Neen, snowboarden is niet langer de sport van de frivole jointrokers. Seppe Smits is stellig daarin. De 26-jarige waaghals uit Westmalle is wellicht dé Belgische kanshebber op olympisch eremetaal in Pyeongchang in februari. In maart voegde de kersverse winnaar van het Vlaams Sportjuweel alvast een tweede wereldtitel toe aan zijn palmares.

Met de feestdagen is hij even terug in eigen land. Om familie en vrienden te zien, maar ook om te verhuizen. Smits verlaat het ouderlijk huis in Westmalle. “Ik ga met mijn vriendin Kaat in Gent wonen, op een appartement. In het buitenland verblijf ik vaak in verlaten dorpjes. Ik wou in België een eigen stekje in een bruisende stad.”

Ben jij vaak thuis?

Neen. Als het seizoen in augustus begint, trek ik naar het zuidelijk halfrond. Australië of Nieuw-Zeeland, waar het winter is en je goed kan trainen. Van half september tot november train ik op Europese gletsjers, vooral Stubai in Oostenrijk en Saas-Fee in Zwitserland. In december ga ik meestal drie weken naar Colorado, Amerika, voor de eerste wedstrijden. Met de feestdagen ben ik graag thuis. Januari, februari en maart zijn de belangrijkste wedstrijdmaanden. Dan trek je rond van continent naar continent. April en mei zijn opnieuw twee trainingsmaanden, meestal in Oostenrijk, Amerika of Canada. Het is dan iets warmer in de bergen, de sneeuw is papperig, wat een landing zachter maakt. Dat zijn ideale omstandigheden voor nieuwe tricks. In juni en juli ben ik wat meer thuis.

Kan jij in België trainen?

Neen, toch niet op snowboardvlak. Als je de basis wil aanleren, kan je naar de indoorpistes. Maar ik kan er geen tricks meer oefenen. De jumps zijn er maximaal 6 à 7 meter lang. In competitie zijn die tot 20 meter lang. Ik doe wel conditie- en krachttraining thuis.

Leid je een zwaar leven?

Veel reizen, veel jetlags, lange dagen. Dat kan wegen, ja. In het buitenland zit je meestal op een appartement waar je ook zelf je potje moet koken. Je hebt weinig vrije tijd. Maar is dat zwaar? (blaast) Snowboarden is mijn passie, hè. Dat helpt. (lacht) Dat je niet echt een uitvalsbasis hebt waar je tot rust kan komen, is wellicht het zwaarste. Je hersenen hebben af en toe nood aan ontspanning.

Is het een eenzaam leven?

Neen, dat niet. Je komt overal dezelfde snowboarders tegen. Wij gaan heel amicaal met elkaar om. We zijn geen concurrenten. Ik heb ook altijd mijn trainer mee, een Fransman. En af en toe zakt mijn vriendin af. Als het niet te ver is, en niet te duur. Zij is fotografe. Ze neemt dan foto’s voor Red Bull, één van mijn sponsors, of voor de media.

“Een week lang het kot afbreken, of drinken vóór de wedstrijd, is onmogelijk geworden.”

 

Snowboarders hadden vroeger het imago stevige cannabisgebruikers te zijn. Hoe is dat vandaag?

Toen was het snowboarden een jonge sport aan de rand van de maatschappij. Die tijd is voorbij. De sport heeft een grote stap vooruit gezet in 1998 toen het op de olympische kalender kwam. Wie niet professioneel werkt, kan niet meer mee. Een week lang het kot afbreken zoals vroeger, of drinken vóór de wedstrijd, is gewoon onmogelijk geworden. Sommige snowboarders drinken zelfs na de competitie geen pint meer. Ik wel. Ik heb die decompressie nodig. Ik moet mijn hersenen af en toe kunnen uitschakelen. Anders zou ik dag en nacht bezig zijn met mijn tricks. En een pint is gezonder dan een cola.

Wat is het geheim van een goede snowboarder?

Creatief zijn. Je moet nieuwe tricks bedenken, en die durven uitvoeren. Alleen zo kom je op een hoger level. Vandaar dat hersenwerk zo belangrijk is. Ik ben een waaghals, maar geen gek. Ik neem alleen berekende risico’s. Als ik een nieuwe trick wil doen, wil ik vooraf in mijn hoofd hebben wat er kan gebeuren. Doe je dat niet, dan land je plat op de rug. Ik ben perfectionistisch.

In februari zijn er de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang. Ga je ook dan met nieuwe tricks uitpakken?

Wie weet. Ik sluit dat niet uit. Tien man mag naar de finale. Dat is mijn eerste doel. Wie daarin zit, wil een medaille. Elke snowboarder zal dan alles uit de kast halen. Het woord safe bestaat niet meer in de finale.

