Dat hij de beste cyclocrosser aller tijden is, laat ons het daarover maar eens zijn. Van een zwart gat is er geen sprake drie maanden na zijn afscheid. Sven Nys, de Kannibaal van Baal, bouwt mee aan een opleidingscentrum, is manager van Telenet-Fidea en doet lezingen. In zijn achterhoofd sluimert ook de politiek. Of beter: een beleidsfunctie. In de sport, uiteraard. Hij trekt meteen stevig aan de alarmbel.

Dat het goed gaat met hem. En dat hij nog geen seconde spijt heeft gehad van zijn beslissing om te stoppen. Sven Nys, 40 in juni, zal het meermaals benadrukken tijdens ons gesprek. “Ik heb elke dag het gevoel dat ik het juiste moment uitgekozen heb. Ik had nood aan een nieuwe uitdaging. Ik had het na twintig jaar wel gezien.”

Bart Wellens was na zes maanden 12 kilogram bijgekomen. Hoe zit dat bij jou?

Ik ben niet van plan veel gewicht bij te pakken. Ik blijf bewust bezig met voeding en ik blijf sporten. Elke dag. Fietsen of lopen. Ik heb dat nodig om te functioneren. Ik zou er binnen vijf jaar niet anders willen uitzien dan nu.

Heeft dat met ijdelheid te maken?

Voor een stuk wel, ja. Ik vind ook niet dat je jongeren kan begeleiden of speeches kan geven over gezondheid als je erbij loopt met een buik. Ik heb altijd met de rem op geleefd, en dat zal nu niet anders zijn. Ik verlies niet graag de controle over mezelf. Let op, ik feest wel eens graag. Maar als ik voel dat het beste eraf is, ga ik naar huis. Ik denk dat ik dankzij die levensfilosofie ook geloofwaardig ben. Als je de helft van je carrière in de kroeg hebt gehangen, kan je toch geen leidende functie opnemen of een voorbeeld zijn?

Jij combineert nu vele jobs. Mag ik stellen dat je van een eentonig naar een gevarieerd leven bent overgeschakeld?

Dat is het helemaal. Vroeger was het trainen, eten en slapen. Voor al de rest had ik oogkleppen op. Nu kan ik eens nadenken over andere dingen. Ik heb ook een relaxter leven. Ik wil mij natuurlijk keihard bewijzen in wat ik doe, maar dat is minder stresserend dan elke dag opnieuw meer en beter te willen doen. Ik heb twintig jaar lang nooit kunnen loslaten, zelfs op vakantie niet. Die knop is helemaal omgedraaid.

Ik fiets niet graag in Vlaanderen. Het is goed om te verongelukken.

Mis je die kick van het winnen niet?

Nee, totaal niet. Misschien heb ik genoeg kicks gehad? Misschien was dat op het einde zelfs geen kick meer, was het winnen normaal geworden? Echt waar, ik mis helemaal niets. Ook de aandacht niet. Het liefst van al zou ik in alle anonimiteit verder leven.

Dan heb ik slecht nieuws. Dat zal niet lukken.

(lacht) Dat weet ik. Alhoewel, voorbij de grens met Wallonië weet 90 procent niet wie Sven Nys is. Ik wil vooral zeggen: ik hoef niet meer in de belangstelling te staan met mijn prestaties om mij goed te voelen.

Wil je ook naast de sport iets doen? De politiek bijvoorbeeld?

(blaast) Iets beleidsmatig en sportgerelateerd zou me wel liggen. Ik weet niet of dat via de politiek moet. Misschien wel, ja. Al word je dan in een hokje geduwd. En moet je mensen tegen de borst stoten. Dat doe ik niet graag. Maar goed, ik heb wel mijn ideeën op dat vlak. Wij moeten op topsportgebied zoveel beter kunnen in dit land.

Vertel.

Het grootste probleem is dat ons land in twee gesplitst is. Dat maakt alles ingewikkeld en duur. Waarom moet je voor elke sport twee federaties hebben? Dat maakt dat je twee keer zoveel mensen moet betalen. Of neem de infrastructuur. Als je in Vlaanderen iets uitgeeft, moet je dat in Wallonië ook doen. Dat snap ik niet. We zouden zoveel meer kunnen opbouwen als we als één land zouden werken. Die erbarmelijke infrastructuur is het tweede probleem. Motorcross, mountainbike, die sporten bloeden dood. Als onze Olympische medaillekandidaat Bart Swings wil schaatsen, moet hij naar Nederland. Ik kan nog even doorgaan. Na elke Spelen worden grote plannen uitgesproken, maar die worden nooit uitgevoerd. Wat Nederland kan, moeten wij toch ook kunnen?

