Tom De Mul, nog altijd maar 31, heeft een opmerkelijke metamorfose achter de rug: van voetballer tot spelersagent. Halfweg 2014 kondigde de Antwerpenaar, ex-speler van Ajax, Sevilla, Genk en de Rode Duivels, zijn afscheid aan als prof. Noodgedwongen, na aanhoudend blessureleed. Een donkere periode brak aan. Tot die nieuwe uitdaging zijn pad kruiste.

We hebben afspraak op de Eiermarkt, hartje Antwerpen. De Mul woont vlakbij. Hij is net terug van een safari in Tanzania met vriendin Kelly. Een fantastische ervaring, vertelt hij enthousiast. “Tanzania is een prachtig land. De natuur, de dieren, de dorpen, de mensen. Ik vind het fascinerend om te zien hoe mensen in andere culturen het leven beleven. Dat opent je ogen. Als voetballer maak je die reizen niet. Dan wil je vooral uitrusten als je vakantie hebt. Je leven is eigenlijk heel eentonig. Maar je beseft dat pas als je gestopt bent.” Zijn laatste wedstrijd als voetballer was op 3 mei 2009, een datum die in zijn geheugen gegrift staat. De Mul speelde voor Genk, uitgeleend door Sevilla. Kortrijk was de tegenstander. “Ik wou een voorzet trappen, en voelde iets in mijn lies. Domweg. Maar wel fataal zou later blijken.”

Je bent pas vijf jaar later definitief gestopt. Kon je geen vaarwel zeggen?

Nee. Ik wou en zou terugkeren. Voetballer worden was mijn kinderdroom. Ik ga later voor Ajax spelen, zei ik als kind al. Als je die droom dan beleeft, wil je die niet opgeven, en al zeker niet op je 23e. Dat maakt me tot op vandaag ook fier: ik heb niet opgegeven. Ik heb alles gedaan wat ik kon. Maar het was onmogelijk geworden. Mijn lies, mijn buikspieren, mijn heup. Toen de dokters geen sprankeltje hoop meer gaven, ben ik gestopt.

Is je lichaam niet gemaakt voor topsport?

Je zou dat kunnen denken achteraf. Ik bén boos geweest op mijn lichaam. Mijn hoofd wou nog zo graag. Klotelijf, dacht ik. Maar ik vrees dat ik vooral veel pech heb gekend. Als jeugdspeler was ik niet uitzonderlijk blessuregevoelig. Heb ik fouten gemaakt? Wellicht. Je moet preventief je lichaam sterker en soepeler maken. Dat heb ik te weinig gedaan. Maar wie denkt daaraan als hij vijftien is, en niemand dat zegt?

Andere sporters die vroegtijdig moeten stoppen, belanden al eens op het foute pad, drinken of gokken, of zakken weg in een depressie.

Ik kan dat begrijpen. Ik heb ook op een kruispunt gestaan. Ik zat heel diep. Ik was radeloos, wist niet wat te doen met mijn leven. Wat had ik, behalve voetbal? Niets. Zoals ik zonet zei: een voetballer leeft in een cocon. Als dat deel van je leven dan wegvalt, dan voelt dat voor een stuk als sterven. Je zakt in een diepe put. Ik was mezelf niet meer. Ik kan elke jonge speler deze tip geven: denk nu al na over het leven naast en na de sport. (zwijgt even) Gelukkig ben ik nooit vervallen in zelfmedelijden. Als je jezelf zielig vindt, wordt het risico op ontsporen heel groot.

Hoe ben jij uit die put geklauterd?

Yama Sharifi, een oud-ploegmaat van bij Ajax, kwam opnieuw op mijn pad: een groot talent dat nooit doorbrak door foute keuzes. Hij wou die ervaring doorgeven. Dat leek me ook wel iets. Ik had ook ondervonden hoe belangrijk begeleiding kan zijn. We hebben samen A-Group opgericht (dat intussen onder anderen Jan Vertonghen en Mousa Dembélé begeleidt, red). Dat was de uitdaging die ik nodig had om verder te gaan met mijn leven.

“Ik heb op een kruispunt gestaan. Ik zat heel diep. Gelukkig ben ik nooit vervallen in zelfmedelijden.”

Pijnig je jezelf niet door in die wereld te blijven?

Vandaag voel ik die pijn niet meer. Ik kan perfect naar een wedstrijd van de Rode Duivels kijken zonder te denken: ik had erbij moeten zijn. Dat was anders in het begin. Ik kon een tijdje geen voetbal meer zien. (zwijgt even) Maar ik ben heel ambitieus. Die blessure heeft mijn ambitie om iemand te worden in het voetbal niet getemperd. Ik zie dit als een nieuwe kans. Ik denk dat dat de beste manier is om die ontgoocheling door te spoelen. Weglopen is dat niet.

