Directeur redactie Pascal Kerkhove roept op om streng te blijven

477

Goedemorgen,

Sinds de lockdown van 13 maart kennen we allemaal een nieuwe tijdsindeling: er is een leven voor, tijdens en na corona. Zelf mocht ik 58 jaar leven zoals ik wilde en nu al één maand niet. Heb ik evenveel geluk als mijn mama, dan komen er na corona nog 30 mooie jaren bij. 58 jaar, 1 maand, 30 jaar: is dat eerste cijfer uiteraard variabel, dan is het tweede voor iedereen identiek én het derde voor niemand voorspelbaar. Toch is er een onlosmakelijk verband: wie het geluk van ons pre-coronaleven ten volle beseft, relativeert onmiddellijk de duur van de huidige lockdown. En wie écht hoopt op maximale tijd en kwaliteit tijdens de post-coronatijden, doet vandaag gewoon wat ons gevraagd wordt. Zonder zagen en klagen over wat we allemaal niet mogen doen. Dat is overigens best veel, zeker omdat we inboeten op wat ons erg na aan het hart ligt: controle en vrijheid. Onze vrijheid om te gaan, te staan, te zeggen en te doen wat we willen. Onze controle over het leven. Of mag ik zeggen, onze vermeende controle. Elke leidinggevende, trainer of generaal kent deze waarheid, of zou ze moeten kennen: wie goed voorbereid het gevecht aangaat, kan tijdens de strijd maximaal inspelen op onverwachte wendingen. Wij waren niet voorbereid op deze aanval van corona. Niet vanuit onwetendheid – een mens kan altijd verrast worden –, wel vanuit een foute zelfverzekerdheid. Dodelijke pandemieën dateren uit lang vervlogen tijden, ons zou het niet overkomen. Het is niet nieuw: de geschiedenis vertelt ons veel, maar we leren er veel te weinig uit. Het lijkt me aangewezen om dat deze keer wel te doen.

Het is Pasen. Miljoenen katholieke mensen vieren vandaag het bijzondere feest van de verrijzenis van Jezus. Ik ben niet gelovig, maar hou van de mooie gedachte en krachtige symboliek. Of vrij naar de Chinese filosoof Confucius: de kracht van de mens schuilt niet in het voorkomen van de val, maar in het opstaan na de val. Zelf raak ik voorlopig ongeschonden door deze crisis. Anders is het voor mijn dochters en zoon, die als jonge zelfstandigen in de horeca en kunstsector hun wereld plots zien gestopt. Ik kijk met bewondering naar de creativiteit en veerkracht waarmee ze deze abrupte wending bestrijden. Hun plannen zijn even weg, maar niet hun dromen. Hun situatie en vechtlust zijn overigens niet uniek, integendeel. Ze zijn exemplarisch voor honderdduizenden collega-zelfstandigen. Corona hakt diep en daagt ons uit, individueel én collectief. Meer dan 1,2 miljoen landgenoten zijn tijdelijk werkloos en vallen terug op 70 procent van hun inkomen. Dat is nog veel voor sommigen, niet veel voor velen. Maar hoe blij mogen we allemaal zijn dat onze voorvaderen voor deze sociale zekerheid hebben gevochten. Straks volgt de zware rekening, juist. Ook dan zal er absolute nood zijn aan de basisgedachte van dit systeem: solidariteit. Als iedereen op dat moment alleen de eigen handen open houdt, komen we er niet. Het lijkt mij noodzakelijk om ook dat niet te vergeten.

Mijn mama wordt binnenkort 88 en woont nog thuis. Alleen en kranig, ook hier weer illustratief voor veel van haar generatiegenoten. Ze heeft al een tijdje noodgedwongen geen contact meer met haar vriendin uit het nabijgelegen woonzorgcentrum. De drama’s bij die oudere bewoners zijn helaas veelvuldig en schrijnend. En toch komt ook op die plaatsen vooral weer het beste in de mens naar boven. De strijdkracht en het engagement van het zorgpersoneel is even fantastisch als hartverwarmend. De moed van vele oudere bewoners zo mogelijk nog meer. Waar mijn echtgenote werkt, speelt zich dagelijks dit wondermooi tafereel af: zij is 89, hij 93. Zij verblijft in een assistentiewoning op de begane grond, hij op een hogere en afgesloten verdieping. Zij zwaait vanuit de binnentuin naar hem, hij glimlacht vanop zijn balkon. Zij voelt zich Julia, hij kent Romeo niet meer. Het is liefde. Het leven zoals het soms nog pijnlijk schoon is in de meer dan 800 Vlaamse woon- en zorgcentra. Ik zie het als inspiratie: in wat we niet meer mogen, ontwaakt de vergeten schoonheid van het verlangen. Het lijkt mij een mooie gedachte om voor altijd te koesteren.

Precies veertig jaar geleden won Johnny Logan in deze periode voor Ierland het Eurosongfestival met ‘What’s another year’. Ik durf iedereen die boodschap aan te bevelen voor dit weekend, de komende dagen, weken, en als het moet, ook maanden.

We zijn het onszelf verplicht.

We zijn het verplicht aan zij die helaas de strijd verloren.

We zijn het verplicht aan zij die elke dag voor ons vechten.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be