Redactiedirecteur Pascal Kerkhove: “De weg uit deze pandemie ligt niet in het afstraffen van andermans fouten, maar in het vermijden om er zelf te maken”

308

Goeiemorgen,

Ik was een kind van tien en aan de hand van mijn vader wandelde ik op de Muur van Geraardsbergen. Het was een hoogdag, zo had ik in de voorafgaandelijke week meermaals gehoord: de Ronde van Vlaanderen. Was het warm of koud, scheen de zon of regende het pijpenstelen, ik weet het niet meer. In mijn herinnering kleeft wel het beeld van duizenden op elkaar gepakte vaders. Zelf kreeg ik slechts één opdracht: zijn hand vasthouden. Het was lang wachten, maar verveling was niet toegestaan. Ik moest de opgebouwde spanning voelen, zo zei mijn vader kort. Het was een tijd waarin de mening van kinderen van tien er weinig toe deed, dus zweeg ik. Er was geen spanning maar ik zag telkens meer opwinding in de ogen van nog meer vaders, met of zonder kinderen aan hun hand. “Ze zijn er”, zo klonk het plots en dan barstte in mijn ogen de hel los. Duwen, trekken, roepen… ik had alleen oog voor de stevige hand van mijn vader. Ik zag amper iets en hoorde des te meer. “Komaan Eddy!” Het was een tijd waarin Eddy Merckx vijf kilometer per uur sneller reed dan de rest, maar niet altijd won. We reden vlug naar huis, waar mijn vader op tv nog zag hoe Evert Dolman iedereen te slim af was. Ik speelde intussen met een bal op straat. Op de dag van de Ronde van Vlaanderen is het soms Pasen en altijd lente.

Het ontzag voor die stevige hand van mijn vader is niet gebleven. Enkele jaren later wilde ik een ander leven, weg van dat gezag. Er vielen soms harde woorden en we stonden al eens neus aan neus. Zijn keuzes waren niet langer de mijne én omgekeerd. Mijn hand moest los en we gingen niet meer samen naar de Muur. Ik deed dat met vrienden. We zochten grenzen op, overschreden ze, moesten er soms voor boeten en overschreden ze opnieuw. We lapten regels aan onze laars en reden een eigen weg. Zo hoort dat als je jong bent. Ik riep het toen luidop, weet het intussen ook als vader en hoop het straks met de juiste afstand te kunnen bekijken als opa. Het is ook echt mijn overtuiging: wie in ons land opgroeit zonder momenten van rebellie in hart of hoofd, mist een gevoel dat later nooit meer terugkomt. Maar er zijn … grenzen.

Leven in een democratie biedt ontelbare voordelen, maar er geldt ook één gouden regel: je eigen vrijheid stopt daar waar je die van een ander in gevaar brengt. Moet ik dan echt begrip opbrengen voor jongeren die in een Brussels park absoluut willen feesten? Niet dus. Wat zeggen zij aan hun mama, papa, oma of opa? Wat zeggen zij aan alle mensen uit de zorg? Dit is geen strijd om te overleven, maar voor een manier van leven. En hoe hard of onrechtvaardig dit ook klinkt, het kan nu niet. Jong, oud, arm, rijk, slim, dom, wit, zwart, man, vrouw … Het kan nog niet. Nog even niet. En ja, corona treft de ene harder dan de andere. En ja, het duurt lang, veel langer dan we ooit hadden gedacht en mogelijk nog langer dan we vrezen. En ja, er zijn best wat maatregelen die kant noch wal raken en waarbij een mens zich afvraagt: waar was de noodzakelijke idioot in de zaal? Waar was de man of vrouw die aan al die slimme mannen en vrouwen van het overlegcomité simpelweg zei ‘dit begrijp ik niet’. Als dat soort idioot suggereer ik voorzichtig: de weg uit deze pandemie ligt niet in het afstraffen van andermans fouten, maar in het vermijden om er zelf te maken.

Het is Pasen vandaag, de lente lacht niet voluit maar ze is er én De Ronde wordt gereden. Een hoogdag, juist en ik ben graag weer even een man van tien. Mijn genot ligt niet in Antwerpen of langs de Kwaremont, maar thuis voor tv. Ik noem het mijn kleine bijdrage aan de strijd tegen corona. Ik geniet van het urenlange wielerduet tussen Michel Wuyts en José De Cauwer. En ik gun Wout van Aert het genot van de zege.

Mijn plaats op de vaccinatielijst ruil ik intussen nog altijd graag met een jongere.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be