Stoffel Vandoorne doet ons land weer dromen van grote prestaties in de Formule 1. En dat is al even geleden. Zijn adelbrieven liggen op tafel. Wereldkampioen in de GP2, zeg maar de wachtkamer van de Formule 1, met een recordaantal overwinningen. Toch moet de 23-jarige West-Vlaming nog even geduld uitoefenen. Komend seizoen is Vandoorne reserverijder voor McLaren-Honda. In de pikorde komt hij na Fernando Alonso en Jenson Button. “Maar in 2017 moet het gebeuren: langer kan ik niet meer wachten.”

Nico Rosberg, Lewis Hamilton, Nico Hülkenberg: de illustere namen van zijn voorgangers op de erelijst van de GP2 liegen er niet om. Stuk voor stuk rijders die het maken in de Formule 1. Dat is ook de grote droom van Stoffel Vandoorne. Hij heeft er een fenomenaal seizoen opzitten. Al blijft hij nuchter. “Ik wist dat ik het kampioenschap moest winnen als ik de stap wou maken naar de Formule 1. En liefst zelfs domineren van begin tot einde. Dat is uiteindelijk ook gelukt.”

Toch heb je voor komend seizoen geen zitje veroverd. Vrees je niet je momentum te verliezen?
Ja, natuurlijk. Het zou ideaal geweest zijn mocht ik nu mijn zitje hebben. Zowat alle kampioenen van de GP2 zijn het jaar erna in de Formule 1 beland en zijn er ook succesvol. Het niveau kan ik aan, dat heb ik bewezen. Helaas blijkt die wereldtitel voor mij geen garantie op een zitje. Maar goed, ik zal nog één jaar geduld uitoefenen. In 2017 moet het dan gebeuren. Langer kan ik niet meer wachten. Of mijn moment zal inderdaad gepasseerd zijn. Er komen elk jaar andere rijders bij. Als het in 2017 niet lukt, dan moet ik mijn focus verleggen naar andere klassementen en daar carrière maken.

Heeft je team McLaren-Honda beloftes gemaakt voor 2017?
Nee, zo werkt dat niet. Ik zal me moeten bewijzen. Als reserve- en testrijder moet ik op elk moment klaarstaan om Fernando of Jenson te vervangen als er iets met hen gebeurt. Let op: ik zit nog steeds in een sterke positie. Dit kan ook een leerrijk jaar worden voor mij. Ik word heel close betrokken bij het hele F1-team. Ik zal ook op elke Grand Prix aanwezig zijn.

Ga je nog een ander klassement rijden?
Dat is de bedoeling. Als kampioen mag ik de GP2 niet meer rijden. Een optie is bijvoorbeeld de Super Formula in Japan. Een jaar niet rijden zou niet goed zijn.

“Ik wil carrière maken bij een groot team waar je voor de prijzen kan meerijden.”

Je hoort wel eens dat je geld nodig hebt om de stap naar de Formule 1 te zetten. Is dat jouw probleem?
Ja en neen. Geld kan helpen om een zitje te veroveren bij een kleiner team als Manor of Sauber. Een Felipe Nasr (Sauber) heeft de Banco do Brasil achter hem staan. Als Belg is het niet zo gemakkelijk om grote sponsors aan te brengen. Anderzijds: zou een team als Manor toekomstgericht een goed team zijn voor mij? Ik betwijfel dat. Ik wil carrière maken bij een groot team waar je voor de prijzen kan meerijden. Daarom is het misschien niet slecht om nog één jaar te wachten en dan bij een groot team aan de slag te gaan. Er zijn een vijftal teams die geen geldproblemen hebben. McLaren-Honda is één ervan.

Heb je nog niet op de deur van Marc Coucke geklopt? Hij is zijn miljoenen aan het uitdelen.
Nee, nog niet (lacht). Al zou het misschien wel goed zijn eens te spreken met hem. Ik vind het mooi dat er mensen zijn die willen investeren in sport. Als zo iemand achter je staat, maak je natuurlijk meer kans op een zitje in de Formule 1.

Stoffel won dit jaar de GP2, de wachtkamer van de Formule 1. (foto belga)
Stoffel won dit jaar de GP2, de wachtkamer van de Formule 1. (foto belga)

Jij zit in één team met Fernando Alonso en Jenson Button, twee wereldsterren. Hoe is je relatie met hen?
Goed. Ik heb door mijn prestaties respect afgedwongen. Zij doen heel normaal tegen mij. Natuurlijk blijf je wel ergens elkaars concurrent. Dat is in elk team zo.

