Vlaams viceminister-president Hilde Crevits (CD&V) over vechtfederalisme en de toekomst van haar partij: “Het zal woelig blijven. Ik maak me geen illusies”

7939
Hilde Crevits: “Gelukkig is de vraag niet gekomen om premier te worden. Ik ben blij dat ik in Vlaanderen kan blijven.” (foto Christophe De Muynck)
Hilde Crevits: “Gelukkig is de vraag niet gekomen om premier te worden. Ik ben blij dat ik in Vlaanderen kan blijven.” (foto Christophe De Muynck)

TORHOUT – Ze is vermoeid. Maar ook opgelucht en blij. En tegelijk triest en bezorgd. Het is met wisselende emoties dat Hilde Crevits terugblikt op een bewogen week. De Vlaamse viceminister-president is tevreden, maar niet euforisch over de nieuwe federale regering. Het boegbeeld van CD&V blijft bezorgd, zo bekent ze in dit openhartig gesprek. “We zullen nog werk hebben om onze mensen te overtuigen.” Ze waarschuwt ook voor vechtfederalisme.

Het West-Vlaamse Torhout. The day after . Het is een vermoeide Hilde Crevits die ons ontvangt. Ze is pas om half twee thuisgekomen van het spannende partijcongres in de Antwerpse Elisabethzaal. “Mijn man had hapjes klaargezet, en een flesje rode wijn ontkurkt. Dat doet hij altijd als ik laat thuiskom van een belangrijk congres. Ik vind dat heerlijk. Dat is echt stoom uitblazen voor mij. Anders zou ik geen oog dicht doen. Of de fles leeg is geraakt? Neen. Twee glazen, meer kon ik niet aan. ( lacht ) Maar het gevolg was: een héél korte nacht. Ik ben vermoeid, moet ik bekennen. Maar ook opgelucht en blij. En tegelijk triest en bezorgd. Enfin , vanalles.”

Het waren slopende maanden voor de leading lady van de fel belaagde christendemocraten. De achterban stond argwanend tegenover het Vivaldi-akkoord. “Ik wou een regering mét Vlaamse meerderheid. Dat is geen geheim. Maar als dat onmogelijk blijkt, moet je andere paden bewandelen. Mijn partij is uitgenodigd om te praten over een Vivaldi-regering. We hebben dat een kans gegeven. Die regering heeft geen Vlaamse meerderheid. Dat is spijtig. Maar eerlijk: ik kan niet tegen de inhoud van dat akkoord zijn. De oplossingen voor de crisis dragen ontegensprekelijk een christendemocratische stempel. Dat neemt niet weg dat ik bezorgd blijf over de komende jaren. Als we de crisis willen overwinnen, dan moeten we samenwerken.”

Vreest u een vechtfederalisme, waarbij de Vlaamse en de federale regering elkaar bekampen?

( knikt ) Dat is een gevaar, ja. Dat is mijn grootste zorg. Let wel: het regeerakkoord ademt samenwerkingsfederalisme uit. Dat is goed. Ik lees zeker twintig keer dat de regio’s ondersteund zullen worden. Dit is dus zeker geen anti-Vlaams akkoord. Maar the proof of the pudding is in the eating . Ik heb ook op het congres mijn zorgen geuit. Maar uiteindelijk heb ik wel gevraagd om het akkoord te steunen. ( feller ) Ons land moet vooruit. We moeten weer durven samenwerken.

Was het een zwaar congres?

Dat viel goed mee. Zowat drie op vier heeft vóór het regeerakkoord gestemd. In de zaal was dat nog meer. Er zijn er die zich uitgesproken hebben tegen het akkoord, maar ik heb vooral positieve vibes gevoeld, zeker van onze jongeren. Ook zij willen weer samenwerken. Dat sterkt me in mijn overtuiging. ( even stil ) Eén iets is fout gelopen. De namen van de nieuwe ministers verschenen al in de online kranten, toen het congres nog bezig was. Dat is afschuwelijk. Dat zou niet mogen gebeuren.

Uw voorzitter Joachim Coens kiest voor drie nieuwkomers in die federale regering. Wat vindt u daarvan?

Ik vind die keuze gedurfd én goed. Het zal een sterke cast zijn, denk ik. Maar u moet begrijpen … ( aarzelend ) Dit is ook emotioneel voor mij. Dit is een afscheid van een hele generatie. Koen Geens, Pieter De Crem, Nathalie Muylle: allemaal mensen waarmee ik goed heb samengewerkt. Zeker Nathalie, met wie ik ook een sterke West-Vlaamse band heb. Wij begrepen elkaar haast zonder woorden. Daarom voel ik me ook wat triest. ( even stil ) Een voorzitter moet keuzes maken, en dus ook mensen ontgoochelen. Dat is zwaar. Ik zou dat niet goed kunnen. Ik ben eigenlijk een watje in afscheid nemen. Dat was ook zo na het ontslag van Joke Schauvliege. Ik heb daar maanden van afgezien. Het is daarom dat ik gemengde gevoelens heb. Maar intellectueel sta ik helemaal achter de keuze van de voorzitter.

