Het Natuurhulpcentrum Oudsbergen ving van midden maart tot juni 3.387 wilde dieren op, een stijging van veertig procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. En opvallend: vaak worden ook dieren binnengebracht die helemaal niets mankeren.

Tijdens de quarantaineperiode waren we verplicht om in onze eigen buurt te vertoeven, wat maakt dat we meer oog hadden voor de natuur, zo blijkt. In Natuurhulpcentrum Oudsbergen in de provincie Limburg werden meer inheemse gewonde of verweesde wilde dieren binnengebracht. “Van midden maart tot juni klokken we af op 3.387 dieren, dat is een stijging van veertig procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar”, zegt Dries Damiaens. “Het dagrecord lag op 137 dieren, terwijl dat er vorig jaar nog 83 waren. De reden van die verhoging is eenvoudig te verklaren. De mensen waren simpelweg meer buiten, in de provinciedomeinen en in hun eigen tuin.”

Keerzijde van de medaille is dat er heel wat dieren onnodig werden binnengebracht. “Jonge vogels die rondhuppelen in de tuin zijn niet altijd ziek of gewond. Ze lopen eerst enkele dagen rond vooraleer ze kunnen vliegen. Mensen handelen te goeder trouw, maar zijn soms toch onwetend. Daarom geven wij zo veel mogelijk tips in ons centrum en via onze website natuurhulpcentrum.be.” Door de coronacrisis loopt het centrum heel wat inkomsten mis, hoewel het aantal dieren en ook de kosten toenemen. “We kunnen de steun nu goed gebruiken, daarom roepen we op om lid te worden via onze website.”

Meer groen

Ook Natuurpunt merkt een verhoogde interesse in fauna en flora. “Zo kregen wij in de afgelopen weken veel meer vragen van mensen die een dier hadden gevonden en wat ze ermee moesten doen”, zegt Natalie Sterckx, woordvoerder van Natuurpunt. “Ook ons ledenaantal is ferm gestegen. Van maart tot juni mochten we 2.598 nieuwe leden verwelkomen, een stijging van veertig procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Op onze app met wandelkaarten waren er liefst 75.000 downloads en ook de app Obs Identify – om dieren te herkennen – werd veel meer geraadpleegd.” Natuurpunt lijkt als een van de weinige verenigingen voordeel te halen uit de hele lockdownperiode. “Mensen lijken zich meer bewust te zijn van hoe belangrijk de natuur in hun eigen buurt is. Tijdens de quarantaine werd er veel gewandeld en gefietst. Sommige provinciedomeinen werden zelfs drukbezocht. Er is dus wel degelijk behoefte aan meer groen in Vlaanderen. Grote gebieden kunnen we niet meer aansnijden, maar kleinere delen wel. Zo blijven we groene lussen maken, voor wandelaars, fietsers en de vele dieren die er leven.”

(Nikita Vindevogel)