Xavier Malisse: “Ik deed al eens onnozel, maar ik was geen boer”

358
X-man Xavier Malisse: “Belgen zijn keihard voor hun sporters”. (foto belga)

Op hem kleeft het etiket van ‘enfant terrible’. Jarenlang heeft hij ermee geworsteld, het heeft hem diep gekwetst. Maar vandaag heeft hij er vrede mee, Xavier Malisse, X-Man, ooit één van ’s werelds grootste talenten en nog steeds België’s beste tennisser ooit (sorry, David Goffin). Eens je hem laat praten, ontdooit hij tot een zacht en minzaam man. Zet je schrap voor een openhartige babbel.

Xavier Malisse (35) is twee jaar geleden gestopt met tennissen. En hij geeft het grif toe: het is niet makkelijk een leven op te bouwen na de topsport. “Het is zoeken, zeker de eerste maanden. Je zit thuis, je kijkt televisie, je reist wat. Maar je wordt dat snel moe. Ik heb zelfs een comeback overwogen. Maar ik zag dat uiteindelijk toch niet zitten. Het was op, hé. Ik speelde nog graag wedstrijden, maar ik kon me niet meer motiveren om te trainen. En ik wou het niet half-half doen.”

Even heeft Malisse wat spelers gecoacht, zoals Kirsten Flipkens, maar niet lang. “Ik was daar niet klaar voor.” Het laatste jaar speelt de West-Vlaming, die aan zee in Koksijde woont, vaak demonstratietornooien met oud-vedetten, zoals binnenkort de Optima Open in Knokke-Heist. Daarin vindt hij zijn spelvreugde terug. “Dat is tennissen én show geven, ideaal voor mij. Je kan er ook contacten leggen met andere oud-tennissers. Vroeger kon ik dat niet goed, babbelen met mensen, maar dat begint nu te beteren. Ik geniet ervan. En daarnaast trek ik veel op met mijn broer en zijn kinderen en speel ik wat golf, padel, zo’n dingen.”

In Knokke-Heist speelt ook ene Pete Sampras mee. Die naam zal altijd aan jou verbonden blijven.
(glimlacht) Ik herinner me die wedstrijd heel goed. Dat was in Philadelphia, ik was 18 jaar, hij de beste van de wereld. Ik kende geen stress. Het was 5-4 voor mij in de derde set, en 30 gelijk, maar hij won met een mirakelslag. Achteraf gezien ben ik wel blij dat ik niet gewonnen heb. Het kon mijn ondergang betekend hebben.

Men heeft je toen de hemel in geprezen.
Het was zot, niet normaal. Ik zou de nieuwe nummer één van de wereld worden. Dikke contracten werden onder mijn neus geschoven. Nu, aanvankelijk kon ik daar wel mee omgaan. Je bent 18, vrij nonchalant, je staat daar niet te lang bij stil. Maar op de duur werd het te veel, het ging te snel.

Twee jaar later was je helemaal weggezakt op de ranking en haalde je alleen extra-sportief het nieuws, zoals je explosieve relatie met tennisvedette Jennifer Capriati. Waar is het fout gegaan?
Mja, dat is begonnen in 1999 in de Daviscup (landencompetitie, red). Eén persoon van onze federatie, Pierre-Paul De Keghel, vond het nodig aan de krant L’Equipe te vertellen dat ik de nacht voor mijn nederlaag tegen de Fransman Grosjean tot 5 uur was uitgegaan. Dat waren leugens. Maar zo is de bal beginnen rollen. De media waren daarmee weg. Ik werd een nonchalante boer die constant feestte. (zucht) Telkens ik verloor, was het van dat. En als ik won, was het normaal. Je kan dat niet meer tegenhouden, je geraakt dat etiket niet meer kwijt. Ik heb het jaren later meegemaakt dat ik een vriendin had en haar vrienden haar vroegen: ‘die Xavier, slaat die u niet af?’ Tja.