Geen Hilde Crevits in de federale ploeg. Was u écht in de running voor het premierschap?

( blaast ) Ik heb een engagement opgenomen in de Vlaamse regering voor vijf jaar. Ik wou daar niet weg. Maar dan kwam plots die vraag van mijn voorzitter. Dat hij mij wel eens nodig zou kunnen hebben in het heetst van de strijd. Of ik dan zeker ja wil zeggen. ( denkt na ) Ik heb van mijn partij al veel kansen gekregen. Als die vraag dan komt, dan doe je wat de partij wil. Gelukkig is die vraag niet gekomen. Ik ben blij dat ik in Vlaanderen kan blijven.

Hendrik Bogaert sprak zich uit tegen het regeerakkoord. Heeft hij nog een toekomst in uw partij?

Dat is een vraag voor de voorzitter. Ik denk wel dat er een gesprek moet komen. ( zwijgt even ) Ik heb het moeilijk met wat Hendrik allemaal doet. Ik ga dat niet ontkennen. Het is zoals Koen in zijn toespraak zei: we mogen binnenskamers hard debatteren, maar we moeten naar buiten toe één team zijn.

Een voorzitter moet keuzes maken en dus mensen ontgoochelen. Dat is zwaar. Maar ik vind zijn keuze gedurfd en goed.”

Bogaert staat niet alleen. Veel mensen van uw West-Vlaamse achterban verkiezen de oppositie.

Dat is zo. Ik voel dat zelfs in mijn stad. Er zijn mensen die mij feliciteren, maar er zijn ook mensen die deze regering niet willen. We zullen nog werk hebben om die mensen te overtuigen. De samenwerking met Ecolo is een grote zorg. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de visie op landbouw. Ik begrijp dat ook. Ik wil ook dat onze boeren kunnen blijven boeren. Het is daarom dat wij moeten mee besturen, om onze klemtonen te leggen. Veel West-Vlamingen zijn inderdaad kritisch, maar dat is omdat ze de partij graag zien. Wie die kritiek niet kan omarmen, doet beter niet aan politiek. Een sterke regering wordt het beste overtuigingsargument.

Waarom verkiest u Vivaldi boven oppositie?

(resoluut) Om onze klemtonen te kunnen leggen. De beste antwoorden op deze crisis zijn de christendemocratische antwoorden. Bovendien ben ik viceminister-president in de Vlaamse regering. Wij hebben een sterke federale regering nodig om onze plannen te realiseren.

De eerste speech van premier Alexander De Croo (Open VLD) over samenwerking en respect moet u als muziek in de oren geklonken hebben?

U bedoelt dat ik die kon geschreven hebben? U hebt helemaal gelijk. (lacht) Neen, ik vond zijn woorden goed gekozen. (op dreef) Taal ís belangrijk. Het is zoals de Romeinse filosoof Seneca zei: taal is de spiegel van de ziel. Het is deze verzoenende taal die nodig is om ons land in stand te houden. We moeten in die geest verder. Ik was daarom minstens even blij met de Septemberverklaring van Jan Jambon (Vlaams minister-president, N-VA, red.). Ook zijn toespraak was sterk en ambitieus en ademde de wil uit om samen te werken.

N-VA-voorzitter Bart De Wever spreekt andere taal.

Ik kan me goed voorstellen dat Bart héél ontgoocheld is. Hij heeft zijn nek uitgestoken om een coalitie te maken met de PS. Maar dat is niet gelukt. Ook Joachim en Koen hebben daar hun tanden op stuk gebeten. Ik ben daar ook ontgoocheld over. (afgemeten) Maar nu moeten we verder. En we moeten dat samen doen. Ik verwacht een volwassen houding van de twee niveaus. De federale regering zal zich ook dienstbaar moeten opstellen tegenover de Vlaamse. Mijn partij kan de verbindende factor zijn. Ik zal daarvoor mijn gewicht in de schaal leggen.

Volgens econoom Stijn Baert is de Vlaamse regering de grote verliezer van het federale regeerakkoord. Kan u hem volgen?

Het is te vroeg om dat te zeggen. Hij verwijst naar het arbeidsmarktbeleid. Ik lees dat de federale regering ook tachtig procent werkzaamheidsgraad wil bereiken én dat ze samen met de regio’s beleid wil voeren om die doelstelling te halen. Ik verneem ook dat de nieuwe minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) een regionalist is. Dat stemt me allemaal hoopvol. Ik hoop zo snel mogelijk met hem aan tafel te zitten. Zitten alle hefbomen in het regeerakkoord? Neen, zeker niet. Maar die zaten ook niet allemaal in het PS-N-VA-akkoord.

