“Dit team wordt nóg beter.” Aan het woord is Vincent Vanasch (31), doelman van de Red Lions, wereldkampioen hockey. The Wall, zijn bijnaam, is dé exponent van een gouden generatie: goedlachs, gedreven, ambitieus en wars van vedettenstreken. Het sluitstuk van Waterloo Ducks is dit jaar ook verkozen tot beste doelman ter wereld.

Vanuit zijn appartement in Evere heb je een adembenemend zicht op de skyline van Brussel: de koepel van Koekelberg, het Atomium, de kathedralen en andere wolkenkrabbers. Hij wijst op enkele groene velden tussen die mastodonten: de hockeyterreinen van White Star Evere. “Daar is het allemaal begonnen.” Vanasch is met een stick in de pamper opgegroeid. Grootvader speelde, vader ook. Vader is zelfs de oprichter van de jeugdacademie in Evere. “Wij waren met vijf thuis en we speelden allemaal hockey. Zes dagen op zeven zaten we op de club. Hockey was ons leven. We speelden zelfs binnen in onze lange hal. Mijn oudere broers gebruikten mij als mikpunt. Ik moest het doel bewaken, de deur. (lacht)”

Vanasch kende een zorgeloze jeugd, zegt hij. Vader was leraar in het secundair onderwijs, moeder werkte voor de Brusselse universiteit. Of hij een braaf kind was? “Zie je dat niet? (lacht) Ik was een goede student, op voorwaarde dat de vakken mij lagen. Ik hield van wiskunde en wetenschappen. Van taal hield ik minder. Je kon me nooit betrappen op het lezen van een boek. Ik wou als kind chirurg worden. Dat fascineerde mij. Levens redden, is een nobel doel. Maar dat bleek niet te combineren met hockey. Daarom heb ik kinesitherapie gestudeerd.”

Jij was aanvankelijk een vlot scorende spits. Hoe ben je toch in doel beland?
Als kind deed ik de twee. Ik stond één helft vooraan en één helft in doel. Pas later ben ik vaste doelman geworden. Toen we met White Star degradeerden naar tweede, ben ik vertrokken naar Nijvel. Die wilden wij als vaste doelman. Ik was al achttien jaar. Maar ik zie dat niet als nadeel. Ik weet hoe een spits denkt. Dat helpt me als doelman.

“De tijd is voorbij dat ik op voorhand teken voor zilver of brons. Ik wil goud.”

Wat drijft je om dit te doen? Je zou meer geld verdienen als chirurg.
Dat is zeker zo. Maar hockey is mijn passie. Ik kan leven van mijn passie. Wat is mooier dan dat? Ik zie mensen die meer geld verdienen, maar elke dag met tegenzin gaan werken. Ik zou niet willen ruilen.

Moet jij veel opofferingen maken?
Ja, toch wel. Ik was geen ‘normale’ student. Je vond mij ofwel op school ofwel op het hockeyveld, maar nooit op café. Je zit veel in het buitenland en je hebt weinig vakantie. Mijn zoontje Leo is nu vijf maanden oud. Ik heb hem tijdens het WK een maand niet gezien. Dat is héél veel. Hij was zó veranderd. Toen ik vertrok, dronk hij alleen flesjes. Toen ik terugkeerde, at hij al pap. Gelukkig herkende hij me nog. Maar goed, dat hoort erbij. Mijn vrouw steunt me in wat ik doe.

Kan je goed leven van je sport?
(blaast) Wat is goed leven? Ik kan elke dag eten, ik heb een appartement, ik ga één keer per jaar op reis. Ik vind dat een topleven. Verdienen wij veel? Neen. Van de bond krijgen we een maandelijks inkomen van 1.300 à 2.000 euro bruto, afhankelijk van het aantal interlands. Sommige spelers kunnen dat aanvullen met iets van hun club en met sponsorinkomsten. Als ik na mijn carrière een huis kan kopen, zal ik een tevreden man zijn. Ik hoef niet meer te hebben. Ik ben gelukkig zo.

Heb je een bonus gekregen voor de wereldtitel?
Ja. We kregen 100.000 euro, te verdelen onder alle spelers. Dat was dus zowat 5.000 euro bruto.

Hoe blik je terug op de voorbije weken?
(straalt) Ik kan het nog steeds niet geloven. Het was héél gek. De barragewedstrijd tegen Pakistan was het cruciale duel. Wilden we naar de kwartfinale, dan moesten we die winnen. Dat was do or die. Ik heb vooraf een kleine speech gegeven, wat ik anders nooit doe. ‘Vanaf nu zijn we met achttien tegen de rest van de wereld’, heb ik gezegd. We wonnen met 5-0. Wat daarna kwam, was ongelooflijk: Duitsland, Engeland, Nederland. Onze focus was top. Elke speler geloofde in die medaille.

