Een tsjeef en een grofgebekte auteur, je zou denken: geen match made in heaven. Maar tussen Hilde Crevits en Herman Brusselmans klikt het. Al langer dan vandaag. Wat een terugblik op het voorbije jaar moest worden, mondt uit in een open gesprek over schrijven en politiek, over leven en dood. (foto Stefaan Beel)

Een anekdote die ik u niet wil onthouden: hoe Hilde Crevits en Herman Brusselmans elkaar leerden kennen. Dat de politica een lelijk kapsel heeft, schreef laatstgenoemde jaren geleden in een column. Eerstgenoemde toonde het schrijfsel aan haar coiffeur, Christine uit Brugge. Die wist niet wat ze las. “En zeggen dat Herman hier ook komt met zijn haar”, verklapte ze aan Crevits. De bal ging aan het rollen. Op een feestje van die Christine leerden ze elkaar kennen. Later gingen ze eens tafelen met de partners. Het klikte. De zeven-seconden-regel, zegt Brusselmans. “Na zeven seconden weet ik of ik iemand graag heb. Hilde heb ik graag.”

Het decor voor ons gesprek ademt nostalgie uit. Een mooie villa, hartje Roeselare. Het haardvuur knettert, de tafel mooi gedekt, de kerstboom lacht ons toe. Brusselmans slaat de champagne over. De schrijver drinkt niet. Al jaren niet meer. Crevits heeft een boek mee om te laten signeren: De man die werk vond, van 1985, haar eerste kennismaking met Brusselmans. Ze is fan, bekent ze, evenals haar man. Dat het ooit anders was, zeg ik. In de jaren negentig was het voor politica’s haast not done van Brusselmans te houden.

Crevits: Ook in mijn entourage zijn er mensen die schrikken als ik dat zeg. Herman schrijft inderdaad niet altijd even vrouwvriendelijk. Maar je moet door de pis en de kak lezen. Onder de oppervlakkigheid zitten zoveel mooie zinnen. Die kunnen niet geschreven zijn door een emotieloos man, integendeel.

Neem migratie van Francken weg, en je hoort niet van die jongen. Dat is anders voor Hilde.

(Herman Brusselmans)

Brusselmans: Ik vecht al jaren met dat etiket. Kijk: ik vind dat je met alles moet kunnen lachen, behalve met lijden en dood. Wie tegen de schenen schopt, is daarom geen seksist of racist. Ik ben een weldenkend mens, links van het centrum.

Crevits: Ben je écht nog links?

Brusselmans (blaast): Neem het centrum dan. Hoe zeggen ze dat ook alweer? Wie op zijn twintigste niet links is, heeft geen hart. Wie op zijn zestigste niet rechts is, heeft geen verstand. Ik ben wellicht opgeschoven met ouder worden. Links is zwaar idealistisch, staat graag op de barricaden om dingen te veranderen. Ik ben conservatiever geworden. Politiek én maatschappelijk. Ik wil vooral een zo rustig mogelijk leven.

Crevits: Lukt dat met een vriendin van 26?

Brusselmans (lacht): Neen, zij is megaheftig en geëngageerd in allerlei goede doelen. Als we discussiëren over iets, moet ik al eens zeggen: kom baby, even time-out, laat me wat rusten op de zetel. (zwijgt even) Ik ben ook een zwartkijker. Die bullshit in mijn boeken dient als tegengewicht voor de miserie van het dagelijkse leven. Net als de liefde trouwens.

Crevits: Ik sta optimistischer in het leven. Maar ik hou er wel van om zwarte zinnen te lezen. Herman schreef eens: niet de dood nadert, wij naderen de dood. Schoon, toch? Maar ook akelig. Ik denk zo niet. Dat is wellicht het verschil tussen ons. Maar dat toont ook aan dat Herman helemaal niet oppervlakkig is. Ik lees heel graag boeken, vooral fictie. Ik heb die woorden en zinnen nodig om te ontspannen. Lezen verrijkt ook je geest. Helaas val ik ’s avonds veel te snel in slaap. (lacht)

Als ik ook permanent ruzie moet maken, dan stop ik. Dat meen ik. (Hilde Crevits)

Wat is het beste boek van het voorbije jaar?

Brusselmans: Brieven, dagboeken en een geheime liefde van Laurie Langenbach. Die vrouw stierf aan baarmoederhalskanker toen ze 37 was. Ze weigerde zich te laten behandelen door de klassieke geneeskunde. Ze trok naar Japan om sapjes te drinken. Een mooi, maar tragisch figuur. Ze had ooit een relatie met Armand van Ben ik te min. Als schrijfster werd ze niet ernstig genomen. Haar brieven over haar leven hebben mij echt geraakt.

Crevits: Ik ga het laatste boek van Herman noemen: Hij schreef te weinig boeken. Ik was wel ontgoocheld dat ik pas op pagina 500 voor het eerst aan bod kwam. (lacht) Dit is je meest persoonlijke roman ooit, niet? Ik vind het heel knap hoe je je bloot durft te geven op je zestigste. En opnieuw: onder de absurditeiten zitten zoveel mooie zinnen en emoties verborgen.

