Vogels fluiten, bijen (en verrassend grote hoornaars) zoemen, zonnestralen vallen door het bladerdak. Het is hoogzomer in de Limburgse bossen, waar radiopresentatrice Annemie Peeters haar intrek heeft genomen in een wel zeer sprookjesachtige boomhut. Hier ontvangt ze de hele zomer lang bekende Vlamingen, voor een gesprek ver weg van comfortzones en applaus.

Het is voor mij al vaste prik: op zaterdagochtend, van 11 tot 13 uur, laat ik me door de zoetgevooisde stem van Annemie Peeters meevoeren naar het fabelachtige Warredal in Maaseik, waar de sympathieke presentatrice BV’s naar haar boshut lokt en met de hulp van Moeder Natuur dieper hoopt door te dringen tot de mens achter de bekende kop. Ook ik ben er heel even te gast, niet om geïnterviewd te worden uiteraard, maar om zelf de vragen te stellen. Want wie is Annemie Peeters wanneer zij geen radio maakt? Ik hoop dat de charme van de boshut ook in mijn voordeel werkt.

Het is misschien een rare vraag om te stellen in zo’n paradijsje, maar waarom maak je hier radio?

Omdat ik ervan uitging dat deze locatie, midden in de bossen, andere gesprekken zou opleveren. Dat was mijn uitgangspunt toen ik dit radioprogramma voorstelde aan de VRT-bazen. Dat was trouwens lang voor corona. Toen we uiteindelijk in lockdown gingen, wilde ik het idee meteen begraven. Ik dacht dat mensen hun buik wel vol zouden hebben van het simpele leven in eigen land, van downsizen, van niet op reis gaan. Dat mocht je de luisteraars na drie maanden lockdown niet meer aandoen, vond ik. Maar de bazen bleven het een goed idee vinden. Terecht overigens, want het blijkt wel te werken. Mijn gasten zijn anders wanneer ze hierheen komen. Telkens denk ik: ah, maar zo ken ik u niet. En dat was de bedoeling.

Dus je bent tevreden? Je lijkt me nochtans iemand die niet snel tevreden is.

Ik vind het inderdaad moeilijk om tevreden te zijn over iets wat ik zelf gemaakt heb. Ik vrees dat ik zeer perfectionistisch ben. Als ik naar mijn eigen programma’s luister, hoor ik vooral wat niet goed was, wat ik heb laten liggen, de vraag die ik niet gesteld heb, de dingen die ik er niet heb uitgekregen. Tegelijkertijd besef ik dat De boshut wel waarde heeft en dat de luisteraars er iets aan hebben. Ik ben tevreden over wat mijn gasten van zichzelf blootgeven. En dat ze graag hierheen komen, ook al ligt de boshut in een verre uithoek van het land. Bovendien geniet ik hier zelf ook enorm.

Je hebt het in het programma ook wel eens over jouw jeugd in Limburg. Voelt dit aan als thuiskomen?

Toch wel, hoewel dit een heel ander Limburg is dan waar ik ben opgegroeid. Ik kom uit Beringen, dat ligt hier niet echt in de buurt. En toch voel ik mijn Limburgse roots hier. Als kind ging ik altijd in de bossen wandelen. Dat was mijn jeugd, wij gingen niet op vakantie. Pas later, toen wij een auto hadden, deden we daguitstapjes, naar Maaseik bijvoorbeeld, of naar Scherpenheuvel. Het Limburg-gevoel blijft alleszins sterk in mij leven, ook al woon ik al heel lang in Antwerpen. Ik schakel hier ook automatisch over op mijn Limburgse dialect. Mijn lief staat daar altijd van te kijken, hij begrijpt er vaak niets van. Ik herken ook onmiddellijk andere Limburgers. Dat schept een band, nog voor ik kan beslissen of ik iemand wel tof vind.

“Als ik terugblik op mijn carrière, denk ik: wauw, één groot feest!”

Een vakantiegevoel is sterk aanwezig in je programma. Hoe kijk jij nu naar vakantiegangers die op veel te drukke stranden liggen of feestende jongeren in buitenlandse discotheken die binnenkort weer terug naar België komen?

