Heerlijk nuchter, die Stijn Devolder, 38 in augustus. Geen praatjesmaker, ondanks drie nationale titels en twee Rondes op zijn palmares. Ontdooit als hij zich goed voelt. Dat doet hij ook in dit gesprek. Ontdooien, en vrijuit praten. Over spijt van een gemiste jeugd. Over Lance Armstrong, nog steeds zijn idool. Over Monaco en Deerlijk.

Zijn verhaal begint in Bavikhove, het nietige dorpje aan de Leie dat onder aanvoering van Wim Opbrouck in opstand kwam tegen de mannen uit Brussel om de West-Vlamingen niet langer te ondertitelen op tv. Devolder ligt er niet wakker van. Spreken doet hij niet graag. Hij groeide op in een werkmansgezin, zoals hij dat noemt. “Vader lasser, moeder in de textiel: heel gewone mensen. Vandaag zijn ze met pensioen. Ik heb één jongere zus. Hoe ik mijn jeugd zou omschrijven? Als eenvoudig en zorgeloos.”

Zat het koersen in de familie?

Neen, ik ben de eerste, en nog steeds de enige. Vreemd eigenlijk. Koers was altijd mijn grote passie. De jaarlijkse koers in Bavikhove en de E3-prijs in Harelbeke waren hoogdagen voor mij. Ik ben ook vroegtijdig met school gestopt. Ik wou alleen maar koersen. Mijn ouders vonden dat maar niets. Zij zagen mij liever een diploma halen.

Wat zou jij doen mocht je zoon of dochter, die nu tien en elf zijn, willen koersen?

Ik raad hen dat af. Ik weet hoeveel opofferingen dat vraagt. Op de duur ben je zo hard met je sport bezig dat het gevaarlijk wordt. Ik wil dat ze kind kunnen zijn en genieten van hun jeugd. Ik heb dat gemist. Ik heb geen jeugd gehad. Dat betreur ik. Ik was alleen maar met koers bezig. Ik wil niet dat mijn kinderen hetzelfde meemaken.

Is je palmares dat niet waard geweest?

Dat wel. Maar wie is dat gegeven? Je hebt geen zekerheid op dat palmares. Een diploma geeft je wel een zekerheid. De top is maar voor een kleine groep weggelegd.

Je begon je carrière bij het Amerikaanse US Postal van Lance Armstrong. Hoe was dat?

(met blinkende ogen) Heel speciaal. Je moet weten dat ik een verlegen iemand ben. Dan kom je daar toe in Amerika. Je eerste stage is in Texas, waar Lance woont. Een nieuwe wereld ging open voor mij. Maar ik heb er direct mijn draai gevonden. Lance was echt mijn idool, en nog steeds. Ik vind het schandalig hoe hij vandaag behandeld wordt. Hypocriet zelfs. Iedereen weet dat hij niets anders gedaan heeft dan de rest. Maar hij moet blijkbaar het kruis dragen. (feller) Dat maakt mij kwaad, echt.

Moest jij ook doping pakken?

Neen, ik heb het nooit aangeboden gekregen. Je voelde wel dat je als jonge renner geen resultaten kon rijden. Dat had een reden. Dat is vandaag anders. Vandaag zijn die praktijken onbestaande, denk ik.

“Ik raad mijn kinderen af te koersen. Ik wil dat ze kind kunnen zijn en genieten van hun jeugd. Ik heb dat gemist.”

Van 2008 tot 2010 koers je voor Quick Step en win je twee keer Vlaanderens Mooiste. Waren dat de gelukkigste jaren in je carrière?

Dat waren zeker sportief mijn beste jaren. Ik voelde mij goed bij Quick Step. Ik mocht altijd mijn kans gaan. En de sfeer onder de renners zat goed. Ik heb dat nodig om te presteren. Dat heb ik nadien niet meer meegemaakt. Ik had er eigenlijk niet mogen vertrekken. (zwijgt even) Vacansoleil kwam met een grote zak geld. Ik kon er veel meer verdienen. Je mag niet vergeten vanwaar ik kom. Wij hadden geen overschot thuis. Als je dan zo’n voorstel krijgt, dan doe je dat. Als coureur probeer je in korte tijd binnen te zijn. Ik denk dat dat normaal is. Maar sportief was dat een foute keuze.

Je kreeg veel kritiek in die jaren. En net dan, in 2011, stierf je vriend Wouter Weylandt.

Dat was de zwaarste periode in mijn leven. Ik zat sportief in een diep dal. En ik kon niet goed omgaan met die kritiek. En dan Wouter. (zwijgt even) Ik was zó kwaad op de koers. Het interesseerde mij niet meer. Ik heb toen lange tijd op automatische piloot gereden. Omdat je werkgever dat verwacht. Compassie krijg je niet.

Je won de Ronde in 2008 én in 2009. Er zijn er voor minder tot halfgod uitgeroepen. Jij niet. Hoe komt dat?

