Oeps, je hebt net onkruid gewied en nu blijkt dat je meteen ook een volledig bloemenperk weg geschoffeld hebt. Wat een bloo-per! Maar: niets om je over te schamen eigenlijk. Het is een veelvoorkomende vergissing onder (beginnende) hobbytuiniers. Blunderen in de tuin doen we allemaal, en dit zijn de meest voorkomende tuinbloopers, mét de juiste oplossing.

1. Bloemen in plaats van onkruid uittrekken

Er valt niet aan te ontsnappen: wil je een mooie en gezonde tuin dan zal je regelmatig onkruid moeten wieden. Maar wat als je de jonge stekjes van die prachtige planten voor onkruid aanziet en ze genadeloos verwijderd hebt? En het onkruid heb je gewoon laten staan?! Ai ai ai!

De oplossing: wees gerust: je bent niet de eerste noch de enige die het verschil tussen jonge plantjes en onkruid niet goed ziet, ook al heb je zelf de plantjes uitgezaaid. Het is niet altijd makkelijk om je te herinneren wat je precies waar gezaaid hebt. Plaats daarom altijd een labeltje met een foto of de naam van de planten op de locatie waar je deze gezaaid hebt. Op die manier zijn vergissingen uitgesloten.

2. Te veel/te weinig besproeien

Je hebt er eigenlijk geen idee van hoeveel water je tuin nodig heeft. Soms besproei je wekenlang niet en staan je plantjes triest te verdorren. Op andere momenten wil je dan je schade inhalen en geef je extra veel water, waardoor die arme planten zowat verzuipen. Het is ook nooit goed!

Woman with pin-up make-up and hairstyle holding metal watering c

De oplossing: wanneer je je planten te veel water geeft, gaan de wortels rotten en sterven. Geef je ze te weinig water, dan drogen ze uit en gaan ze ook dood. De truc is om een irrigatiesysteem aan te leggen waardoor je nauwelijks nog moet nadenken over al dan niet bewateren. Er bestaan automatische systemen waarbij je tijdstip van het besproeien en de hoeveelheid water kunt ingeven. Zo hoef je er nooit meer aan te denken.

Geen budget om zo’n systeem te installeren? Dan is de droogte (of vochtigheid) van de aarde in je tuin een handige indicatie om te weten of je al dan niet water moet bij geven. Neem wat aarde in je hand en probeer die samen te drukken. Vormt de aarde een losse bal, dan is de vochtigheid net goed. Verkruimelt de aarde helemaal, dan is het wellicht tijd voor een sproeisessie. Een andere truc is om een testplant neer te poten; hortensia’s of sla bijvoorbeeld zijn extra gevoelig voor droogte. Laten deze op een warme dag meteen het hoofd hangen, dan weet je dat de rest van je tuin ook dorst heeft.

3. Sommige planten nemen de boel over

Het eerste jaar leken die klimop en bamboe een goed idee. Het tweede jaar lijkt je tuin wel gegijzeld door deze planten: ze woekeren en nemen heel je tuin over.

De oplossing: het is erg belangrijk om woekerende planten op tijd een halt toe te roepen; hun wortels kunnen metersver uitlopen en het ‘wandelen’ van deze planten valt moeilijk te stoppen. Maak daarom gebruik van een wortelbegrenzer; dat is een strook ondoordringbare kunststof die je in de grond rond de woekerende plant ingraaft waardoor de wortels gedwongen worden om naar beneden te groeien, in plaats van te woekeren.

4. Je snoeit op het verkeerde moment

Het voorjaar is goed op gang gekomen, je tuin komt tot leven en je denkt dat dit het ideale moment is voor de grote snoeiwerken. Maar helaas: je struiken lijken helemaal gekortwiekt en van bloemen is al helemaal geen sprake.

De oplossing: tijdens de lente komen er knoppen aan de struiken en tijdens het snoeien kun je deze ongewild verwijderen. De algemene regel is daarom dat je in het voorjaar beter geen intense snoeiwerken aanvat. Dat doe je beter wel wanneer de planten ‘rusten’, ongeveer van november tot maart.

(foto’s istock)