WEMMEL “Ik was al eens het slachtoffer van islamisme, ik wil dat geen twee keer meemaken.” Dat is haar verhaal én drijfveer in één zin samengevat. In 1999 zat Darya Safai (42) wekenlang vast in een cel in Iran, in 2019staat ze als wit konijn op de Vlaams-Brabantse lijst van N-VA. Wij hebben een openhartig gesprek. (foto N-VA)

We hebben afspraak in haar fraaie villa in Wemmel, Vlaams-Brabant, waar ze met haar man een succesvolle tandartsenpraktijk uitbaat. Of hoe het leven kan verkeren. In de woonkamer is een gezellige bar ingericht. Aan sterkedrank geen gebrek. “Veel Iraniërs hebben thuis een bar. Alcohol is er officieel verboden. Wie wil drinken, moet dat stiekem doen.”

Haar verhaal doet me denken aan Duizend schitterende zonnen, de bestseller van Khaled Hosseini, zeg ik haar. Ze knikt. “Je kan het Afghanistan van de taliban, waarover Hosseini schrijft, vergelijken met het Iran van de ayatollahs. Ik heb dat boek ook gelezen. Ik kreeg er tranen in de ogen van. Een jong meisje wordt uitgehuwelijkt aan een oudere man en tracht te ontsnappen. Ook in Iran worden jaarlijks duizenden minderjarige meisjes uitgehuwelijkt. De sharia, de islamitische wetgeving, laat dat toe. Ik had één groot geluk: dat mijn ouders moderne en kritische mensen waren. Anders was ik wellicht ook uitgehuwelijkt.”

U was vier toen de ayatollahs de macht grepen in Iran en de islamitische republiek stichtten. Heeft dat alles veranderd?

Absoluut. Discriminatie is toen in een systeem gegoten. Op school kregen meisjes te horen dat ze minderwaardig zijn. Wij werden bang gemaakt. Wie een lokje haar toont aan een man, gaat naar de hel. Als je dat ook thuis te horen krijgt, ben je verloren. Ik was ook bang voor God. Maar dankzij mijn ouders besefte ik al snel dat er van de duivel geen sprake was.

Nadat u voorop gelopen had in studentenprotesten tegen het regime, vloog u voor 24 dagen de cel in. Wat heeft dat met u gedaan?

Het enige wat we er kregen, was een koran. Ik heb er dus de tijd gehad om die deftig te lezen. Die kennis is belangrijk om het debat aan te gaan. Maar ik ben er vooral gaan beseffen wat vrijheid waard is. Dat is iets om elke dag voor te vechten. Als kind wou ik arts worden. Mijn vader stimuleerde dat. Ga voor tandarts, zei hij. Pas gaandeweg is dat activisme gekomen, toen ik geconfronteerd werd met discriminatie van vrouwen. Ik kon niet aan de kant blijven staan. Weet u: vroeger heb ik vaak geworsteld met mijn geslacht. Ik dacht dat ik een man wou zijn. Maar vandaag weet ik dat dat niet klopt. Ik snakte gewoon naar vrijheid. En die had je niet als vrouw.

U koppelt die onderdrukking aan de islam. Stelt die religie echt dat vrouwen minderwaardig zijn?

Lees de Koran, kijk naar de sharia. Ja, dus. Vrouwen en mannen genieten niet dezelfde rechten. Let op: ik zeg niet dat alle moslims zo denken, integendeel. Maar de islam ziet vrouwen niet als gelijkwaardig. Je ziet dat aan de erfenisrechten, aan de kindhuwelijken. In landen waar de sharia heerst, mogen vrouwen hun huis niet uit zonder toestemming van de man.

Gaat dat niet over één bepaalde interpretatie van extreme ayatollahs?

Ik ben geen theoloog. Maar wat is de leer van de islam? Dat is toch wat ayatollahs en moefti’s (hoge wetsgeleerden, red.) vertellen? Pas wanneer zij zeggen dat vrouwen en mannen gelijk zijn, dat moslims met niet-moslims mogen trouwen, dat ketters niet de doodstraf verdienen, kan een verlichte islam ontstaan.

Komt die dag?

Dat hangt af van de kritische kijk van ons allemaal. Ik zie veel kritische stemmen, ook in islamitische landen. Dat stemt mij hoopvol. We moeten die kritiek aanhouden.

Ik hoor in Vlaamse scholen dezelfde praat als in talibanscholen. Dat is gevaarlijk.

U waarschuwde vorig jaar in De Tijd voor de islam in ons land. Moeten wij bang zijn?

Ik wil geen angst zaaien. In België zal geen revolutie plaatsvinden zoals in Iran. Maar je ziet wel een sluimerende opmars van islamisme (politieke islam, red.). Ik herken dat. En dat is gevaarlijk. Ik weet wat dat doet met mensen. Dat leidt tot apartheid.

Waar ziet u dat?