Hoe is jouw verhaal gestart? Kom jij uit een racefamilie?
Nee, totaal niet. Mijn vader is architect, mijn moeder huisvrouw. Toen mijn vader het restaurant van de indoorkarting in Kortrijk tekende, nam hij me mee. Ik was zes jaar toen en de grote baas van de karting liet me in een gocart rijden. Ik heb ook andere sporten gedaan, voetbal, tennis, zwemmen. Maar karting was wat ik het liefste deed. Ik kan moeilijk uitleggen waarom. De snelheid, de competitie, de kick van het winnen: het zal wel een combinatie van dat allemaal zijn.

Wie heeft jouw talent ontdekt?
Ik ben mijn eigen weg opgegaan. Mijn vader was mijn chauffeur. Ik ben begonnen met indoorkarting en daarna outdoorkarting. Ik ben Belgisch kampioen geworden en vicewereldkampioen. Op mijn zeventiende nam ik deel aan een selectieproef van de RACB, de Belgische Automobielfederatie. De winnaar zou een stek in het nationaal team krijgen en mocht deelnemen aan de Formule Renault 1.6. Ik heb die proef gewonnen. Zo is mijn carrière echt van start gegaan. Ik heb toen wel het geluk gehad dat mijn vader dankzij zijn connecties enkele sponsors kon aanbrengen. Dat besef ik.

Heb jij gestudeerd?
Ik heb mijn middelbaar diploma industriële wetenschappen behaald. Daarna heb ik voluit gekozen voor de autosport. Ik zat al in het internationaal circuit en voelde ook wel dat ik talent had. Mijn keuze was snel gemaakt. Mijn ouders hebben langer getwijfeld (lacht).

Zijn ze vandaag fier op je prestaties? Of zijn ze eerder bang dat je iets zal overkomen?
Mijn moeder is wel wat bezorgd. Zij komt één of twee keer per jaar kijken. Maar ik weet niet of ze echt kijkt. Waarschijnlijk niet. Te bang dat mij iets zal overkomen. Mijn vader heeft dat minder. Hij komt vaker kijken. Ik weet ook dat er risico’s aan de sport verbonden zijn, maar ik lig daar niet wakker van. Ik voel me ongelooflijk relaxed in een raceauto.

Jij woont bij je moeder in Rumbeke. Moet jij niet naar Monaco verhuizen, het Mekka van de autosport?
Monaco heeft zijn voordelen natuurlijk, maar neen, voorlopig zit ik goed in België. Ik ben ook zelden thuis. Hooguit enkele dagen per maand. Ik heb er wel aan gedacht naar Engeland te verhuizen waar de hoofdzetel van McLaren is. Ik moet daar vaak zijn. Maar goed, dat is in het zuidwesten van Londen en dat is maximaal vier uur rijden vanuit Rumbeke.

In België wordt autosport niet gezien als een echte sport.

Hoe verklaar jij de tanende populariteit van de Formule 1?
Oei, geen idee. Hoe bedoel je juist?

Sponsors en kijkers haken af. Zit de technologische vooruitgang de heroïek in de weg? F1-baas Bernie Ecclestone ziet daarin een verklaring: het is de laatste jaren door alle hulpmiddelen veel eenvoudiger geworden een F1-wagen te besturen.
(denkt na) Het is natuurlijk anders dan vroeger. Toen was het meer de rijder en zijn auto, terwijl er nu voortdurend communicatie is met de rest van het team. Maar het is nog altijd moeilijk, hoor. Een gewone mens zou die auto niet kunnen besturen. Maar ik weet niet of dat de populariteit geen goed doet. In 2017 worden de reglementen wel aangepast: dan zouden de auto’s weer 4 à 5 seconden sneller rijden per ronde. Afwachten of dat helpt.

Ben je al ontvangen door de koning voor je wereldtitel?
Nee. Ik heb nog niemand gehoord. Dat zou natuurlijk wel leuk zijn: het zou een erkenning betekenen. Maar het is niet iets waar ik mee bezig ben. In België wordt autosport niet gezien als een echte sport. Zolang de F1-wereld zelf maar weet wat mijn prestaties waard zijn.

Het sportrapport van Stoffel Vandoorne

Als kind was mijn idool …
Een echt idool had ik niet. Ik keek wel op naar rijders zoals David Coulthard en Mika Häkkinen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Dat is moeilijk. Ik volg vele sporten, maar ik kan er niet één iemand uitpikken.

Mijn mooiste sportmoment?
Mijn titel in de GP2 dit seizoen.

Mijn grootste ontgoocheling?
De GP2 Monaco vorig jaar. Door een strategische fout was het weekend om zeep. Dat was een moeilijke periode.