Soms zit een imago tegen. Neem nu Luxemburg-stad. Weinigen zullen bij het begrip ‘citytrip-bestemming’ spontaan aan de hoofdstad van het Groothertogdom Luxemburg denken. Met ‘dank’ aan een saai imago als afstandelijke zakenstad vol banken, kantoren en Europese instellingen. Wij schudden in nagenoeg 48 uur vakkundig alle vooroordelen over Luxemburg-stad van ons af. Volg de gids.

Door Igor Vandenberghe

Heuglijk nieuws als opener van dit artikel: sinds de lente van dit jaar is al het openbaar vervoer – dus treinen, trams en bussen – in het groothertogdom Luxemburg volledig gratis, niet enkel voor inwoners, maar ook voor toeristen. Een wereldprimeur, waar wij tijdens onze citytrip ook dankbaar gebruik van maken. Onze eerste halte is de wijk Kirchberg, een recente stadsuitbreiding vol kantoorgebouwen en brede lanen. Hier vind je onder meer het Europees Hof van Justitie en andere instellingen van de Europese Unie.

Dit klinkt misschien niet meteen uitnodigend, maar vergis je niet: deze wijk heeft ook heel wat te bieden aan toeristen. Meer nog: deze wijk is een droomspot voor toeristen, op zoek naar een stijlvol hotel in de luwte. Onze favoriet? Mama Shelter, misschien wel het meest hippe stadshotel van Luxemburg. En reden nummer twee: hier vind je ook het Mudam, voluit het Musée d’Art Moderne Grand-Duc Jean. Dit museum werd in 2006 geopend, een jaar voordat de stad haar feestkostuum als Culturele Hoofdstad van Europa aantrok. Verwacht u aan een lichtjes futuristisch bouwwerk vol monumentale glaspartijen, immense trappenhallen, doorkijken en doorgangen. In het bouwwerk kan je naast de permanente collectie ook altijd meerdere tijdelijke expo’s bezoeken.

Kirchberg combineert eigentijdse architectuur met opvallende kunstwerken. (foto Uli Fielitz)

De Kazematten

Na ons bezoekje aan Mudam nemen we de tram richting bovenstad. Het historische centrum valt uiteen in twee delen, een boven- en een benedenstad. Beide stadsdelen worden van elkaar gescheiden door de kazematten, een uniek vestingcomplex-annex gangenstelsel in bunkervorm dat in de rotsen is uitgehouwen. Tijdens de middeleeuwen was Luxemburg immers een knooppunt in Europa, wat dan weer leidde tot vele bloederige strijdtonelen om de controle over de stad. De Spanjaarden gaven de aanzet voor dit unieke complex, gevolgd door de Oostenrijkers en de Fransen. Op zijn hoogtepunt vormde de kazematten een gangenstelsel van vele tientallen kilometers. Anno 2020 telt Luxemburg-stad nog twee kazemattendelen; de Bockkazematten en de Petrussekazematten, al is die laatste niet te bezichtigen.

De Kazematten zijn ronduit indrukwekkend, vol doorsteken, galerijen, trappencomplexen en een prachtig zicht op de benedenstad.

De Bockkazematten kan je wel bezoeken en zijn ronduit indrukwekkend. Vanuit het gangenstelsel in de rotsen word je op een imposant panoramisch zicht over de benedenstad getrakteerd. Pik tijdens je bezoek aan Luxemburg zeker dit labyrint mee. Wij waren onderweg nog geen klein beetje onder de indruk van dit uniek gangencomplex vol doorsteken, galerijen en trappencomplexen.

Niet te missen: een tocht doorheen de Bockkazematten. (foto Nienke Krook)

Boven en beneden

Na een doortocht door de historische bovenstad Oberstadt, die bezaaid is met middeleeuwse restanten, winkelstraten, gezellige stadspleinen en kronkelende straten en stegen, trekken we naar de benedenstad. Die bestaat uit de wijken Grund, Pfafenthal en Clausen en is dan wel minder historisch dan de bovenstad, maar een stuk relaxter. Vanaf de bovenstad kan je trouwens op verschillende manieren naar de benedenstad trekken. Via de Kazematten kan je naar Grund wandelen, maar je kan ook een lift gebruiken die vind je aan het panoramisch uitzichtpunt La Corniche of de panoramische kabelbaan nemen naar de wijk Pfaffenthal. Daarbij wordt een hoogteverschil van 71 meter overbrugd.