België pakte één keer goud op de Winterspelen. Weet jij wie?

Oei. (denkt na) Dat was in 1948, niet? Maar wie en waar, neen, dat weet ik niet.

Dat waren de kunstschaatsers Micheline Lannoy en Pierre Baugniet in Sankt-Moritz. Volgens sportstatistiekenbureau Gracenote word jij de volgende.

(lacht) Ik heb dat ook gelezen. Maar snowboarden is geen wiskunde. Ik ben in maart wereldkampioen geworden. Zij baseren zich daarop. Maar dat is geen graadmeter. Verschillende toppers waren afwezig. Het parcours en het weer zullen ook anders zijn dan toen in de Sierra Nevada.

Jij doet slopestyle en big air. Wat is het verschil?

In de slopestyle moet je een parcours afleggen en verschillende rails en jumps na elkaar doen. In de big air doe je één jump, en dus één trick. Ik denk dat ik vooral op de slopestyle kans maak.

“Het woord safe bestaat niet meer in de finale. Wie daarin zit, wil een medaille.”

In Sotsji in 2014 strandde je in de halve finale. Was dat een ontgoocheling?

Toch niet. Ik leverde de prestatie die ik wou. De jury vond dat net niet goed genoeg voor de finale. Dat is jammer, maar ik kan onmogelijk ontgoocheld zijn in mezelf.

Het oordeel van een jury is subjectief. Voel je je als kleine Belg nooit benadeeld?

Dat is al gebeurd, maar het omgekeerde ook. Ik heb niet het gevoel dat dat met mijn nationaliteit te maken heeft. Het jurysysteem is niet waterdicht, maar het lijkt mij wel een goed systeem. We praten vooraf goed door met de juryleden. Dat zijn vaak ex-snowboarders, maar zij hebben nooit de tricks gedaan die wij doen. Daarom zeggen we hen wat echt moeilijk is, waarop ze moeten letten. Je voelt wel wederzijds respect.

Verdien jij goed je brood?

Sport Vlaanderen financiert officiële trainingsstages en wedstrijden. Zonder die steun zou ik dit niet kunnen doen. Ik heb ook eigen sponsoring, maar niet genoeg. Ik krijg ook een maandloon. Veel is dat niet, want ik heb enkel een ASO-diploma. Ik heb één jaar geprobeerd om het snowboarden te combineren met de opleiding industrieel ingenieur, maar dat bleek onmogelijk. De weinige keren dat ik in de les was, zat ik te staren naar dat bord en te denken: waar gaat dit over? (lacht)

Hoe is deze sport op je pad gekomen?

Prof worden was nooit mijn droom. Tot het plots zover was. Ik moet mijn ouders dankbaar zijn. Wij gingen vroeger altijd op skivakantie naar het Zillertal in Oostenrijk. Toen ik negen was, en mijn broer tien, zijn we overgeschakeld op snowboarden. Een plaatselijke leraar zag wel iets in ons. Hij raadde ons aan om thuis op indoorpistes te trainen. Zo zijn we begonnen. En toen ik de snowboardfilm That’s it, that’s all van Travis Rice zag, was ik helemaal verkocht. Die heeft mijn leven veranderd. Waanzin was dat.

Wat zou jij anders geworden zijn?

Misschien wel piloot, zoals mijn vader. Ik vind dat nog altijd een cool beroep. Dus wie weet. Ik zal alleszins niet binnen zijn als ik stop. (lacht) Ik zou graag blijven snowboarden tot mijn dertigste. Maar ik weet niet hoe mijn lichaam zal reageren op de steeds zwaardere tricks en grotere jumps.

Zoek jij ook naast de piste de risico’s op?

Ja, toch wel. Al noem ik het liever uitdagingen. Golfsurfen is mijn tweede passie. Dat is ideaal om de batterijen op te laden in de zomer. Of een trektocht doen met de rugzak in de natuur, op zoek naar wilde beesten. Ook dat is kicken.

 

Het sportrapport van Seppe Smits

Als kind was mijn idool …

Mijn oudere broer. Hij is helaas moeten stoppen door knieproblemen. Snowboarden is een belastende sport. Ik voel mijn knieën ook afslijten. Maar de passie is te groot om daarom af te haken.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Nafi Thiam: onwaarschijnlijk wat die al bereikt heeft op jonge leeftijd.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn tweede wereldtitel op de slopestyle, in maart dit jaar (eerste keer was in 2011, red).

Mijn grootste ontgoocheling?

(blaast) Ik kan voorlopig niets noemen.

(foto photo news)