Brusselmans: Mijn vriendin Lena had er wel wat problemen mee. Ik noem het een liefdesroman. Maar ik schrijf niet alleen over de bloemetjes en de bijtjes. Ik schrijf ook over de ruzies en de wanhoop soms.

Theo Francken (N-VA) en Hilde Crevits voerden het voorbije jaar de lijstjes van populairste politici aan. Wie kent de verklaring?

Brusselmans: Francken straalt zijn partij en zijn departement uit. Neem migratie van hem weg, en je hoort niet van die jongen. Dat is anders voor Hilde. Zij zou elk dossier goed doen. Ze straalt dat ook uit. Maar tegelijk is ze de vrouw-next-door die haar haar laat knippen door Christine uit Brugge. Ik denk dat dat de mensen aanspreekt. Ze is ook charmant, vlot en laat zich niet van de wijs brengen door journalisten.

Crevits: Ik ben blij dat ik op mijn manier aan politiek kan doen. Want voor mij is er geen andere manier. Ik kom graag onder de mensen, en ik ga graag naar de coiffeur. (lacht)

Ik ben conservatiever geworden. Ik wil vooral een zo rustig mogelijk leven. (Herman Brusselmans)

Wat heeft u het voorbije jaar echt kwaad gemaakt?

Crevits: Wel, dat sluit daarop aan. Ik vond 2017 geen mooi jaar: het politieke en publieke debat is ongelooflijk ruw geworden. Ik voel me niet thuis daarin. Als ik durf stelling innemen over pakweg taal op school, barst mijn mailbox uit haar voegen van de haatberichten. (zucht) Onze samenleving is zich precies aan het uitputten. Alles is zo explosief en impulsief geworden. Ik vind het heel heftig. Dat moet veranderen. Ik vind het belangrijk tijd te nemen om echt te spreken, om na te denken.

Brusselmans: The medium is the message, Hilde. Email en sociale media zijn uiterst geschikte instrumenten om het eigen ego te strelen. Je hebt maar twee muisklikken nodig. Zie Francken: hij speelt ook het haantje. Een politicus zou nochtans ten dienste moeten staan van de burgers, niet van het eigen ego. Jij straalt die machtswellust niet uit.

Crevits: Let op: ik ben niet naïef. Je hebt macht nodig om iets in beweging te zetten. Maar ik kan niet aan politiek doen op een slagveld. Ik hoef geen vijand.

Denkt u soms na of u wel verder wil in de politiek?

Crevits: Als ik ook permanent moet ruzie maken, dan stop ik. Dat meen ik. Ik ben de politiek ingestapt met het engagement om de samenleving beter te maken. Mensen mogen van mening verschillen, maar moeten elkaar daarom niet uitschelden. Ik pas daarvoor. Enfin, er zijn natuurlijk grotere problemen in de wereld, maar ik wou dit toch eens aanhalen. Ik zit ermee. Ik ben tien jaar minister, en ik heb het nooit zo erg geweten. Volgend jaar is het jaar van de hond, van de rust. Laat ons hopen.

En u, meneer Brusselmans?

Brusselmans: De toestand in Syrië en het hele Midden-Oosten. Dat maakt mij nog steeds heel kwaad. Steden worden er plat gebombardeerd. Geen twee stenen staan nog op elkaar.

Crevits: Akkoord. Ook in dat opzicht was 2017 geen goed jaar. Mensen slachten elkaar af, moorden elkaar uit. Dat is triest.

Brusselmans: Wie daarvoor onverschillig wordt, springt beter het water in. Mensen vragen mij soms of ik gelukkig ben. Ja, ik heb een tof leven, een tof lief, ik verdien goed mijn brood. Maar kan je echt gelukkig zijn als de halve wereld in brand staat? Ik niet. Ik heb ooit gedroomd dat ik aan het hoofd sta van een compagnie die Auschwitz bevrijdt. Ik wil maar zeggen: ik ben daar echt mee bezig. Dat speelt een grote rol in mijn geluksgevoel.

Wat heeft u het voorbije jaar echt blij gemaakt?

Crevits: Heel veel ook. Maar als ik één iets moet noemen: de dag dat mijn zoon genezen verklaard is van kanker. Dat klinkt misschien egoïstisch, maar ik kan niet anders dan dit noemen. (zwijgt even) Hem terug zien stralen, heeft mij zó blij gemaakt. Ik associeer geluk vandaag met dat.

Brusselmans: Dat is toch normaal, Hilde. Dat is gewoon zo. Wat heeft mij blij gemaakt? Mijn lief. En als ik terugkeer in de tijd: de dag dat mijn ex-vrouw en beste vriendin Tania voor 99 procent genezen verklaard is van kanker. Als je kanker hoort, associeer je dat met sterven. Daarna moet je een heel proces door: de chemo, het herstel. Als je dan weer zuiver bent, dan is dat het grootste geluk.