Die foto’s van feestende jongeren, daar word ik heel kwaad van. Ik begrijp niet dat je zo weinig burgerzin kunt hebben. Ik heb tijdens de lockdown flink afgezien omdat iedereen die mij lief is mee in de ellende zat. Ik heb een zoon in Barcelona die daar 14 weken lang opgesloten zat. Als hem iets zou overkomen, zou ik niet naar hem toe kunnen. Die gedachte vond ik verschrikkelijk. Het brak mijn hart. Mijn andere zoon had een reis naar Thailand gepland omdat zijn lief daar stage loopt. Die reis viel dus in het water, terwijl hij zijn kot al had opgezegd en hij plots dus bij zijn moeder zat. Geen ramp natuurlijk, maar dat was niet wat die jongen wilde. Mijn vader van 88 woont in Limburg. Naar hem kon ik niet tijdens de lockdown en dat durfde ik ook niet. En mijn lief en ik wonen ook niet samen. Dus als je tijdens zo’n lockdown niet vrij mag bewegen, dan wordt het lastig. Ik heb onwaarschijnlijk afgezien, meer dan ik had gedacht. Ik hoop dus dat er nooit meer zo’n algemene lockdown komt. Dat zou moeilijk te accepteren zijn. Ik hoop dan ook van harte dat mensen zich aan de regels zullen houden. Zo erg is dat toch niet als je daarmee erger kunt voorkomen. Dat tegendraadse van de Belg, van te denken dat de regels op iedereen van toepassing zijn behalve op hém, daar kan ik niet tegen.

Volgens Wikipedia word je dit jaar 60. Vind je dat lastig? Ik vraag het omdat je vorig jaar een reeks maakte over vijftigers en hun moeilijkheden op de arbeidsmarkt.

Lastig? Nee, eigenlijk niet. Ik heb daar vrede mee. Misschien ga je door corona meer relativeren, maar ik denk nu vooral: wees maar content. Ik heb fijne kinderen, een fijne vriend, mijn vader is er nog altijd, ik mag fijne programma’s maken. Waarom zou ik neuten over die ene verjaardag? Bovendien heb ik bij iedere ‘grote verjaardag’ altijd het gevoel van een mijlpaal gehad. Toen ik 30 werd, woonde ik in Afrika, op mijn 40ste mocht ik net De zevende dag presenteren, toen ik 50 werd, had ik net een nieuw lief. Misschien wordt 60 ook wel zo’n mijlpaal.

Blik je wel eens terug op je carrière? Of blik je vooral vooruit?

Ik kijk alleszins niet uit naar mijn pensioen over een jaar of zes. Ik werk graag en denk nog lang niet aan uitbollen. Ik ben vooral benieuwd naar wat er na De boshut komt. Dat ligt nog helemaal niet vast, maar ik heb nog honderd ideeën voor radioprogramma’s. Ik verzin hierna wel weer iets, daar ben ik goed in. Als ik toch even mag terugblikken, denk ik: wauw, één groot feest was het. Ik heb het in al die jaren alleen maar leuk gehad bij de VRT. Ik heb in mijn carrière prachtige kansen gekregen en misschien ook wel zelf gecreëerd.

Tot slot: hoe ziet jouw ideale weekend eruit?

Zondag is een dag met mijn lief, er is geen zondag zonder elkaar. We maken dan graag een lange fietstocht en brunchen daarna zo lang en uitgebreid mogelijk. Ik vind het ook altijd leuk als ik in het weekend mijn zonen kan zien of mijn vader kan bezoeken. Ik lees graag de kranten op zaterdagochtend, ga dan vaak nog eens fietsen en in een ideaal weekend breng ik ook een bezoekje aan de kapper. Tijdens de lockdown heb ik trouwens wat afgefietst. Elke dag 40 kilometer naar mijn lief en de dag erna weer terug. Zo’n afstandje doe ik moeiteloos, wind mee of wind tegen.

 

De boshut, elke zaterdag van 11 tot 13 uur op Radio 1.