Je creëert dat zelf, hè. Ik ben een verlegen type, geen roeper. Ik heb tijd nodig om open te bloeien. Dan ben je al minder aantrekkelijk. En ik heb ook altijd aan de verleidingen naast de koers kunnen weerstaan. Glitter en glamour zijn niets voor mij. Dat zou mij ook niet afgaan.

Geen Monaco voor jou?

O neen. Ik zou het geen maand volhouden in het buitenland. Ik ben zeer honkvast. Wij wonen in Deerlijk, buurgemeente van Bavikhove. Mijn vriendin Tamara is hier opgegroeid. Ik zou hier nooit meer wegwillen.

En toch is de flamboyante Eddy Planckaert je jeugdidool. Trekken tegenpolen elkaar aan?

Waarschijnlijk wel, hè. Maar het is meer dan dat. Mijn eerste herinnering aan de koers is de overwinning van Eddy in de Ronde, in 1988. Ik denk zelfs dat die wedstrijd de reden is van mijn grote liefde voor de Ronde. Ik heb eigenlijk alles te danken aan Eddy. (lacht)

“Ik wil nog één mooie koers winnen. Ik hoop binnenkort een nieuw contract te tekenen tot eind volgend jaar.”

Dat de Tour nooit gelukt is, is dat een smet op je blazoen?

(blaast) Ik zie dat zo niet. Ja, ik had grote ambities in 2008. Ik voelde me klaar voor een zeer hoge plaats. Dan spreek ik over top vijf. In mijn hoofd dacht ik zelfs ooit de Tour te kunnen winnen. Die ambitie had ik. Maar dan word je ziek in de eerste week. Je houdt nog even stand, maar je moet uiteindelijk toch opgeven. Dat was een zware klop. Ik had er meteen een degout van. Ik had me maanden keihard toegelegd op de Tour, en dan dat. Ik wou dat niet meer. Ik denk dat ik ook Parijs-Roubaix had kunnen winnen. En Luik-Bastenaken-Luik. Maar dat is nooit gelukt. Als ik een grote koers wou winnen, dan moest ik mij maandenlang volledig kunnen focussen. En die opoffering kon ik alleen brengen voor de Ronde.

Hoe zie jij je toekomst?

Ik wil nog één mooie koers winnen, en liefst in het voorjaar. Ik hoop binnenkort een nieuw contract te tekenen tot eind volgend jaar. Ik doe liever een jaar te veel dan een jaar te weinig. Als je stopt, dan kan je niet meer terug, zeker op mijn leeftijd.

Doe je ook verder voor het geld? In het leven dat hierna komt, zal je altijd minder verdienen.

Neen, ik koers niet meer voor het geld. Ik doe dit uit passie. Ik voel weer de goesting om te trainen en mezelf te verzorgen. Ik was dat kwijt bij Trek. Ik moest er alleen maar in dienst rijden van Cancellara. Ik heb getwijfeld toen. Veranda’s Willems-Crelan kwam net op tijd. Ik voel me opnieuw echt goed in mijn vel in dit team. Dat heb je nodig als je 38 bent. Anders kan je die opofferingen niet meer brengen. Fysiek voel ik me nog topfit.

Kan die ene zege vandaag komen, op het BK in Antwerpen? Een vierde titel zou je tot mederecordhouder maken, met Tom Steels.

Wie weet. Maar ik ben net terug uit blessure. Dat is een serieuze handicap. Het vlak parcours speelt wel in mijn voordeel. Ik zet mijn geld in op ploegmaat Wout van Aert, hij is indrukwekkend goed bezig. Of wie weet Timothy Dupont (ook een ploegmaat, red.): die zit heel dicht bij zijn eerste overwinning.

Weet je al wat volgt na de koers?

Dan wil ik iets doen in de landbouw. Iets met machines. Loonwerk of zo. Ik had als kind twee passies: koers en landbouw. Ik heb die nooit losgelaten.

Hoort een tweevoudig Rondewinnaar geen champagne te slurpen in een casino in plaats van kou te lijden op een tractor?

(ernstig) Ik denk dat dat snel verveelt, champagne slurpen. Je kan dat een keer doen in het weekend, en dat kan eens leuk zijn, maar dat lukt je niet van ’s morgens tot ’s avonds. Ik moet iets om handen hebben, anders word ik zot.

 

Het sportrapport van Stijn Devolder

Als kind was mijn idool …

Eddy Planckaert.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Lance Armstrong, de grootste coureur die ik gekend heb.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn eerste Ronde in 2008, in de Belgische trui. Ik herinner me weinig van die 25 kilometer dat ik alleen weg was. Ik was zo in trance. Ik dacht maar aan één iets: koersen, Stijn, koersen.

Mijn grootste ontgoocheling?

Dat kan ik zo niet zeggen. Misschien de keuze voor Vacansoleil.

 

(foto belga)