Na een carrière van meer dan 20 jaar in de journalistiek en de media werd Jeroen Denaeghel woordvoerder van het Vlaams Agentschap voor Natuur en Bos. Dossiers rond de wolf in Limburg of het stikstofakkoord komen op zijn bord terecht. “Natuurbeleid voeren, is ook samenwerken met de landbouw”, zegt hij. Onder de kersenboom in zijn tuin praat Jeroen honderduit over het belang van citizen science , het nut van het kappen van een bos en over de moeizame zoektocht naar dat ene vogeltje.

Jeroen Denaeghel woont met zijn gezin in Ellezelles, een gemeente met 6.000 zielen, net over de taalgrens. “Nadat ik in 2010 een wereldreis had gemaakt en zo hard had geproefd van het natuurleven, wilde ik weg uit het centrum van Gent. De ambitie was om vanuit mijn tuin geen buren te zien. Hier in Ellezelles is dat gelukt. Mijn vrienden zeiden dat ik binnen de twee jaar terug in Gent zou staan, maar ze kregen ongelijk. Ik kan er enorm van genieten om hier onder mijn kersenboom te zitten. Ik begon onmiddellijk cider en confituren te maken met het fruit van de bomen uit mijn tuin en legde een moestuin aan. Hier kom ik tot rust. Eenmaal thuis van het werk, valt de stress van mij af. Dit is ook een prachtige streek om te fietsen. De mooie hellingen van het Pays des Collines en de Vlaamse Ardennen zijn vlakbij. Wanneer familieleden langskomen, zeggen ze altijd dat ze hier een instant vakantiegevoel krijgen. En dat gevoel heb ik zelf ook.”

Is die band met de natuur er bij jou altijd geweest?

“Ik ben opgegroeid in het Beukenpark, dat is een bos in Aalter. Mijn grootvader was een fruithandelaar en mijn vader ging als kind altijd mee fruit plukken bij de boeren. Van hem heb ik de kennis van het vogels kijken geleerd. Dat is een putter, daar zit een goudvink. We gingen met het gezin altijd naar Zwitserland op vakantie. Ik ben opgegroeid in de natuur.”

Hoe komt het dat vooral vogels jou zo boeien?

“Voor mij is vogels kijken een soort schattenjacht in de natuur. Het is een hobby die je overal kunt beoefenen. Je hebt alleen een verrekijker nodig. Je koopt een vogelgids en zoekt. Er zijn websites waarop je kan zien waar bepaalde vogels leven in ons land. Als ik een dag vrijaf heb, trek ik er vaak op uit om een vogel te zoeken. Als ik die dan kan fotograferen, ben ik gelukkig.”

Gaat met vogels kijken ook een bepaalde spanning gepaard?

“Absoluut, want soms is het ook frustrerend. Zo heb ik meer dan vijf jaar moeten wachten om de Cetti’s zanger te kunnen spotten. Dat is een inheemse vogel die een onmiskenbaar geluid maakt, maar zich bijna nooit laat zien. Enkele maanden terug is het dan uiteindelijk toch gelukt.”

Je wil in je leven alle Europese vogels gezien hebben. Schiet het wat op?

“Ik zet stappen vooruit. Vorige maand deed ik een expeditie en gingen we met een boot van Vlissingen naar Spitsbergen. Ik heb tijdens die trip veel vogels voor het eerst gezien: het stormvogeltje, de kuifaalscholver, papegaaiduikers… Alle Europese vogels zien is een haalbaar doel, want het zijn er maar 550. En ik heb ook nog veel tijd als ik met pensioen ben.” (lacht)

Je droomt ervan om de David Attenborough van de lage landen te worden. Merk ik daar wat jaloezie?

“Reken maar van wel. Niemand zal ooit meemaken wat hij voor zijn BBC-documentaires heeft kunnen doen. Hij heeft de natuur bijna volledig gedocumenteerd en had daar enorme budgetten voor. Tijdens mijn wereldreis bezocht ik het Gunung Mulu National Park in Borneo. Daar is de grot met de meeste vleermuizen ter wereld. Toen Attenborough daar was, werd wekenlang gewerkt aan de bouw van een installatie om in de grot te kunnen afdalen. En dat voor één minuut televisie.”

Wat zijn voor jou de mooiste natuurgebieden in ons land?

“Ik heb de meeste affiniteit met les Marais d’Harchies in Henegouwen. In deze voormalige mijnstreek deden zich verzakkingen voor waardoor grote meren met mooie rietkragen zijn ontstaan. Op ornithologisch vlak is dit wellicht het rijkste gebied van heel Wallonië. Je spot er altijd zeldzame vogels. Ik zag er mijn eerste snor en kwak. In Vlaanderen ben ik gecharmeerd door de Doelpolder en het Rietveld in Kallo. Het landschap is er wel verstoord door de haven, maar het is een topgebied voor vogels.”