Van alle wijken in de benedenstad, wist Grund mij het meest te fascineren. Deels door zijn pittoreske uitstraling, deels door zijn middeleeuws karakter en zijn vele historische gebouwen. Zoals de abdij van Neumünster, nu omgevormd tot een cultureel ontmoetingscentrum. Al kan schijn ook bedriegen: ondanks zijn middeleeuwse setting dateren de meeste gebouwen en huizen uit de 19de eeuw. In dit deel vind je ook talrijke cafés en restaurants, de meeste met zicht op de bovenstad of gelegen aan de rivier de Alzette.

 

De Place Guillaume II

Op dag twee focus ik mij op de bovenstad. Die valt ruimer uit dan gedacht, met de Place Guillaume II als Grote Markt van dienst. In feite telt de bovenstad twee grote marktpleinen, met naast de Place Guillaume II eveneens de Place d’Armes. Beide stadspleinen zijn via een doorsteek in de Rue du Curé met elkaar verbonden. Vooral tijdens de zomermaanden is het er relaxt flaneren langs de met lindebomen afgezette Place d’Armes. Wie honger en dorst heeft, wordt verwend met een brede keuze aan gezellige buitenterrassen.

Een ietsje verder botsen we op het groothertogelijke paleis. Dit fraaie renaissancepaleis dateert uit de 16de eeuw, en vormt sinds de 19de eeuw de wettelijke verblijfplaats van de plaatselijke groothertogen. De wijk pal achter het paleis bestaat uit een kluwen van straten en steegjes, volgestouwd met restaurants, bars en winkels. ‘s Avonds heerst er hier in normale tijden dan toch altijd een aanstekelijke drukte.

De Museumsmile

Toeristen die een stevige geut cultuur willen meepikken, kunnen daarvoor terecht in de vele musea die Luxemburg rijk is. Geen museumwijk in Luxemburg-stad, maar een MuseumSmile , een fictieve lijn van één mijl, met daarlangs de zeven voornaamste musea van Luxemburg-stad. Wie van kunst en cultuur houdt, weet wat gedaan.

Wij gingen alvast voor de Luxembourg Card, een pas die ons gratis toegang verschaft tot meer dan 60 musea en attracties. Voor de prijs hoef je het niet te laten: 13 euro voor één dag of 20 euro voor twee dagen.

Maar nu terug naar de MuseumSmile. Die telt zeven musea, en bevat voor elk wat wils, gaande van het Lëtzebuerg City Museum (een historisch museum over de geschiedenis van Luxemburg) over het Casino Luxembourg – Forum d’Art Contemporain (internationale moderne kunst) tot en met het Musée National d’Histoire et d’Art. Dit laatste museum presenteert een bont allegaartje van archeologische-, historische- en kunstcollecties. En natuurlijk is er ook het Mudam, zie hierboven.

Eindconclusie: onze 48 uur in Luxemburg-Stad vlogen voorbij. Op ons verlanglijstje stond ook een tocht met een e-bike in de omgeving, maar dat zal voor een volgende keer zijn. Want terugkomen doen we zeker.

Nieuw versus oud in Luxemburg stad. (foto Sabino Parente)

Praktisch

Corona
Op restaurants, pubs en cafés na, zijn in Luxemburg momenteel alle handelszaken open. Ook de musea en de hotels zijn open.

Toeristische dienst
Voor meer info over Luxemburg en de Luxembourg Card, ga naar de Nederlandstalige site van de Toeristische Dienst van het Groothertogdom Luxemburg.
visitluxembourg.com

Overnachten
Ik sliep twee nachten in Luxemburg-stad, één nacht in Mama Shelter en één nacht in hotel Le Place d’Armes. Twee totaal verschillende hotels, maar ook twee topadresjes.

Hotel Le Place d’Armes is een instituut in de binnenstad, een stijlrijk stadshotel met een roemrijke geschiedenis en met een toprestaurant: La Cristallerie. hotel-leplacedarmes.com

Hotel Mama Shelter verrast dan weer met zijn trendy inrichting en zijn hippe omkadering. mamashelter.com