Het is een vuile wereld, zei een makelaar mij onlangs.

Waar geld te verdienen valt, lopen malafide mensen rond. Dat maakt de uitdaging voor mij alleen maar groter. Ik wil het anders doen. Daarom hou ik niet van het woord makelaar. Dat doet mij denken aan huizen kopen en verkopen. Ik zeg liever spelersagent. Wij begeleiden spelers op alle vlakken: sportief, mentaal, financieel, op sociale media. Let op: wij zijn niet de lieverdjes van de sector. Als het moet, kan ik keihard zijn. Dat leer je wel als je als 15-jarige naar Amsterdam verhuist. Als je daar de lieve Belg blijft, red je het niet. Maar een speler mag nooit het slachtoffer zijn. Dat staat altijd voorop.

Wat is de grootste valkuil voor een jonge speler: het loon, malafide vrienden, de lof van Jan en alleman of de aandacht van vrouwen?

Je hebt de grootste opgenoemd. De combinatie van die vier maakt het gevaarlijk. Een jonge speler moet rust hebben in zijn hoofd. Net daarom is goede begeleiding zo belangrijk. Maar nu klink ik te hard als een verkoper, zeker? (lacht)

Heb jij dat gevaar zelf ondervonden?

Toen ik voor Sevilla tekende, in 2007, heb ik even te kwistig met mijn geld omgesprongen. Ik kan dat eerlijk toegeven. Ik had toen gelukkig mensen in mijn omgeving die mij daarop wezen. Mijn ouders bijvoorbeeld, heel nuchtere mensen. Toen de buitenwereld mij ophemelde, zetten zij mij met mijn voetjes op de grond. Het is maar voetbal, Tom, zeiden ze.

“Waar geld te verdienen valt, lopen malafide mensen rond. Dat maakt de uitdaging alleen maar groter.”

Je ruilde al op je 15e Beerschot in voor Ajax. Hoe was dat?

Sportief was dat de juiste stap. Op mijn 17e maakte ik al mijn debuut voor het eerste elftal. Maar dat was ook wennen. Voor mijn moeder, omdat ze toch haar kind moest loslaten. Ik was een moederskindje. (lacht) En voor mij. Plots in een pleeggezin opgroeien, met andere opvoedingsnormen, is niet evident. Ik was ook een eigenzinnige puber. Ik dacht steevast dat ik het beter wist. Dat leidde wel eens tot botsingen. Maar die ervaring heeft mij rijker gemaakt. Die eigenzinnigheid heb ik afgeworpen. Ik weet vandaag dat diverse meningen tot een betere visie leiden.

Scout Urbain Haesaert zei eens dat jij tot de beste rechtsbuitens van Europa behoorde. Akkoord?

Dat is een mooi compliment. Maar dat zal ik niet van mezelf zeggen.

Je was top op de Olympische Spelen van Peking in 2008. Is dat het hoogtepunt uit je carrière?

Ja en neen. Dat was een uniek avontuur. Maar we pakken net naast een medaille. Dat was een grote ontgoocheling. We worden in de halve finale weggeblazen door Nigeria. De omstandigheden zaten tegen. Vermaelen geschorst, Fellaini afwezig en Kompany die terug moest naar Hamburg. Met die drie erbij worden we nooit overpowerd. Dat tornooi bleek uiteindelijk wel het startschot van een mooi verhaal. Helaas heb ik het vervolg niet kunnen meemaken.

Ben jij te vroeg vertrokken bij Ajax?

(denkt na) Stel dat ik nu een speler zou begeleiden in die situatie, zou ik hem aanraden nog één jaar te blijven. Ik was nog niet uitgeleerd bij Ajax.

Vertrok je voor het geld?

(stellig) Neen. Was geld mijn motivatie, dan was ik naar Kiev of Moskou vertrokken. Daar kon ik het dubbele verdienen. Spanje was mijn droomcompetitie. Ik wou die kans niet laten schieten.

Wat staat er op je bucketlist?

Zoals het leven vandaag is, is het goed. Ik ben gelukkig. Ik hoop dat dat nog even zo zal blijven. Natuurlijk heb ik nog dromen. Ik wil graag papa worden. Ik denk dat ik er klaar voor ben. Ik wil het bedrijf verder uitbouwen. En ik wil de wereld zien. Mooi, toch? (lacht)

Het sportrapport van Tom De Mul

Als kind was mijn idool …

Luis Figo, een stijlvolle voetballer. Hij was mijn grote voorbeeld.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Zinédine Zidane. Een fantastische voetballer én een succesvolle trainer. Dat vind ik heel knap.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn debuut in het eerste elftal van Ajax. Je kinderdroom gaat in vervulling.

Mijn grootste ontgoocheling?

Dat ik nooit zal weten wat ik zou bereikt hebben zonder al die blessures.

(foto belga)