Thomas De Gendt maakt stap voor stap komaf met de demonen uit zijn verleden: de pestkoppen, de strijd tegen anorexia, de stempel ondoordacht te koersen. De 31-jarige Oost-Vlaming behoort sinds dit jaar tot het select kransje renners dat ritten won in de drie grote Rondes. Wat er nog op zijn verlanglijstje staat? “Ik heb alles afgevinkt. Of neen. De bergtrui in de Tour.”

Van een lange vakantie kan de renner van Lotto Soudal niet genieten. Op 24 oktober zwaaide hij af in China, de Ronde van Guangxi, op 12 november hervat hij alweer de trainingen. In januari moet hij er staan in de Tour Down Under. Wat een renner in dat tussenseizoen doet? Gamen, zo blijkt. “Ik ben redelijk fanatiek”, lacht De Gendt. “Eens ik mij verlies in een spel, kan ik een hele dag doorgaan. Dat is al zo van toen ik kind was. Mijn vrouw is niet altijd even happy. Maar ze weet dat ik dit nodig heb om mij even af te sluiten.”

Heb je ook tijd goed te maken met je kinderen, Timo (3) en Amber (2)?

 Ja, natuurlijk. Gelukkig vindt Timo racespelletjes ook fantastisch. Hij gaat graag mee naar boven. (lacht) Als renner mis je veel van de opvoeding. Ik heb de twee babyborrels gemist, ik heb zelfs de doop van Amber gemist. Je probeert dat goed te maken door veel te Skypen. Maar je weet vooral dat dit niet voor de rest van je leven is.

Op 7 november is er de verkiezing Flandrien van het Jaar. Kan jij die winnen?

(resoluut) Neen. Van Avermaet wint. Logisch: hij is de eindwinnaar van de World Tour en won Parijs-Roubaix. Ik ben blij dat ik tot de vijf genomineerden behoor. Dat is al een erkenning. En dat wordt een leuk avondje uit. (lacht) Ik mag tevreden zijn over het voorbije seizoen. Ik heb een rit gewonnen in de Vuelta en in de Dauphiné, twee grote koersen, net als vorig jaar.

Vooral in de Tour viel je op. Je reed meer dan duizend kilometer in de aanval. Volgens Sven Nys zou je ook een rit gewonnen hebben, mocht je wat meer denken zoals Chris Froome.

Ik spreek dat tegen. Vergelijk dat met een dartsbord. Wie elf pijltjes heeft, maakt meer kans op de roos dan wie drie pijltjes heeft. Ik geloof niet dat ik te veel krachten heb verspeeld. Of denk je dat je in de Tour geen krachten verspeelt in het peloton? Wie vooraan zit, heeft het voordeel dat hij zijn snelheid kan rijden. Het grote verschil met vorig jaar, toen ik wél een rit won, is dat vluchters dit jaar geen vrijheid kregen van het peloton.

Ben je nog ontgoocheld dat je de Superstrijdlust niet won?

Neen. Na drie dagen was die ontgoocheling weg. Ineens bleek iedereen wel een mening te hebben. Ik was plots de zaag, of de blèter. Terwijl ik gewoon zei dat ik ontgoocheld was. Wie wil nu niet op het eindpodium in Parijs staan?

Als tiener was je ook al aanvalslustig. Waarom? Voor de premies?

Ook. Ik kwam vaak met honderd euro of meer naar huis. Ik kocht er nieuw materiaal mee. En games natuurlijk. (lacht) Maar ik vind aanvallen vooral de leukste en spannendste manier om te koersen. En voor mij de enige manier om te winnen. Ik kan niet met honderd man naar de finish gaan. Toen niet, en nog steeds niet.

“Tien man kwam rond mij staan om mij uit te lachen. Kinderen kunnen hard zijn voor elkaar.”

Vanwaar de passie voor koers?

Van mijn broer die elf jaar ouder is. Hij koerste. Ik keek op naar hem. Ik wou als klein manneke altijd mee. Ik herinner me nog goed die geur van massageolie in de kleedruimtes. Toen ik vier was, reed ik al met mijn BMX naar school. Koers is mijn leven. Een plan B had ik niet. Ik wou prof worden. Grappig trouwens: als kind droomde ik ervan om als superknecht van de gele trui over de bergen te rijden.

Op je 14e trok je naar de wielerschool in Ronse op internaat. Hoe was dat?

Hard, zeker in het begin. Je leven verandert op elk vlak. Dat heeft mij gevormd als mens. Ik ben er snel volwassen geworden. Je kan niet anders. Je moet discipline aan de dag leggen, je moet rondkomen met het weinige geld dat je mee krijgt. Maar dat was vooral ook een leuke periode. We zaten daar met een groep vrienden.

Werd jij voordien op het KTA gepest omdat je je benen scheerde?