Waarom hebben jullie de finale gewonnen, en niet Nederland?
(blaast) Dat is moeilijk om te zeggen. Waren zij overmoedig? Misschien wel. Ze wonnen de dag voordien van Australië na shoot-outs. Ze zullen misschien gedacht hebben dat België ook wel zou lukken. De finale was een tactisch steekspel. Het was wellicht niet mooi om te zien. Ik bied mijn excuses aan. (lacht)

Jullie winnen na shoot-outs. Is dat de ultieme kick voor een doelman?
Zonder twijfel. Een finale win ik liever op die manier dan met 5-1. Wat je dan voelt, is onbeschrijflijk.

“Ik kan elke dag eten, ik heb een  appartement, ik ga één keer per jaar op reis. Ik vind dat een topleven.”

Wat is jouw geheim tijdens shoot-outs?
Kalm blijven. Een shoot-out is een mentaal spel. Een aanvaller heeft acht seconden om te scoren. De tijd is mijn vriend. Als ik de aanvaller kan vertragen, zal hij zenuwachtig worden en fouten maken. Misschien zijn aanvallers ook geïntimideerd door mijn verleden? Dit was niet de eerste keer dat ik een groot tornooi won na shoot-outs. Met Oranje-Zwart (Nederlandse eersteklasser, red) won ik zo al eens een Europese beker.

Hoe kijk je terug op de ontvangst in Brussel?
Dat was ongelooflijk. Ik wist wel dat we daar niet alleen zouden staan. Ik had stiekem gehoopt op duizend mensen. Maar dit, ik hoorde zesduizend mensen, neen, dit was onverhoopt. Toen we nog binnen zitten, kreeg ik een sfeerfoto toegestuurd. Ik dacht dat die fake was, een foto van de Rode Duivels. (lacht)

Jullie zijn ook ontvangen door koning Filip. Wat zei hij?
Hij sprak eerst felicitaties uit voor alle spelers. Hij zei dat we de waarden van dit land hebben uitgedragen. Hij vroeg mij ook hoe ik al die ballen kon stoppen. (lacht) Hij kent iets van hockey, hoor. Zijn zoon Gabriel speelt hier, in Evere. Ik vond het een grote eer om daar ontvangen te worden. Ik speelde al 208 interlands, maar krijg nog elke keer kippenvel als ik de Brabançonne hoor. We kregen ook een glas champagne en enkele hapjes. Dat kon al smaken, want we hadden er net een lange vlucht op zitten. (lacht)

Wanneer wist jij dat dit team wereldtop kon worden?
De kwalificatie voor de Spelen van Peking was de eerste stap. Ik was toen derde keeper, en mocht helaas nog niet mee. Maar de échte klik is vier jaar later gekomen, in Londen. We zijn toen vijfde geëindigd, zonder al te grote ambities. Dat heeft ons zelfvertrouwen een boost gegeven. Ik wist toen: met dit team gaan we prijzen pakken.

Is de verloren olympische finale van Rio nu verteerd?
Ja en neen. Je moet een finale verliezen om een finale te kunnen winnen. In Rio hebben we verloren. Die ervaring namen we mee naar het WK in India. Anderzijds blijft dat steken. We hebben daar geen zilver gewonnen, maar goud verloren. Gelukkig komt Tokio er snel aan. Laat me duidelijk zijn: de tijd is voorbij dat ik op voorhand teken voor zilver of brons. Ik wil goud. Maar het eerste doel is het EK in Antwerpen volgende zomer. We moeten ook eens Europees kampioen worden.

Jullie status zal anders zijn.
(knikt) We zijn niet langer de underdog. Maar we zijn klaar voor die nieuwe status. Dit team kan nóg beter. Op het WK kregen we vijf doelpunten tegen, hè. (knipoogt)

Hoe zie jij je toekomst?
Ik doe sowieso voort tot Tokio. Wat daarna komt, zien we wel. Ik voel me goed. Mijn coach zegt zelfs dat ik beter ben dan ooit. Het zou zonde zijn om dan te stoppen. Na Tokio wil ik wel op zoek naar een betere balans tussen hockey, werk en familie. Ik zou graag iets doen met mijn diploma. Ik wil de voeling met die wereld niet verliezen.

(foto belga)