Stefan Everts pessimistisch over toekomst motorcross: “De politiek is hypocriet”

13861
(foto belga)

Op een onwaarschijnlijke manier heeft Stefan Everts vijftien jaar lang de motorcross gedomineerd. Tien keer wereldkampioen, meer dan honderd Grote Prijzen, de eerste piloot die drie GP’s op één dag won. Maar motorcross is geen Olympische sport. En heeft zijn imago niet mee. Anders was de 43-jarige Limburger wereldwijd een even grote legende als Carl Lewis, Michael Jordan, Eddy Merckx of Roger Federer.

“Ik heb ooit één keer een tennisles gevolgd. Dat was genoeg om weten dat ik nooit iets anders wou doen dan motorcross (lacht). Ik was vier jaar toen ik al een motorke had. De school, dat was niets voor mij. Ik kon me niet concentreren. Ik zag het nut er niet van in. Ik was als kind al heel zelfzeker: ik zou crosser worden en beter doen dan mijn papa.”

Zijn papa, dat is Harry Everts, viervoudig wereldkampioen motorcross. Hij nam zijn zoon onder handen. Keihard. Altijd hameren op wat slecht is. Nooit benadrukken wat goed is. Stefan: “Dat was heel zwaar voor mij. Al is het achteraf gezien wel de juiste aanpak gebleken. Papa heeft me leren afzien en kritisch zijn voor mezelf. Het talent zat in me, maar had hij me die twee ingrediënten niet aangeleerd, dan was ik er niet gekomen.”

Je zoon Liam (11) crosst ook op hoog niveau. Pak jij hem op dezelfde manier aan?
Niet helemaal. Ik probeer iets beter te communiceren. Mijn papa is natuurlijk van een andere generatie. Hij was heel direct. Ik probeer erop te letten ook het positieve te benadrukken. Maar ik ben heel hard als het moet. We hebben al enkele akkefietjes gehad, ja (glimlacht). Maar ik weet dat Liam mij mist als ik er een keer niet bij bent. (denkt na) Ik geloof dat hij heel ver kan komen. Het zou mooi zijn moest hij voor de vijftiende wereldtitel van de familie Everts zorgen. Hij zegt nu al dat hij zijn papa wil overtreffen. Ik zeg dan: het zou al mooi zijn als je je opa evenaart (lacht).

“Voor het brede publiek was ik altijd een dikke nek”

Halfweg de jaren negentig schuif je je vader aan de kant en kies je voor de vleugels van de beruchte manager Dave Grant, het begin van een turbulente periode voor jou. Zat je fout toen?
Nee, dat vind ik niet. Die man heeft me ook veel bijgebracht. (zwijgt even) Hij heeft inderdaad mijn vader aan de kant gezet en ik heb dat laten gebeuren. Ik besef dat. Ik heb daar veel spijt van. (stil) Ik ben één jaar te lang doorgegaan met Grant. Aan de andere kant heeft dat jaar wel mijn ogen geopend.

Ben je in die periode beginnen zweven?
(knikt) Hij heeft me doen zweven. Als ik iets duur wou kopen, zei hij simpelweg: just go and buy it. Terwijl ik voordien heel bewust met geld omging. Nu, voor het brede publiek was ik altijd al een dikke nek. Ik ben heel zelfzeker, dat wordt in België niet altijd aanvaard. Maar Dave versterkte dat gevoel nog. Dat was niet goed voor mij.

En dan begon je zelfs te zingen.
(glimlacht) I’m the best, try to beat me. Op dat moment kon de kritiek me geen bal schelen. Ik ben een muziekliefhebber. Ik dacht: waarom zou ik dat niet doen. Maar had Dave Grant zijn job goed gedaan, dan stond hij dat liedje niet toe. Ik heb toen gelukkig Kelly (zijn vrouw, red) leren kennen, die heel rechtuit was tegen mij. Zij was geen ja-knikker zoals zovele anderen in mijn entourage. Zij heeft me weer met mijn handen en voeten op de grond gezet. Dat was nodig. Ik brak met Grant en bracht mijn oude team weer bij elkaar: mijn vader, mijn trainer Willy. Net op tijd. De jaren nadien heb ik heel veel kunnen goedmaken.

Ben ik juist als ik zeg dat jij, mocht motorcross een Olympische sport zijn, op dezelfde hoogte als Carl Lewis, Michael Jordan en Roger Federer zou staan?
Dat denk ik wel. Dan zou ik een grotere meneer geweest zijn. En had jij me niet kunnen bereiken voor dit interview (lacht). Het klopt dat er te weinig waardering is voor onze sport. Een motorcrosser moet elk aspect beheersen wil hij top zijn: fysiek, mentaal en technisch. Mensen onderschatten dat. Ik weet eigenlijk niet waarom motorcross geen Olympische sport is. Is het omdat er te weinig vrouwen de sport beoefenen? De internationale federatie is hier wel mee bezig geweest. Maar goed, ik lig daar niet wakker van.