Die kinderen kenden niets van koers. Een beetje coureur scheert zijn benen. Tien man kwam rond mij staan om mij uit te lachen. (zwijgt even) Kinderen kunnen hard zijn voor elkaar. Ik was nooit een kuddedier. Ik stond niet mee te roken aan de schoolpoort. Dat vonden de anderen raar. Je wordt dan gepest, je wordt uitgesloten. Dat is niet leuk. Eens op de wielerschool was dat voorbij. Daar voelde ik mij thuis.

Achtervolgt je dat tot vandaag?

(aarzelend) Dat denk ik niet. Je hoort soms verhalen dat gepeste kinderen met zelfmoordgedachten rondlopen. Dat is nooit bij mij opgekomen. Ik heb gevochten voor mijn dromen, en ik heb bereikt wat ik wou. Dat voelt goed. Ik hoop wel dat die gasten nu eens denken: toeme. (even stil) Wat ik wel soms denk: stel dat dat ook mijn kinderen overkomt. Ik zou harder reageren.

Wie heeft jou gevormd als coureur?

Dat heb ikzelf gedaan. Men verwijt mij weleens dat ik altijd mijn gedacht doe. Maar ik denk dat een coureur dat moet doen. Quick-Step wou in 2014 een andere coureur van mij maken, een echte knecht. Zonder succes. Lotto gaf me opnieuw de kans mezelf te zijn, de vrijbuiter. En dat draait goed uit.

“Vlak voor de Giro van 2012 ben ik streng gaan diëten. Ik vrees dat dat randje anorexia was.”

De beste Thomas De Gendt, hebben we die al gezien?

Wellicht in 2012 toen ik derde werd in de Giro. Maar ik reed toen boven mijn limiet. Ik was goed in vorm, maar ik ben te ver gegaan. Vlak vóór die Giro ben ik streng gaan diëten. Ik vrees dat dat randje anorexia was. Ik kon ineens de beste klimmers volgen. Dat geeft je vleugels. Maar dat was niet gezond voor mij. Je zag dat ook aan mijn lichaam. Ik at te weinig, woog te weinig, en dat in combinatie met keihard fietsen. Na die drie weken ben ik zó hard ingestort. Ik voelde mij vreselijk. Eind dat jaar op huwelijksreis ben ik bijna tien kilogram bijgekomen. Ik heb twee jaar nodig gehad om dat helemaal te boven te komen. Ik wist toen: dat doe ik nooit meer. Ik ben geen klassementsrenner. Ja, ik kan mikken op een vijftiende plaats. Maar dat is het niet waard. Ik ga liever voor een ritzege.

Als je nog één iets mag winnen, wat kies je?

Ik heb alles afgevinkt. Ik heb ritten gewonnen in Giro, Tour en Vuelta. Of neen. De bergtrui in de Tour. Al wordt dat heel moeilijk. Ik was derde dit jaar en tweede vorig jaar. Alles moet meezitten. Luik-Bastenaken-Luik is niet realistisch. Dat kent een verloop zoals een sprintetappe waarbij alles gesloten blijft tot de ultieme slotfase.

Hoe zie jij je toekomst op lange termijn?

Als ik zelf mijn einddatum mag kiezen, zeg ik 2025. Dan zal ik er 39 zijn. Te weinig coureurs beseffen wat voor een magnifiek leven wij hebben. Om een voorbeeld te geven. In oktober koersten we in Guangxi, één van de mooiste streken van China. We vliegen in business daarheen. We winnen die koers met Tim Wellens. We vieren daarna een hele nacht in een discotheek. De dag nadien vliegen we terug, met een tussenstop van 12 uur in Hong Kong. We doen wat aan sightseeing en eten er in een tweesterrenrestaurant. En dat allemaal gratis. Wie kan dat zeggen? Alleen de drank in de disco hebben we betaald. Amper 700 yuan (zowat 90 euro, red) voor een emmer bier en een fles wodka. Deel dat door zeven man. Ik hou ook van het groepsgevoel als je drie weken weg bent, het samen winnen en verliezen. Ik weet nu al dat ik moeilijk afscheid zal kunnen nemen. Ik ga die dag zolang mogelijk uitstellen.

Het sportrapport van Thomas De Gendt

Als kind was mijn idool …

Eddy Merckx. De beste ooit. En Jens Voigt: een sterke helper die vaak in de aanval zat en zijn koersen won. Ik denk dat ik ietwat zoals hem geworden ben.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Voor alle triatleten.

Mijn mooiste sportmoment?

Winst op de Stelvio in 2012. Dat was nog iets mooier dan de Mont Ventoux in 2016, want dat was maar tot halverwege.

Mijn grootste ontgoocheling?

De Brabantse Pijl in 2010. Ik word tweede na krampen in de sprint. Dat was een gemiste kans.

(foto belga)