Heb je je toen laten gaan?
(zacht) Ja. Je vlucht weg, in mijn geval naar Amerika. Ik had het gevoel dat heel België tegen mij was. De mensen hier zijn keihard voor hun sporters, veel harder dan in Amerika of Frankrijk. De media spelen daar een grote rol in. Dat heeft pijn gedaan. Ik wou juist dat iedereen mij graag had. Je wordt omschreven als iemand die je totaal niet bent. Ja, ik deed al eens onnozel, maar ik was geen boer, ik had wel respect voor anderen. (zwijgt even) Ik kon daar niet mee omgaan. Nu wel, ik weet nu dat je niet voor iedereen goed kan doen. Wie mij kent, weet hoe ik ben. En dat is goed zo. In diezelfde periode veranderde ik van tennisacademie, maar ik kwam terecht in iets wat leek op een vakantieresort. Dat was niet goed voor mij. En ik leerde ook Capriati kennen (groen lachje). Dat was dom. Maar ja, je zit daar alleen, als jonge gast. Dan doe je al eens misse dingen. Ik moest vooral haar carrière dienen, maar zakte zelf helemaal weg op de ranking. Ik heb toen gedacht aan stoppen. (stil) Dat was ook een lastige periode voor mijn ouders, heel verstaanbaar. Ik had ruzie met hen door die situatie.

“Ik had nooit de nummer één van de wereld willen worden”

Twee jaar later sta je wel in de halve finale van Wimbledon. Hoe ben je erbovenop geraakt?
Als je ouders, je broer en anderen blijven zeggen dat je fout bent, dan ga je dat plots ook beseffen. Op een dag heb ik alles achtergelaten, Capriati, mijn huis, mijn inboedel en ben ik bij vrienden ingetrokken. Eén week heb ik me helemaal ontspannen, daarna ben ik weer beginnen trainen. En dan is het snel weer omhoog gegaan. En Wimbledon was natuurlijk het hoogtepunt, dat tornooi had voor mij iets speciaals. Ik hield van dat gras.

Jij kon alles op een tennisveld. Mag ik jou een kunstenaar in tennispak noemen?
(glimlacht) Dat is mooi gezegd, merci. Ik speelde graag tennis. En een showke zat er altijd in. Maar ik heb er nooit alles voor willen opofferen, ik wou ook genieten van het leven. Dan bedoel ik niet uitgaan of drinken, maar met vrienden samenzitten, een avondje pokeren, wat golfen.

Je hebt drie ATP-tornooien gewonnen, het dubbel op Roland Garros, je was 19e op de wereldranking, maar toch heb ik ook het gevoel dat er meer in zat.
Dat zal wel kloppen. In 2007 was ik heel sterk. Ik won twee ATP-tornooien, klopte Nadal, ik was 23e van de wereld. Als ik op een veld kwam, wist ik dat ik zou winnen. Voor het eerst in mijn leven. In de kleedkamer voelde je ook de schrik bij de tegenstander. En dan heb je een grote voorsprong in het tennis. Ook mentaal zat het goed. Maar dan: één verkeerde beweging, een polsblessure en zes maanden out. En dan was het gedaan. Dat heeft pijn gedaan.

Had jij de nummer één van de wereld kunnen worden?
(blaast) Dat jaar zat de top-15 er zeker in. En waarschijnlijk ook de top-10. Maar oké, nummer één niet, neen. Ik had het ook niet willen worden. Als je ziet welk leven een Federer leidt. Trainen voor 5.000 man, altijd handtekeningen uitdelen, nooit gerust gelaten worden. Ik ben gelukkig met mijn carrière. Ik heb mooie en moeilijke momenten meegemaakt. Dat is toch ook zo in het leven?

“Hij kon puur op talent wedijveren met de toppers, maar zijn karakter zat hem wat in de weg”, zegt ex-tennisser Filip Dewulf. Akkoord?
Nee, toch niet. Ik had het nodig om eens goed te vloeken op het veld. Als ik probeerde kalm te blijven, dan verloor ik mijn drive om te winnen. Oké, ik ben te ver gegaan die wedstrijd in Miami. Toen sloegen de stoppen door. Ik wou die wedstrijd zo graag winnen. Maar die lijnrechter zag blijkbaar niet goed, zij miste keer voor keer. Ik kon dat niet aan. Maar eens van het veld wist ik al dat ik fout was. Ik ben normaal een rustige jongen. Maar toen leek het alsof iemand anders uit mijn vel trad.

Wat wil jij nog doen in je leven?
Ik leef van dag tot dag. Ik zal wel in de sport actief blijven, denk ik. Ik kan anders niet veel, ik heb nooit gestudeerd. Maar een echte droom, mja. (denkt na) Een gezin stichten, dat wil ik zeker. Ik ben gek van kinderen. Maar vraag me niet wanneer.

Dit interview verscheen in De Zondag van 2 augustus 2015.