Everts: "De motorcross is aan het uitsterven in België"
Everts: “De motorcross is aan het uitsterven in België”

In 2006, na het behalen van je tiende wereldtitel, stop je. Was dat moeilijk?
Dat was niet evident. De eerste jaren voelde ik nog de drang om wekelijks op de motor te kruipen. Ik heb professioneel wel meteen een nieuwe uitdaging gevonden als sportdirecteur van KTM Racing Team. Privé was het moeilijker. Kelly en ik waren altijd een fantastisch team. Zij regelde alles voor mij. Plots viel dat weg voor haar. Zij heeft dat zwarte gat wél meegemaakt. Dat was een heel moeilijke periode voor ons. Je voelt je zelf ook niet goed als je partner het moeilijk heeft. In diezelfde periode hebben we ook miskraam gehad. Halfweg de zwangerschap moest het kindje komen. Heel dramatisch. (stil) Ik zat in het buitenland toen.

Hoe zijn jullie daarmee omgegaan?
Door veel te praten. En te proberen elkaar te begrijpen. (zwijgt even) Dat was niet gemakkelijk. Het heeft onze band wel sterker gemaakt. We zijn stapje per stapje uit die donkere periode geklauterd. Begin 2011 is ons tweede kindje geboren en alles verliep goed. Ik heb haar daarna ook ten huwelijk gevraagd. Dat was een grote stap voor mij. Ik had thuis een scheiding meegemaakt als puber en geloofde niet echt in het huwelijk. Kelly is vervolgens ook bij KTM komen werken. Vanaf volgend jaar gaan we trouwens opnieuw meer als team samenwerken. Niet voor KTM, maar voor een ander merk. Maar daar kan ik nog niet meer over zeggen.

“Het is vijf na twaalf voor de motorcross in Vlaanderen”, zei je twee jaar geleden in een interview. Hoe zit dat vandaag?
(blaast) De situatie is er niet op verbeterd. We hebben nog een viertal omlopen, veel te weinig, en die zijn dan ook overbevolkt. Je kan er niet meer fatsoenlijk op rijden. Er worden ook vele klassieke wedstrijden geschrapt, de Kesterheide in Gooik is de laatste in de rij. Dat is een ramp voor onze crossers. Dat is net alsof je de Ronde van Vlaanderen zou schrappen. (zucht) Maar ja, de groenen hebben blijkbaar veel macht. Weet je, de politiek stelt me echt teleur. Het is een hypocriete wereld. Toen ik succes had, stonden ze naast me te glunderen. Nu halen ze telkens opnieuw het belachelijke excuus boven van te weinig draagvlak. Ik heb wereldwijd wedstrijden gewonnen, ik heb overal ons land met fierheid vertegenwoordigd. Wat krijgen we daarvoor terug? Nul de botten. Dat doet pijn.

Als wij ergens willen crossen, is er altijd wel iemand die klaagt.

Waarom is er zo weinig draagvlak voor de motorcross?
Tja, mensen zijn niet meer verdraagzaam voor elkaar. Als wij ergens willen crossen, is er altijd wel iemand die klaagt. En die slaagt er dan in de boel plat te leggen. Wij staan natuurlijk zwak als sport omdat wij zogezegd vervuilers zijn. En mannen die lawaai maken. Maar vervuilen wij meer dan een auto? Ik heb de indruk dat de groenen vooral degenen willen treffen die al zwak staan. In Nederland kan het nochtans wel. Daar hebben ze vijftig omlopen. En de groenen staan daar ook sterk.

Hebben die problemen ook sportieve impact?
Natuurlijk. Als je kwaliteit wil hebben, heb je kwantiteit nodig. Maar die is weg. Wij hebben vijftig jaar lang aan de wereldtop gestaan in de motorcross, maar die tijd is voorbij. De motorcross is aan het uitsterven in België. Ik ben daar heel negatief in.

Het sportrapport van Stefan Everts

Als kind was mijn idool …
Mijn vader, Erik Geboers en Johnny O’Mara.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Valentino Rossi. Hij was jaren top, belandde in een dip, maar blijft toch doorgaan. Knap.

Mijn mooiste sportmoment?
Mijn tiende wereldtitel in Namen, op de dag dat mijn zoontje twee jaar werd.

Mijn grootste ontgoocheling?
De wereldtitel die ik in 1994 verlies van Greg Albertyn. Ik ben daar drie maanden niet goed van geweest. Ik heb aan stoppen gedacht. Tot ik me afvroeg wat ik in de plaats zou doen.