Crevits: Geluk is klein, hè. Zo dichtbij. Van hier nu te zitten en te praten, geniet ik ook. Van een koffietje drinken met vrienden en familie. (even stil) Ik had het voordien moeilijker om te genieten van het hier en nu. Ik was altijd bezig. Ik heb mezelf moeten verplichten om dat te leren. En dat lukt mij beter en beter.

Mijn zoon terug zien stralen, heeft mij zó blij gemaakt. Ik associeer geluk vandaag met dat. (Hilde Crevits)

Brusselmans: Geluk is vaak het wegvallen van ellende. Dat is iets vreemd. Ik was 58 toen ik weer alleen viel. Ik dacht dat ik de liefde nooit meer zou voelen. Maar dan verschijnt plots een jong en energiek meisje uit Amsterdam. Zij heeft mijn leven weer op zijn kop gezet.

Crevits: Schoon, hè. Ik kan van nog dingen gelukkig worden, hoor. Ik zie ook een tegenbeweging in onze samenleving. Tegen polarisatie, voor integratie. Ik ben ook positief gestemd over onze jeugd. Ik zie veel geëngageerde twintigers die op een positieve manier willen leven en samenleven. Dat vind ik ook heel mooi. Vroeger was het zeker niet beter. Dat wil ik ook eens zeggen.

De voor- en hoofdgerechten, geitenkaas en ree, hebben gesmaakt. Het dessert wordt voorbereid. Brusselmans gaat een sigaret roken. Crevits fluistert me toe: “Ik vind hem echt een fijne mens. Hij is ook elegant in de manier waarop hij spreekt.” Als hij weer binnenkomt, bekent zij dat ze een beetje jaloers is op het schrijversbestaan, in positieve zin. “Als kind in de lagere school hield ik ervan verhaaltjes te schrijven. Ik kroop dan achter vaders elektrische typemachine. Het lijkt me heerlijk om leven te scheppen uit je fantasie. Hoe verloopt jouw dag eigenlijk? Sta jij op, eet jij je boterhammetjes en begin je dan?”

Brusselmans: Neen, schrijver ben je 24 uur op 24. Zelfs als ik in mijn zetel lig, ben ik in mijn hoofd aan het schrijven. Waarom worden zoveel creatieve mensen stapelzot, denk je? Omdat je geen knop hebt om je hoofd uit te zetten.”

Crevits: Zit jij nooit vast?

Brusselmans: Neen. Ik kijk naar de werkelijkheid, en laat mijn fantasie daarop los. Dat gaat automatisch. Die werkelijkheid kan vanalles zijn, het onnozelste eerst.

Crevits: Ik droom ook vaak ’s nachts over mijn dossiers en vind dan oplossingen. Het probleem is dat ik die ’s morgens dan vergeten ben. (lacht)

2017 was geen mooi jaar. Het publieke en politieke debat is ongelooflijk ruw geworden. (Hilde Crevits)

Elke politicus schrijft tegenwoordig een boek. Misschien moet u dat doen?

Herman: Dat is weer dat ego, hè.

Crevits: Ik ga dat ook niet doen. Dat bedoel ik ook niet met schrijven. Ik zou graag literatuur kunnen maken, nieuwe zinnen scheppen.

En omgekeerd: zou Herman Brusselmans een politicus kunnen zijn?

Brusselmans: Ik ben ooit gevraagd door Jean-Pierre Van Rossem. Die had met enkele andere pipo’s een partij opgericht. Maar wie aan politiek doet, moet compromissen kunnen sluiten. Ik wil dat niet doen. Een schrijver moet compromisloos zijn. Ik ben ook een eenzaat, terwijl politiek mensenwerk is.

Crevits: Dat laatste klopt. Ik heb mensen nodig rondom mij. Ik hou van die interactie. Maar ik ben er niet van overtuigd dat Herman een slechte politicus zou zijn. Vergeet eens even je schrijverscarrière. Jij bezit de rust die een politicus nodig heeft. Je kan compromissen sluiten, want je woont samen met iemand van 26. En vooral: jij hebt het vermogen om te luisteren. Ik voel dat vanavond. Je luistert naar de vragen, naar wat ik zeg, je neemt je tijd om te antwoorden. Dat is cruciaal voor een politicus.

Brusselmans: Dat kan, ja. Maar ik kan mijn schrijverschap niet vergeten. En beiden combineren kan niet.

Zou hij passen bij CD&V?

Crevits: In sommige opzichten wel, ja. Ik heb net enkele aspecten genoemd. Hij heeft me vorig jaar ook verrast met zijn column Wij van Links. Ik dacht even dat je opgeschoven was van heel links naar heel rechts. Maar dat blijkt dus niet zo te zijn.

Brusselmans: CD&V lijkt me wel een veilige omgeving. Je kan op één thema iets meer links denken en op een ander thema iets meer rechts. Dus ja, ik zou er mij wel thuis voelen.

Crevits: Ik denk dat ook.