EDEGEM – Spectaculair én gevaarlijk, zo kan je skicross best omschrijven. Wie de sport niet kent, moet even YouTube raadplegen. Tik er meteen bij: Xander Vercammen. Deze 19-jarige landgenoot is één van de meest veelbelovende talenten in deze discipline. Twee jaar geleden pakte hij zilver op de Olympische Jeugdspelen. Doorstoten naar de wereldtop bij de grote jongens is zijn volgend doel.

Skicross is één langgerekte sprint met vier van hooguit één minuut vol spectaculaire jumps. Op je latten blijven staan en je tegenstanders mijden, is de boodschap. “Je moet fysiek tiptop zijn, véél lef hebben en mentaal sterk staan”, aldus Xander Vercammen. “Eén seconde concentratieverlies kan fataal zijn. Je kan het in die zin vergelijken met BMX. Je moet dúrven snelheid maken, dúrven springen en je tegenstanders kunnen ontwijken. Je kan namelijk op elk moment een duwtje krijgen en dan ben je verloren, zeker in de lucht. Skicross is een extreme sport. Je hangt de helft van de tijd in de lucht. Dat maakt het gevaarlijk. Zie de vele valpartijen. Maar de kick eenmaal je beneden bent, is onbeschrijflijk.”

Vercammen kreeg de liefde voor de skilatten met de paplepel ingegoten. Hij was amper twee jaar oud of hij gleed al tussen de benen van zijn vader de Franse gletsjers af. Op zijn vijfde stond hij op de latten in Aspen, de indoor skipiste in Wilrijk. Daar, bij het Aspen Racing Team, heeft hij het vak écht geleerd. “Ik heb ook voetbal gespeeld, hockey, tennis, noem maar op. Toen ik tien was, moest ik een keuze maken. Dat werd skiën. Dat lag mij best. Ik doe het gewoon heel graag. Zet mij tien uur op de latten, en ik zal tien uur glimlachen. Aanvankelijk was alpineskiën mijn discipline. Enkele jaren geleden heb ik de overstap gemaakt naar skicross.”

Zit topsport in de familie?

Neen, dat niet. Ik ben de eerste. Mijn papa was ook een goede sporter, maar kreeg niet die kansen die ik vandaag krijg. Ik heb altijd de vrijheid gekregen om voluit te gaan voor mijn sport, weliswaar in combinatie met middelbare studies. Ik moet dus heel dankbaar zijn.

Jij bent nu topsporter bij Defensie. Wat betekent dat?

Ik ben een ambassadeur van het leger. Defensie wil een fit en gezond imago. Wij, de topsporters, dragen dat uit naar buiten toe. Ik krijg ook een maandelijks loon. Dat is natuurlijk niet vrijblijvend. Je moet elk jaar aan normen voldoen. Lukt dat één keer niet, dan krijg je een oranje kaart, een waarschuwing. Lukt dat twee keer niet, dan krijg je een rode kaart, en verdwijnt je topsportstatuut. Als ik thuis ben, moet ik ook een halve dag per week op de kazerne in Leopoldsburg werken. Ik doe dat graag.

“Mijn ouders hebben veel moeten investeren in mij. Wie dat geluk niet heeft, kan nooit dit niveau bereiken.”

Is skicross een dure sport?

Zeker. Je hebt de aankoop van je materiaal, je hebt de vele stages in het buitenland. Mijn ouders hebben veel moeten investeren in mij. Wie dat geluk niet heeft, kan nooit dit niveau bereiken. Ik besef dat goed. Ik ga een boutade gebruiken. Je kan miljonair worden van het skiën, op voorwaarde dat je al biljonair bent. (lacht) Ik ben heel dankbaar om mijn loon van Defensie, maar dat is niet genoeg om bijvoorbeeld de stagekosten te dekken. Ik moet nog steeds zelf bijdragen. Dat is het doel op korte termijn: meer sponsors binnenhalen zodat die eigen bijdrage wegvalt. Dan kan ik mijn loon gebruiken om bijvoorbeeld een appartementje te huren. Ik ben niet van plan om eeuwig thuis te wonen.

Je hebt ook een militaire opleiding gevolgd in Leopoldsburg. Wat heb je daar geleerd?

Veel. Ik weet alles wat een gewone soldaat moet weten. Hoe je moet overleven in een bos, hoe je een wapen moet gebruiken, hoe je moet samenwerken met andere mensen. Ik heb daar écht van genoten, van die opleiding. Ik heb daar vrienden voor het leven gemaakt.

Skicross is een individuele sport. Mis je geen ploegmaats?

Ja en neen. Ik ben blij dat ik mag meetrainen met de Franse ploeg. Die jongens zijn intussen mijn vrienden geworden. In de winter huren we zelfs samen een appartement. Dat maakt dat ik zelden alleen ben. De sport is inderdaad individueel, maar dat heeft ook voordelen. Als ik verlies, moet ik niet naar anderen kijken.

