Theo Francken: you love him or you hate him. Voorstanders smullen van zijn krachtige taal, tegenstanders walgen ervan. Vlaanderens’ populairste politicus maakt vandaag de balans op. “Ik ben mezelf al tegengekomen. Wie op deze stoel zit, is wél een Romeinse keizer.” Toch ziet hij een tweede legislatuur op Asiel en Migratie zitten.

Theo Francken is veertig geworden in februari. Hij heeft een opmerkelijk parcours achter de rug. Als kind wou hij boer worden. “Ik kom van het platteland. Het buitenleven heeft me altijd aangesproken.” Als achttienjarige koos hij voor de opleiding Pedagogie. “Jeugdwerk en onderwijs fascineren mij. Vandaar die keuze.” Maar zijn roeping zou uiteindelijk de politiek blijken. “Voor wie maatschappelijk engagement wil opnemen én een grote verontwaardiging bezit, is de politiek de beste plek.” Toch laat hij die andere fascinatie niet los. De Lubbekenaar droomt ervan ooit een eigen school op te richten.

Waarom?

Ik ben bezorgd over enkele evoluties in ons onderwijs. Neem de eindtermen. Ik vrees dat expert Dirk Van Damme gelijk heeft dat de lat te laag wordt gelegd. Ik revolteer daartegen. Onderwijs moet elitair durven zijn. Helaas is dat een taboewoord geworden. Let wel: ik bedoel intellectueel elitair, niet sociaal elitair. Ik wil niet alleen advocatenkinderen in mijn school. De uitstroom moet wél top zijn. Dat is vandaag niet het geval. Leerlingen moeten niet meer weten wanneer Wereldoorlog II plaatsvond, ze moeten het kunnen opzoeken op Wikipedia. Sorry, dat is niet mijn model. De PISA-resultaten tonen ook aan dat onze leerlingen naar beneden donderen, op verschillende vlakken.

Hoe ziet u het niveau van de leerkrachten?

Dat is een tweede bezorgdheid. De kwaliteit van de instroom daalt. De helft komt uit TSO en BSO. Vroeger was dat ondenkbaar. (feller) Dat op het schoolbord een dt-fout staat, vind ik niet kunnen. Maar dat gebeurt dus wel, hè. Ik scheer niet iedereen over dezelfde kam, we hebben ook veel goede leerkrachten, maar het algemene plaatje maakt mij bezorgd. Nu ga ik Crevits weer over me heen krijgen. Het zij zo.

Wanneer gaat u die droom waarmaken?

Ik ben amper veertig jaar, en zit nog vol energie. Tijd zat dus.

Vier jaar geleden bent u staatssecretaris geworden. Heeft dat uw leven omgegooid?

Dat zou ik niet zeggen. Asiel en Migratie is natuurlijk een zware portefeuille, ook op menselijk vlak. Er is een reden waarom niemand dat twee legislaturen na elkaar gedaan heeft.

“De kwaliteit van de instroom daalt. De helft van de leerkrachten komt uit TSO en BSO. Vroeger was dat ondenkbaar.”

Zou u het willen?

Ja, op voorwaarde dat de kiezer een duidelijk mandaat geeft. Het werk is bijlange niet af. Maar we zijn goed bezig. Ik voel meer en meer steun voor mijn discours in de Europese Raad. Vier jaar geleden stond ik alleen met mijn pleidooi. Vandaag zitten we met twaalf landen op dezelfde lijn.

Kan een staatssecretaris een goede vader zijn?

Ik mag het hopen. Voor een regeringslid maak ik veel tijd vrij voor mijn kinderen. Maar dat is natuurlijk relatief. Ik heb vrienden die meer tijd hebben omdat ze een ander professioneel parcours volgen. Ik doe wat ik kan, dat weet ik zeker. Ik zal niet die politicus zijn die later spijt heeft dat hij zijn kinderen niet zag opgroeien.

Doet u zich publiek stoerder voor dan u bent?

(aarzelend) Wellicht wel. Hoe zeggen ze dat? Stoere bolster, zachte pit. Ik kan emoties tonen, maar doe dat niet aan iedereen. Ik geef geen interviews aan Dag Allemaal en doe geen optredens in Gert Late Night. Dat is niets voor mij. Ik heb één keer Van Gils & Gasten gedaan. Goedele Liekens zat daar ook met een plastieken clitoris. Wat doe ik hier, dacht ik. In die zin hou ik vast aan het originele partijprogramma van N-VA.

U bent een uitzondering.

(fijntjes) Ik ben een leerling van Geert Bourgeois.

Twijfelt u soms aan uw beleid?

Ik ben heel vastberaden. Ik weet heel goed welke richting ik uit moet en wat mijn ideaal is. Als ik twijfel, is dat over individuele dossiers. Mijn voorganger Maggie De Block zei eens dat ze geen Romeinse keizer is. Dat klopt niet. Wie op deze stoel zit, is dat eigenlijk wel. Jij kiest: blijven of weg. Dat is vaak héél zwaar.

Wat was de moeilijkste beslissing?

