The Calicos are the winners of Humo’s Rock Rally 2018’: het staat trots op hun vi.be-pagina, maar de bandleden zelf kunnen het nog steeds niet helemaal geloven. “Ik had het iedereen van de finalisten gegund”, klinkt het genereus, maar zo werkt een wedstrijd natuurlijk niet. Het sextet bleek met hun ‘Antwerp Americana’ de beste, en kan zo aan een beloftevolle carrière beginnen. “Dit is het resultaat van jarenlang hard werken.”

Matthieu Van Steenkiste

Voelden jullie dat The Calicos een van de favorieten was?

Quinten Vermalen (gitaar, zang): In de recensies op voorhand voelden we wel dat we een van de favorieten waren, maar we hebben er voor gewaakt om dat niet te hard in ons hoofd te steken. Misschien dat we daarom ook zo geschrokken waren toen we uiteindelijk toch de winnaar bleken te zijn. Toen de jury aan de uitslag begon, was de Rock Rally voor mij al lang voorbij. Ik had nooit gedacht dat we zouden winnen, en de derde plaats ging naar Emy, Lagüna werd tweede. Daar zag ik ons echt niet voorbij schieten. Geen idee wie dan wél eerste had moeten zijn, daar dacht ik ook niet over na op dat moment, maar wij? Neen, dat zag ik niet aankomen.

De grootste lof die jullie werd toegewuifd, was dat jullie als een echte band overkwamen. Het resultaat van jarenlang werken?

Quinten: Dat denk ik wel, waardoor we een zekere maturiteit hebben. Ik vond het een erg mooi compliment om te lezen dat we elkaar geen seconde voor de voeten liepen in de muziek. Daar hebben we echt voor gewerkt. We spelen al lang samen, want Maxim is mijn broer en Aaron, onze pedalsteelman, onze neef. We vertrouwen elkaar dus op het podium, wat ons toelaat om net iets meer aandacht te hebben voor de songs, het publiek, en misschien wel wat we zelf spelen. Ik kan er als frontman bijvoorbeeld zeker van zijn dat Maxim op zijn drums zal doen wat is afgesproken.

Eigenlijk begonnen jullie als begeleidingsband van de in Antwerpen wonende Amerikaanse songwriter Matt Watts, niet?

Maxim Vermaelen (drums): Arne, onze toetsenist, of Guido (bas, red), kende hem, denk ik. Ik zag hem eens spelen in Gent, waar ik studeerde, en hij vond het interessant dat ik drummer was, gezien hij met het idee speelde om een plaat op te nemen. Zo is de kern van The Calicos ontstaan. Uiteindelijk ging Matt bij Stef Kamil Carlens spelen. Wij vonden het fijn genoeg met elkaar om zonder hem door te gaan.

Quinten: Daarna hebben we een tijd niet meer opgetreden, en vooral aan onze songs gewerkt. Podiumervaring hadden we genoeg, het was veel meer de vraag waarmee we opnieuw het podium zouden opzoeken.

Quinten, op het podium zagen we je al eens de gitaarheld uithangen, met de gitaar vooruit solerend op de rand van het podium. Is het tijd voor eerherstel voor de gitaarsolo?

Quinten: (lacht) Absoluut. Doe ik graag, zie ik graag. Je ziet minder en minder muzikanten die het durven, maar ik vind dat wel cool als er op een optreden één de gitaarheld uithangt. Dat is bangelijk. En het mag opnieuw, wat leven op het podium. Het moet niet allemaal zo depressief of serieus.

Sander: De norm is nogal lang het in zwart licht uitgelichte indierockbandje geweest, The National en zo. Dat is er aan het uit gaan. Je voelt ook dat het publiek daar enthousiast op reageert als Quinten zo naar voor komt. Dat bewijst dat ze dat graag hebben.

Wat zijn de toekomstplannen nu? Mogen we snel een debuutplaat verwachten?

Quinten: We hebben songs genoeg om een goeie set te spelen, en willen nu eerst en vooral focussen op optredens deze zomer en nadien. Het plan is om toch al vrij snel een single uit te brengen. Welke? Goeie vraag, dat hebben we elkaar ook al gesteld. Er zijn een drietal kanshebbers. Een plaat zien we wel als we weten wat die concerten voor ons doen. We hebben nog niet veel opgetreden, zeker niet in goeie omstandigheden, dus laat ons eerst maar wat inspelen, dan wordt die plaat ook beter, als we weten welke songs marcheren en welke niet. Het kan immers nog veel beter dan nu.

Maxim: De muziekindustrie werkt ook anders dan vroeger. Met een single kun je tegenwoordig ook al heel ver raken. We moeten dus niet zomaar een plaat maken om aandacht te krijgen, want de tijd dat een platenfirma dat betaalde is ook voorbij. Het wordt een investering die we zelf moeten doen, waar we onze tijd voor willen nemen zodat we iets goeds afleveren.