Je ouders baten een beenhouwerij uit. Was dat plan-B voor jou?

Oei, neen. (lacht) Ik help af en toe mee, maar dat is mijn ding niet. Ik heb actie nodig in mijn leven. Het leger lijkt me wél wat. Wie weet na mijn carrière? De paracommando’s bijvoorbeeld: dat lijkt me top. Mijn papa is ook para geweest. Hij noemt dat de mooiste tijd van zijn leven.

Andere negentienjarigen ontdekken het kotleven, uitgaan, de liefde. Mis jij dat?

Je mist vooral belangrijke momenten in het leven van vrienden en familie. Ik kan bijvoorbeeld nooit Kerstmis thuis vieren. Gelukkig stoppen mijn ouders elk jaar een cadeautje in mijn valies met de boodschap dat op Kerstavond open te maken. (lacht) Het uitgaansleven mis ik minder. Ik ben in mei en juni thuis. Dan probeer ik de schade wat in te halen. Helaas zitten veel vrienden in die periode met examens. Een vriendin vinden, is wat anders. Dat is vrijwel onmogelijk, zo heb ik al ondervonden.

“Skicross is een extreme sport. Je hangt de helft van de tijd in de lucht. Dat maakt het gevaarlijk.”

Oei?

Ik heb twee keer een vaste vriendin gehad en twee keer is die relatie afgesprongen omdat ik te vaak weg was. Ik heb mij daar bij neergelegd. Mijn tijd komt nog. (lacht)

Wat is je ultieme ambitie in de sport?

Deelnemen aan de Olympische Spelen: dat staat bovenaan. Ik hoop op Peking 2022. Al zal ik dan nog maar 23 zijn. De echte piekleeftijd in de skicross is 27 tot 30 jaar. Ik heb dus nog even tijd. Een tweede ambitie is meedraaien in de Wereldbeker. Wie daarin slaagt, betekent iets in deze sport. Ik wil iemand zijn. Ik wil deze sport promoten. Seppe Smits, de snowboarder, is op dat vlak een voorbeeld voor mij. Jongeren kijken naar hem op, en gaan ook snowboarden.

Hoe ver sta je vandaag van de wereldtop af?

Dat is moeilijk in te schatten. Ik kom net uit de jeugd. Dit seizoen wil ik vooral goed meedraaien in de Europabeker. De volgende stap is de Wereldbeker. Maar ik ga nu geen grote uitspraken doen. Ik ben in januari zwaar ten val gekomen op training. Bovenbeen gebroken, longen vol bloed. Een stomme val eigenlijk. De revalidatie heeft wel bloed, zweet en tranen gekost. Ik draag de gevolgen tot op vandaag mee. (zwijgt even) Dit was het moeilijkste jaar uit mijn carrière. Toen ik in het ziekenhuis lag, zat ik heel diep. Je bent bang voor je herstel. Je begint zelfs te twijfelen aan je carrière. Gelukkig kon ik rekenen op familie en vrienden.

Wat als je carrière voorbij was geweest?

Dat zou héél pijnlijk geweest zijn. Ik sta nog maar aan het begin. Ik heb nog zoveel dromen te verwezenlijken. Ik weet niet wat ik dan gedaan zou hebben. (even stil) Sport is alles in mijn leven. Sport ís mijn leven. Ik mag er niet aan denken.

In 2016 pakte je als tweede Belg ooit een medaille op de Olympische Jeugdwinterspelen. Wat heeft dat betekend voor jou?

Heel veel. Dat heeft ten eerste voor een boost aan zelfvertrouwen gezorgd. Veel toppers vandaag hebben hun eerste strepen verdiend op die Jeugdspelen. Ik wil in hun voetsporen treden. Dat heeft ten tweede ook belangrijke deuren geopend. Die van Defensie in de eerste plaats. Ten slotte heeft dat mijn sport een klein beetje op de kaart gezet in België. Al is de aandacht voor wintersport nog steeds ondermaats. Dat een wereldkampioen als Smits minder aandacht krijgt dan tweede-klassevoetbal, vind ik niet normaal.

Het sportrapport van Xander Vercammen

Als kind was mijn idool …

Hermann Maier, één van de graafste skiërs aller tijden. Hij crashte eens keihard op drie dagen van de Spelen, maar verscheen toch aan de start én pakte goud.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Triatleten. Frederik Van Lierde bijvoorbeeld. Dat zijn grote sporters. Zij kunnen álles.

Mijn mooiste sportmoment?

Zilver op de Olympische Jeugdspelen in Lillehammer in 2016. Daar over de meet komen, gaf een onbeschrijflijk gevoel.

Mijn grootste ontgoocheling?

De zware val begin dit jaar. Ik heb nooit eerder zo hard moeten revalideren.

(foto Ivan Ruck)