Hendrik Vuye scherp voor ex-partij, politieke zeden én academische wereld: “Voorzitters zijn almachtig”

1821
Hendrik Vuye: “We komen stilaan in een wereld terecht waar blijkbaar iedereen wereldvreemd is, behalve de burgemeesters van Antwerpen en Vilvoorde.” (foto belga)
Hendrik Vuye: “We komen stilaan in een wereld terecht waar blijkbaar iedereen wereldvreemd is, behalve de burgemeesters van Antwerpen en Vilvoorde.” (foto belga)

Zonder Veerle Wouters was hij al eerder opgestapt. Ook uit het parlement. Dat bekent Hendrik Vuye vier maanden na zijn breuk met N-VA. De bijna 55-jarige professor staatsrecht en mensenrechten, die nu als onafhankelijke in het federaal parlement zetelt, trekt van leer tegen zijn ex-partij, tegen de politieke zeden in het algemeen, maar ook tegen de academische reacties daarop.

Hij heeft van de kerstvakantie gebruik gemaakt om de interviews en analyses na zijn ontslag opnieuw te lezen. “Velen dachten dat Veerle en ik na tien dagen uit beeld zouden verdwijnen. Blijkt dat even anders. (lacht) Men dacht bijvoorbeeld dat we de studiedienst zouden missen. Wij hebben die nooit gehoord in die tijd. Ik heb ze wel aan de lijn gehad. Om aan mij advies te vragen. Nooit omgekeerd.”

N-VA haalde de professor begin 2014 binnen om zijn intellectuele en juridische bagage. Met grote trom. Vuye kreeg de derde plek op de Vlaams-Brabantse lijst en raakte verkozen. Dat keert nu als een boemerang terug. Men zal het niet toegeven, maar Vuye doet zijn ex-partij pijn. Onlangs nog in de visumzaak van het Syrische gezin. “De meerderheidspartijen met al hun studiediensten en kabinetten hebben van ons moeten horen wat te doen”, stelt hij. “Wij hebben de argumentatie naar voren gebracht die de regering nu inroept voor het Europees Hof van Justitie en de Raad van State: dat artikel drie van het Europees Mensenrechtenverdrag niet van toepassing is in Aleppo en Beiroet (dat artikel verbiedt onmenselijke of vernederende behandeling, red).” Waarmee hij de vraag wegwuift of hij als onafhankelijk parlementslid wel kan wegen.

Vindt u het moreel niet moeilijk kritiek te leveren op een regeerakkoord dat u zelf goedgekeurd hebt?

Je wordt in de realiteit weinig geconfronteerd met dat moreel probleem. Een regeerakkoord bevat algemene principes. Een begroting in evenwicht tegen 2018 bijvoorbeeld. Ben ik nog steeds voorstander van. De debatten gaan over zaken die niet in het regeerakkoord staan, zoals de vermogenswinstbelasting.

Hebt u er nog geen spijt van dat u op uw 52e de stap naar de actieve politiek zette?

Neen, dat niet. Ik wou die wereld van binnenuit ontdekken. Dat heb ik ook gedaan. Ik was trouwens al enkele jaren communautair adviseur van N-VA. Je voelde in die tijd een beweging richting confederalisme. Dacht ik toch. Dat was mijn drijfveer. Had ik geweten dat ik over F35’s zou moeten debatteren in plaats van grondwetsartikel 35, dan was ik aan de unief gebleven. Met vijf jaar communautaire stilte kon ik nog enigszins leven. Maar Bart De Wever sprak plots over tien jaar. Sorry, maar dat kon ik niet.

Waarom roeren academici en rechtsfaculteiten zich niet als hun beroep wordt weggezet als wereldvreemd?

Toen u toetrad, zei u in Knack: “Kritiek moet je binnen de partij houden. Je moet de logica van het milieu aanvaarden.”

Dat is mij niet gelukt. (lacht) Toen ik ontslag nam, schreef Rik Torfs in een column dat kritiek uiten binnen een partij gewoon niet kan. Hij heeft gelijk. Maar dat wist ik toen nog niet. Als een partijvoorzitter tegen een parlementslid zegt dat hij zijn kritiek intern moet houden, dan wil hij zeggen: hou je mond. Een partij is geen democratisch orgaan. En dat geldt niet alleen voor N-VA. Voorzitters zijn almachtige mensen. Zij, en de mensen rondom hen, vaak onbekenden voor de buitenwereld, beslissen alles. Al werken ze niet allemaal op dezelfde manier. Renaat Landuyt (SP.A) en Eric Van Rompuy (CD&V) zijn ondanks hun kritiek wel nog welkom op het partijbestuur.

Is die particratie, de grote macht van partijen, een probleem voor de democratie?

(resoluut) Natuurlijk. Sarah Claerhout schreef dat treffend toen ze ontslag nam uit CD&V. Een parlementslid weet niet wie de wetten opmaakt, of waar dat gebeurt, mag geen vragen stellen, maar moet wel stemmen zoals de partijen voorschrijven. Durf er maar van afwijken. In theorie zou het parlement de regering moeten controleren. Maar die breuklijn is vervangen door de breuklijn meerderheid versus oppositie. En die particratie wordt nog versterkt door de media.

Ah, het ligt aan de media.

