericht. Wij hebben een grondige analyse gemaakt van 26 mei, veel mensen en afdelingen gesproken, en op basis daarvan een toekomstproject geschreven. Dat bevat enkele klemtonen. Méér mensen op de voorgrond. De kloof dichten tussen stedelijk en landelijk gebied. Klimaatbeleid verzoenen met sociaal beleid. Dat laatste wordt dé uitdaging.

De mensen waren bang voor uw partij. Is dat waarom 26 mei niet was zoals verhoopt?

Rzoska: Ik geef grif toe dat dat beeld bestond. Veel potentiële kiezers denken dat ze een deel van hun wedde gaan moeten opgeven voor klimaatbeleid. Die perceptie doorbreken: dat wordt de opdracht. Onderzoek van Stefan Walgrave toont ook aan dat we tijdens de campagne maar liefst drie procent van de kiezers zijn verloren. We moeten daar lessen uit trekken. We hebben ons, volgens mij, te veel laten opsluiten in het klimaatverhaal, en zijn dat sociaal verhaal uit het oog verloren. Wij moeten gevoeliger zijn voor de betaalbaarheid van klimaatbeleid. Elke maatregel moet daarop afgetoetst worden.

Rabau: We gaan nog meer uit die bubbel moeten treden, nog meer luisteren naar mensen en afdelingen. We hebben een sterk ecologisch en sociaal programma. Maar we slagen er niet in alle doelgroepen te bereiken. Het federaal planbureau beaamt dat Groen het meest gunstige programma heeft voor mensen met een bescheiden inkomen. Toch vrezen die mensen dat ze inkomen gaan verliezen als Groen aan de macht komt.

Is dat ook niet zo? Betekent een grondig klimaatbeleid geen ‘aanslag’ op de portefeuille, om het even grof uit te drukken?

Rzoska: Dat hoeft niet zo te zijn. Klimaatbeleid zal natuurlijk middelen vragen, maar dat moet op lange termijn lonend zijn. Deze regering kijkt graag naar de Scandinavische landen als het over integratie gaat. Ze zou beter eens kijken hoe die landen de klimaatverandering aanpakken. Zij zien daar opportuniteiten in. Jobcreatie is één voorbeeld. Onze klassieke partijen zien vooral de gevaren. Mensen voelen zich daardoor bedreigd. Dat zorgt voor polarisatie. Ik wil niet aan doemdenken doen. Dat helpt niemand vooruit. We moeten opportuniteiten zien in dit debat.

Rabau: De meeste mensen beseffen wel dat er iets moet gebeuren. Maar we moeten vermijden dat problemen alleen bij het individu gelegd worden. Dat maakt mensen bang. Het is de samenleving die de klimaatopwarming moet aanpakken.

Björn Rzoska: “Al wie de voorbije jaren kritisch was, wordt de mond gesnoerd door deze regering.”

Dat is een ander pijnpunt. Groen praat de mensen te veel een schuldgevoel aan. Akkoord?

Rzoska: Misschien wel, ja. Het vingertje was terug in de campagne. Dat was niet goed. Dat moet anders.

Rabau: Ik neem een voorbeeld aan Jonathan Safran Foer (Amerikaans auteur over het klimaat, red). Vraag de mensen een inspanning binnen hun limieten. We gaan anders moeten eten, want vleesproductie is vervuilend. Maar de mensen moeten zich niet schuldig voelen als ze twee keer per week vlees eten.

Rzoska: Hij ging in De Afspraak een stap verder. We eten elke dag drie maaltijden. Wat als we één keer vlees eten, en dus twee keer niet? Zou dat onhaalbaar zijn? Neen, toch. Als iedereen dat doet, zetten we een gigantische sprong vooruit. Het kan. Zie hoe Mieke Vogels destijds werd uitgelachen met haar recyclagebeleid in Antwerpen. Vandaag recycleert iedereen. Wij moeten de mensen niet culpabiliseren. Wij moeten ijveren voor systemische veranderingen. Het mooiste voorbeeld vind ik de slimme kilometerheffing. Dat verschuift de belasting van bezit naar gebruik. Maar wie geen alternatief heeft of wie kwetsbaar is, moet niet extra betalen. Dat is betaalbaar en sociaal klimaatbeleid.

Bent u een meer pragmatisch politicus dan Almaci?

Rzoska: Ik vind dat een rare vraag. Néén. Ik geloof in de ideologie van Groen. Wij willen verder bouwen op die fundamenten, want die zijn heel sterk. Wij zijn geen partij in crisis. Maar je moet wel altijd op zoek gaan naar bondgenoten om je programma uit te voeren. Nu was het momentum. Dat zijn we kwijt. Maar ik ben ervan overtuigd dat er nog een momentum komt.

U had langer aan tafel willen zitten voor de Vlaamse regeringsvorming?

Rzoska: Dat is zo. Ik heb daar nooit een geheim van gemaakt. (denkt na) Anderzijds wou ook N-VA dat niet. Dat is ook de realiteit.

U bent goed bevriend met Bruno De Wever. Kan dat een opening maken naar zijn broer?

Rzoska (lacht): Dat denk ik niet. Je moet eens de interviews van Bruno lezen. Hij staat ideologisch ver van zijn broer. Wij komen inderdaad goed overeen. Hij was destijds mijn professor. Ik voelde meteen een klik. Ik denk dat hij diep in zijn hart voor mij had willen stemmen. Maar hij kon niet. Hij woont in Antwerpen. (lacht)

Bent u klaar voor de federale onderhandelingen?

Rabau: Dat zou een straffe start zijn. Ik heb daar veel goesting in.

Rzoska: Dat is goed voorbereid door onze studiedienst. Maar de koning heeft nu Geert Bourgeois (N-VA) en Rudy Demotte (PS) het veld ingestuurd. We zullen zien of dat resulteert in een paars-gele regering. Ik blijf zeggen dat er een beter alternatief is, namelijk paarsgroen. Wij zijn klaar voor die formule.

Zou u bereid zijn mee te werken aan een nieuwe staatshervorming?

Rzoska: Ik ga dat niet uitsluiten. Dat zou niet verstandig zijn.

Wat gaat u doen u geen voorzitter wordt?

Rabau: Dan blijf ik met evenveel plezier lid en mandataris van Groen.

Rzoska: Ik ook. Dan blijf ik fractieleider in het parlement. Maar uiteraard wil ik winnen. Anders had ik mij geen kandidaat gesteld. Maar het is koffiedik kijken wat de kansen zijn. Ik durf geen uitspraken doen.