Is het daar echt zoveel beter?

Kijk alleen al naar het aantal medailles. Of kijk naar de fietspaden. Ik geef het niet graag toe, maar ik fiets niet graag in Vlaanderen. Het is goed om te verongelukken. Wij zouden ook één locatie moeten hebben waar alle Olympische atleten terecht kunnen, waar alle knowhow verzameld zit, zoals Papendal in Nederland. Andere sporters zien sporten stimuleert.

Ik mis helemaal niets. Alleen als de Spelen starten, zal ik misschien spijt hebben.

Waar wacht je op? Mensen als jij moeten die stap durven zetten.

Dat klopt. Maar als je dat doet, moet je dat voltijds doen. Ik weet niet of ik daar al klaar voor ben. (zwijgt even) Maar het houdt me wel bezig, ja. Sport is zo belangrijk: het brengt mensen bij elkaar. Je moet daar veel meer in investeren. We zijn al zo’n verdeeld land.

Jouw afscheid was ongezien in de Belgische sport. Wat heeft dat met jou gedaan?

Ik ben heel trots dat zoveel mensen dat mee gevierd hebben. Het laatste jaar was één grote droom. Dit was hoe ik het wou. Het heeft het zelfs overtroffen. Ik denk dat ik duizenden fans heb bijgekregen. En dan die Wereldbekerwinst in Koksijde tegen Wout van Aert, de sterkste man van het moment: dan was de cirkel helemaal rond. Daarna was winnen geen prioriteit meer.

Het kan verkeren. In 2000 kreeg je nog de natie over je heen toen je op het WK weigerde achter Groenendaal te rijden.

Ik heb nog altijd het gevoel dat ik toen de juiste keuze gemaakt heb. Ik wou zelf winnen, voilà. Had ik achter Groenendaal gereden, dan zou Mario (De Clercq, red) mij geklopt hebben. Ik hoopte dat hij de kloof zou dichten. Maar goed, ik had mijn tactiek, hij de zijne, en we hielden allebei voet bij stuk.

En de Nederlander won.

Oké, had ik gereden, had er misschien een Belg gewonnen. Maar wat was ik daarmee? Ik wou zelf winnen.

Zat Rio niet in jouw achterhoofd als ultiem afscheidsconcert?

Dat klopt. Zelfs toen ik mijn laatste jaar inging, speelde ik nog met de idee naar de Spelen te gaan. Ik ben nog altijd regerend Belgisch kampioen mountainbike. Maar ik zag het uiteindelijk niet zitten nog eens een zwaar gevecht aan te gaan. Ik wou ook niet deelnemen om de hoop te vullen. (zwijgt even) Maar als ik eerlijk ben, ja, dan zal ik er deze zomer misschien wel spijt van hebben. Het zal wel kriebelen als de Spelen van start gaan. Dat zal ik bij het nieuwe crossseizoen niet hebben. Daar ben ik zeker van. Ik heb twee Spelen meegemaakt, Peking en Londen, en dat waren fantastische ervaringen. Dat is je kinderdroom waarmaken. En dankzij Peking ben ik Sportman van het Jaar geworden.

Jij hebt veel opofferingen moeten maken voor je sport. Is je scheiding een gevolg daarvan?

Dat zal er wel mee te maken hebben. Een sporter is veel met zichzelf bezig. Je staat vaak in de belangstelling. Je wordt voor een stuk ook geleefd. Dat gaat ten koste van het gezin. Ik ga mijn verantwoordelijkheid niet uit de weg. Al zijn er van beide kanten fouten gemaakt. Maar goed, dat is verleden tijd. Ik ben gelukkig nu in mijn nieuwe relatie, de band met mijn zoon Thibau is heel goed. Dat is het belangrijkste.

Hij heeft ook talent op de fiets. Welke rol speel jij in zijn carrière?

Die van papa. Ik stuur hem niet in een bepaalde richting. Ik vraag hem ook niet op zijn voeding te letten of zo. Als hij twee uur voor de koers een hamburger wil, dan doet hij maar. Hij is dertien. Ik zie wel dat hij met veel passie koerst. Dat is voor mij het belangrijkste. Ik leer hem wel omgaan met tegenstanders en de buitenwereld. Ik wil hem de juiste opvoeding meegeven.