De laagste uitkeringen worden opgetrokken. Zal dat motiveren om te werken?

Die worden opgetrokken tot de Europese armoedegrens. Je kan daar toch niet tegen zijn? Het is wel zo dat de kloof tussen werken en niet-werken groter moet. De Vlaamse regering voorziet daarom 329 miljoen euro voor de jobbonus. (op dreef) Wij maken een absolute prioriteit van die tachtig procent. Die ligt momenteel op 76 procent. Wat moeten we daarvoor doen? Drie dingen. Eén: zorgen voor werkbaar werk. Twee: moeilijk bereikbare mensen tóch bereiken. Vrouwen met migratieachtergrond bijvoorbeeld. En drie: inzetten op opleidingen. Dát is beleid voeren.

Jan Jambon kondigde deze week veel ambitieuze plannen aan, waaronder een relanceplan van 4,3 miljard euro. Wie zal dat betalen?

Er zijn zelfs economen, zoals Gert Peersman, die pleiten voor nóg meer investeringen. Belangrijk om te zeggen: dat is een eenmalig bedrag. We verwachten dat zeker een stevig deel daarvan van Europa zal komen.

Dat geld is nog niet binnen.

Wij gaan een ambitieus plan indienen, dat aan alle voorwaarden voldoet. Europa voorziet 5 miljard euro voor België. Ik kan me zelfs in mijn wildste fantasieën niet voorstellen dat Vlaanderen geen behoorlijk aandeel zal krijgen. Twee: we zullen ook lenen, want de intrest is laag. En drie: we investeren veel in innovatie en digitalisering, wat op termijn extra inkomsten zal opleveren. We investeren bijvoorbeeld 125 miljoen euro in waterstof. Dát is de toekomst.

Een oplossing voor de gehandicaptensector is er niet. Die wachtlijsten wegwerken, zou 1,6 miljard euro kosten. Is dat echt onoverkomelijk?

Nu was dat niet haalbaar. Helaas. Maar op termijn moet dat wél opgelost worden. We doen al een grote inspanning, hè. We maken een sprong die veel groter is dan voorzien in het regeerakkoord. Er komt nu al een extra budget van 270 miljoen euro vrij. Recurrent. Dat betekent: elk jaar opnieuw.

Dit is zeker geen anti-Vlaams akkoord. Maar ik blijf bezorgd. De federale regering zal zich ook dienstbaar moeten opstellen.”

Dat is niet genoeg. Hoorde u de verhalen in de coronacommissie?

Natuurlijk. Maar ik wil aantonen dat deze regering wel degelijk véél belang hecht aan welzijn. We doen wat we kunnen. (even stil) Die verhalen houden mij ook wakker, hoor. Ik zal meer zeggen: ik voel me mee verantwoordelijk. Dat mag eigenlijk niet gebeuren in een welvarende regio. Ik kijk ook naar onze woonzorgcentra. Eenzaamheid doet iets met een mens. Het is daarom dat ik zo hamer op digitalisering. Ik zal een klein voorbeeld geven. Mijn ouders en schoonouders hebben nu een smartphone. Een Doro , speciaal voor ouderen. Zo kunnen ze in eenzame coronatijden toch filmpjes zien van de kleinkinderen. Je kan je niet voorstellen welk verschil dat maakt. We hebben al zes maanden niet geknuffeld met elkaar. Zoiets kan die wonde verzachten. (op dreef) Wist je dat maar liefst één Vlaming op tien nog nooit een computer gebruikt heeft? Kan je je dat voorstellen? Dat wordt echt mijn strijd. We krijgen soms de kritiek niet genoeg aan armoedebestrijding te doen. Wel, dát is armoedebestrijding.

Ik wil nog één keer terug naar het federaal niveau. Waarom levert uw partij de premier niet? Was dat niet logischer? U bent groter dan Open VLD.

Mocht alles in de politiek logisch zijn … (glimlacht) Neen, het is wat het is. Een constellatie ontstaat vaak op een vreemde manier. Dat zijn eigenlijk van die ‘wat als’-redeneringen. Ik ga daar niet te veel over nadenken. Onze voorzitter heeft een huzarenstukje afgeleverd met het regeerakkoord én met de departementen. Hij is terecht trots.

Geen premier, geen Vlaamse meerderheid, dit versterkt wel het beeld dat uw partij de dweil van de Wetstraat is.

Zéker niet. Dat is perceptie. Ik voel me geen dweil en ik ga me ook daar niet druk in maken. We hebben nu drie nieuwe mensen die de partij een nieuwe smoel kunnen geven. Als zij goed werk leveren, dan zal die perceptie snel keren.

En dan kan ook de rust terugkeren in de partij?

Ik hoop het. Maar ik maak me geen illusies. Het zal woelig blijven, want we leven in woelige tijden.