Neen, dat zeg ik niet. Ik dicht de media een belangrijke rol toe, net omdat het parlement de regering niet meer controleert. Maar een parlementslid die een eigen accent legt, wordt meteen betiteld als ruziemaker of rancuneus. Dat maakt dat veel parlementsleden in de pas lopen, en dat versterkt de particratie.

Zijn politici niet te gevoelig voor die titels?

Daar heb je wellicht gelijk in. Maar je kan niet verwachten dat al die 150 Kamerleden even sterk in hun schoenen staan. Vergeet ook niet dat velen financieel afhankelijk zijn van de partij.

Is er een alternatief voor de particratie?

Ik pleit niet voor het afschaffen van partijen. Een partij mag er zijn, maar moet kritiek kunnen verdragen.

Als een partijvoorzitter zegt dat je je kritiek intern moet houden, dan bedoelt hij: hou je mond.

Wat vindt u van de politieke kritiek op de rechterlijke macht?

Dat is óók een probleem voor de democratie. Campagnes voeren over wereldvreemde rechters (doelt op N-VA, red), dat kan niet. Men maakt zo’n spel over een Syrisch gezin, maar men weet niet dat artikel drie van het EVRM niet van toepassing is. Dat is ondermaats. We komen stilaan in een wereld terecht waar blijkbaar iedereen wereldvreemd is, behalve de burgemeesters van Antwerpen en Vilvoorde (Hans Bonte, SP.A, die ook kritiek had op rechters, red). Ik vraag me wel af waar onze academici en rechtsfaculteiten blijven? Ik heb er weinig gehoord in dat debat. (feller) Waarom roeren zij zich niet als hun beroep wordt weggezet als wereldvreemd? Waar ben je nog mee bezig als je dat zomaar toelaat? Hun stem had véél luider moeten klinken. (zwijgt even) Ik denk dat die politieke kritiek gevolg is van een gevoel van machteloosheid. Men wil zoveel veranderen, maar men voelt dat dat niet lukt. Je werkt nu eenmaal in een systeem van checks and balances. En gelukkig.

Was u zonder Veerle Wouters ook uit N-VA gestapt?

O ja. Zonder Veerle was ik zelfs al lang weg uit het parlement. Een parlementslid van de meerderheid verslijt urenlang zijn broek in commissies en moet vooral zeggen hoe goed de ministers zijn. Dat is intellectueel niet bepaald boeiend. Gelukkig waren er toen onze eigen projecten, zoals het boek ‘De maat van de monarchie’. Vandaag doe ik het met meer goesting dan ooit. Met onze kleine onafhankelijke fractie kunnen Veerle en ik wél nuttig werk leveren, voorstellen indienen en vragen stellen. Zonder censuur.

Confederalisme staat centraal in jullie nieuwe project. Waarom niet ongedwongen voor Vlaamse onafhankelijkheid gaan?

Wij zetten een stap verder dan N-VA. Wij willen een onafhankelijk Vlaanderen in een confederaal België. Maar we behouden dat confederale niveau omdat dat de enige oplossing is voor onze staatsschuld. Je parkeert dat daar, en je laat de deelstaten bepaalde inkomsten gebruiken om dat af te bouwen. Als je volledig zou splitsen, gaan de financiële markten panikeren.

En Brussel?

Dat is een moeilijke kwestie. Je hebt meerdere modellen. Dat is iets wat wij in de nabije toekomst dieper gaan uitwerken. Ik wil niet aan steekvlampolitiek doen, en nu zomaar iets zeggen.

Een Vlaamse Waal

Wat hebt u uzelf toegewenst voor 2017? Een eigen partij?

(lacht) Neen, wij werken stap per stap. Ons Grendelboek is klaar en verschijnt dit voorjaar. Men zegt dat er geen nieuwe stappen in de staatshervorming kunnen gezet worden omwille van grendels zoals de alarmbel of de dubbele meerderheden, maar dat is een mythe. Je kunt die wél ontgrendelen. Hoe we 2019 aanpakken, is voor later. Er is niets beslist, en er wordt niets uitgesloten. We blijven wel veel steunmails krijgen. Er zijn zelfs mensen die lokale afdelingen willen opstarten. Maar dat is te vroeg.

Waar komt uw Vlaams-nationalisme vandaan?

Ik ben opgegroeid in Ronse, een taalgrenskind dus. Dat arbeiders in het dialect en mensen bovenaan de sociale ladder in het Frans aangesproken werden, vond ik zo onrechtvaardig.

Deelden uw ouders uw overtuiging?

Ik was de eerste in de familie. Ik ben trouwens opgegroeid bij mijn grootouders. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik klein was. Begin jaren 80 was ik al even lid van de Volksunie. Tot Vic Anciaux over abortus zei dat een nationalistische partij nooit pro kon zijn. Wat een oerdom antwoord. Mijn grootvader, een schoenlapper, was wel geboeid door politiek. Wat ook gebeurde, het was de fout van de tsjeven. Ik moet hem gelijk geven. (lacht)

U woont in Tourinnes-la-Grosse, Waals-Brabant. Wat als Vlaanderen onafhankelijk wordt?

Oei, dat weet ik niet. Ik blijf zeker lesgeven in Namen. Misschien dat ik mijn hart volg, en naar Vlaanderen verhuis. Al zou het mij niet storen een Vlaamse Waal te zijn.