In de grote steden: de gettovorming. Dat is nefast voor een samenleving. Of in het onderwijs. Ik hoor in Vlaamse scholen dezelfde praat als in talibanscholen. Islamleerkrachten praten meisjes een hoofddoek aan. Als ze die niet dragen, dagen ze mannen uit. Ik voel mij zo vernederd als ik dat hoor. Als die kinderen thuis geen kritische stem horen, zijn ook zij verloren. Apart islamonderwijs is geen goede zaak. Die hoofddoek is de eerste discriminatie.

Veel van die vrouwen ondervinden ook discriminatie op de huur- en arbeidsmarkt. Moeten zij dan in eigen boezem kijken?

Ja. Je kan een werkgever toch niet verplichten iemand met een hoofddoek aan te werven? Die vrouwen hoeven geen hoofddoek te dragen. Dat moeten ze goed beseffen. Wie een hoofddoek draagt, beledigt de mannen, maar ook zichzelf.

Wat met vrouwen die dat uit vrije wil dragen?

Je zal weinig mensen publiekelijk horen zeggen dat ze dat moeten dragen. Er is namelijk grote sociale druk. Maar ik zie dat niet als een vrije keuze.

Hoe verliep uw integratie?

Goed. Wij zijn in 2000 naar België gevlucht omdat mijn man hier gestudeerd had. Integratie is natuurlijk een werk van elke dag. Nederlands is geen eenvoudige taal. Problemen zijn er overal, maar die waren nooit een rem voor mij. Ik wou hier absoluut slagen. Ik ben België heel dankbaar: dit land heeft ons van de cel gered.

U bent bekend geworden als activiste. In de politiek primeren vaak andere belangen dan mensenrechten. Vreest u geen frustraties?

Ik ben in de politiek gestapt om daarop in te zetten. Politiek mag nooit ten koste gaan van mensenrechten.

Je kan een werkgever niet verplichten iemand met een hoofddoek aan te werven.

Dat Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) op handelsmissie gaat naar Iran zonder ter plekke de mensenrechten aan te kaarten, zoals in oktober 2016, kan dat?

Is dat zo? Ik weet niet wat hij daar gezegd heeft. Wie op handelsmissie gaat naar Iran, moet de mensenrechten aankaarten. Dat is essentieel. Alleen als het Midden-Oosten stabiel is, zal ook Europa stabiel zijn. En Iran speelt daar een cruciale rol in. Ik zie trouwens dat Geert Bourgeois de doodstraf voor professor Djalali wél aangekaart heeft. Zo moet het.

Wil u nog terug naar Iran?

Dat zou een droom zijn. Die oude Perzische beschaving nog eens zien, Persepolis, de bergen van Teheran. (zwijgt even) Maar vooral: mijn moeder heeft mij nodig. Mijn vader is drie maanden geleden overleden. Ik was er niet. Ik mag het land niet meer binnen.

Voelt u zich schuldig?

Ja, toch wel. (even moeilijk) Ik heb een keuze gemaakt in mijn leven. Ik wou de stem van anderen zijn. Dat is een keuze met gevolgen. Maar ik vind dat dat mijn taak is. Ik heb geen afscheid kunnen nemen van mijn vader. Dat is heel pijnlijk. Hij was al lang ziek. Mijn jongste zus is vorig jaar overleden. Nadien wou hij niet meer vechten. (met tranen in de ogen) Ik heb mijn moeder ook nodig.

Kan u haar niet naar België halen?

Zij zou dat niet willen. Mijn vader wou dat destijds ook niet. Je verlaat niet zomaar je vaderland. Ik had geen andere keuze. Anders zat ik in de cel.

Misschien kan u ooit terug als minister?

(glimlacht) Rustig aan. Mijn doel is eerst en vooral: problemen aankaarten en aanpakken. Daarna zien we wel. Ik was al eens het slachtoffer van islamisme, ik wil dat geen twee keer meemaken. Wat ik in de politiek wil doen, ligt in de lijn van wat ik als activiste doe: inzetten op vrouwenrechten, discriminatie, integratie. Maar op het einde van de rit moeten ideeën uitgevoerd worden. Daarom heb ik de stap gezet. Ik krijg ook kritiek daarop. Dat had ik ingecalculeerd. Als activiste word je ook niet overal toegejuicht.

“Rode Duivels zijn onze ploeg”

U kaart vrouwenrechten vaak aan op sportwedstrijden. Gaat u ook naar het WK voetbal in Rusland?

Ik ben dat van plan. Als mijn agenda het toelaat tenminste. Ik wil er supporteren én actie voeren. In Iran mogen vrouwen nog altijd geen sportstadion binnen.

Voor wie zal u supporteren: Iran of België?

Voor allebei. Iran is mijn vaderland. Zoals ik gevoelens heb voor de Rode Duivels, heb ik die ook voor die ploeg. Maar als ik naar Rusland ga, is het wel voor de matchen van de Rode Duivels.

N-VA’ers communiceren doorgaans niet of terughoudend op successen van de Rode Duivels. Hebt u nog geen richtlijnen gekregen?

(verrast) Neen. Het gaat toch over voetbal? De Rode Duivels zijn toch onze ploeg? De partij probeert mij niet te beïnvloeden. Ik krijg de vrijheid om mezelf te zijn. Net daarom voel ik er mij thuis.