Het Kosovaarse meisje Djellza uit Mechelen. Haar ouders hebben acht keer het bevel genegeerd om het grondgebied te verlaten, haar drie broers zijn criminelen. Zij stuurde mij een brief: dat ze zestien is, verpleegster wil worden en niet begrijpt waarom ze naar een land moet waar ze niemand kent en zelfs de taal niet spreekt. Ze schreef ook dat ze haar broers niet eens leuk vindt. (zwijgt even) Ik ben toen mezelf tegengekomen. Ik kwam ’s avonds thuis en keek in de spiegel: ik was kapot. Wie dan niet twijfelt, is geen mens.

Wat hebt u beslist?

(steekt duim omhoog) Zij mocht blijven.

Wat is uw ideaal migratiemodel?

Op vlak van asiel pleit ik voor het Australisch model. Wie illegaal de boot neemt, komt er niet in. Europa mag geen mensensmokkelaars en illegale migratie tolereren. We kiezen zelf wie de meest kwetsbare vluchtelingen zijn en vliegen die legaal over. Ik doe dat nu al meer dan vorige regeringen. Plus: we moeten méér geld investeren in opvang in eigen regio. Wat arbeidsmigratie betreft, is Canada een goed model: een land kiest zelf hoeveel en welke mensen nodig zijn voor de economie.

“Ik ben mezelf al tegengekomen. Wie op deze stoel zit, is wél een Romeinse keizer.”

Hoe ver staat uw beleid af van uw ideaal?

Da’s een goede vraag. (denkt na) Op vlak van asiel zitten we niet aan mijn ideaal, maar zie ik wel de steun toenemen in Europa. België kan niet op zijn eentje het Australisch model invoeren. Op vlak van terugkeer presteren we goed. Op vlak van arbeidsmigratie is de Europese single permit-richtlijn (de invoering van een gecombineerde verblijfs- en arbeidsvergunning, red) een stap in de goede richting.

U krijgt de kritiek dat uw daden niet stroken met uw woorden. Hendrik Vuye wijst erop dat de regering-Verhofstadt méér gedwongen terugkeer organiseerde, en de regering-Di Rupo méér vrijwillige terugkeer.

(zucht) Dat is appelen met peren vergelijken. Verhofstadt kon massaal repatriëren naar Roemenië en Bulgarije. Dat waren toen nog geen Europese lidstaten. Di Rupo heeft één keer meer terugkeer georganiseerd door de massale Balkaninstroom. Dat was ook niet moeilijk: dat waren fake asielzoekers. Wij kregen de voorbije jaren veel échte vluchtelingen binnen uit Syrië en Afghanistan. Die worden erkend, dat is gewoon zo. Sommige illegalen krijg je ook niet weg. Daarom zijn die akkoorden met de landen van herkomst zó belangrijk, net als het verhogen van het aantal plaatsen in gesloten centra. Ik investeer daar de helft van mijn tijd in. Kijk, ik ga geen tien op tien halen. Maar wat ik doe, is nooit eerder gebeurd. (feller) Het aantal uitgezette illegale criminelen is gestegen van 600 naar 1.800. Dat is het land effectief veiliger maken.

U hebt de Verklaring van Marrakech ondertekend voor meer reguliere migratie tussen Europa en Afrika en makkelijkere visaprocedures. Hoe rijmt dat met uw ideaal?

Wie niet samenwerkt met Afrika, geraakt nergens. Lees die tekst. (feller) Ik heb er geen problemen mee dat Afrikanen studeren en werken in Europa. Welkom, zeg ik. Dat is net legale migratie. Máár: tegelijkertijd is er afgesproken dat Afrikaanse landen harder moeten optreden tegen illegale migratie en mensensmokkel. Zo moet het.

In die Verklaring wordt ook aandacht gevraagd voor racisme. De link leggen tussen Arabische jongeren en stenen, helpt niet.

Ik heb dat gedaan naar aanleiding van een concrete casus in Anderlecht. Ik vond dat schokkend. Dat deed me denken aan de Palestijnse Intifada waar jongeren stenen gooiden naar politicombi’s. (zwijgt even) Goed, u hebt gelijk. Dat helpt het debat niet. Je mag niet veralgemenen. Ik aanvaard dat. Wie fel opgaat in gevoelige thema’s, is soms te scherp. Maar ik ben al voorzichtiger geworden, vind ik.

U werd van racisme beschuldigd.

(blaast) Dat raakt mij niet meer. Als ik een wetsontwerp indien, zet ik mijn timer op. Binnen de vijf minuten schreeuwt iemand van de linkse oppositie: discriminatie! Racisme verdient maatschappelijke aandacht. De uitwassen moeten eruit. Maar telkens de Vlaming racistisch noemen, helpt ook niet.

Volgens uw voorzitter is de dash uit de regering. Is dat zo?

(aarzelend) Ik begrijp hem. Een verkiezingsjaar is altijd moeilijk. De vorige campagne dateert al van vier jaar geleden: iedereen staat strak en scherp. Dat speelt dus zeker mee. Maar ik voel voor mezelf niet dat de dash eruit is. Ik heb nog te veel werk te doen.

Waarom hebt u neen gezegd toen Bart De Wever u vroeg om partijvoorzitter te worden?

Ik vind dat Bart dat keigoed doet. Hij mag van mij nog lang voorzitter blijven. Ik voel me ook goed op mijn departement, en wou mijn werk niet vroegtijdig stoppen.