Wat trok jou aan in de job van woordvoerder van het Agentschap Natuur en Bos?

“Ik zat al te lang in de journalistiek. Ik was vooral een interviewer en had het wel een beetje gehad om voor de zoveelste keer diezelfde BV aan de tand te voelen. Ik wou iets meer inhoudelijk doen en ook mijn diploma als bio-ingenieur verzilveren. Het sprak me aan om te werken rond de natuur, maar de job houdt natuurlijk meer in dan een fijne wandeling in het bos. Er spelen heel wat problematieken waarvan ik als woordvoerder op de hoogte moet zijn en ook op het vlak van wetgeving komt er heel wat bij kijken.”

 

Zie je jouw job als een missie?

“Ja. Veel mensen kijken nogal sceptisch naar ons natuurbeleid. Zo was ik vroeger ook. Nu zie ik dat ons natuurbeleid een van de betere in de wereld is. Hier doe je niet zomaar wat je wilt en wordt elk stukje natuur onder een vergrootglas gelegd. We zijn bezig om bepaalde soorten van de ondergang te redden. Ik heb ook geleerd dat een bos kappen soms noodzakelijk is. Zo worden monotone naaldwouden vervangen door gemengde loofbossen in het kader van de klimaatopwarming. Als je zo’n gekapte dennen of sparren ziet liggen, lijkt het inderdaad een negatieve ingreep, maar je moet wel denken aan je kinderen. Straks staat daar een bos dat wél klimaatrobuust is. Ons natuurbeleid was vroeger op bepaalde vlakken misschien niet doortastend genoeg. Het stikstofbeleid is daar een goed voorbeeld van. Wij Vlamingen hebben nogal de neiging om iedereen te pleasen , maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Nu hebben we gelukkig een minister die eieren durft breken (Zuhal Demir (N-VA), red) .”

Hoe kijk jij als natuurmens naar dat stikstofdossier? Is het sluiten van een aantal rode landbouwbedrijven een juiste beslissing?

“Als bepaalde landbouwbedrijven dermate veel stikstof in de natuur brengen dat onze natuurgebieden er hard onder lijden, dan moet je kijken om die uitstoot te verminderen. Als dat betekent dat een bedrijf dat enorm veel stikstof uitstoot moet sluiten, dan vind ik dat een correcte beslissing, op voorwaarde dat er goede flankerende maatregelen zijn om die landbouwers te helpen. Het is niet zo dat we de hele landbouwsector uitkleden, we spreken hier over een veertigtal landbouwbedrijven op een totaal van meer dan 20.000 in Vlaanderen. Dat zij moeten sluiten is uiteraard heel jammer voor die mensen, maar ik denk dat het stikstofakkoord dat er ligt echt noodzakelijk was.”

Is er een goed evenwicht mogelijk tussen natuur en landbouw?

“Dat is zeker mogelijk. Natuurbeleid voeren betekent ook samenwerken met landbouwers. Zo zijn er landbouwers die de randen van hun akkers inzaaien met bloemen om meer biodiversiteit te creëren. Bepaalde insecten en akkervogels komen daar op af. Deze kleine ingrepen zijn een mooi voorbeeld van een symbiose tussen akkerbouw en natuur waardoor nieuwe soorten zich kunnen ontwikkelen. Binnen de Europese Natura 2000-wetgeving zijn zogenaamde instandhoudingsdoelstellingen gedefinieerd die planten en dieren en hun leefgebieden beschermen. We kunnen die enkel realiseren als we met de landbouw samenwerken.”

Begrijp je, nu je woordvoerder bent, meer dan vroeger bepaalde overheidsbeslissingen?

“Ja, ik merk trouwens dat veel negatieve reacties het gevolg zijn van onwetendheid. Daar heb je dus een belangrijke rol te spelen als woordvoerder. Al is het verzet soms ook hardnekkig. Sommige belangengroepen getuigen van weinig goede wil of er worden politieke spelletjes gespeeld. En veel dossiers zijn niet op één-twee-drie op te lossen. Je mag dan wel tegen ontbossen zijn, als jij een stuk bouwgrond krijgt van je ouders en er staat een bos op, dan zal je niet blij zijn als je hoort dat die bomen allemaal moeten blijven staan. Daar moeten we ook rekening mee houden.”

Speelt onwetendheid ook een rol in de commotie rond de terugkeer van de wolf in Vlaanderen?

“De wolf is lang weggeweest uit Vlaanderen en niemand hield er rekening mee dat hij ooit kon terugkomen. Het feit dat de wolf terug is, toont aan dat onze natuur het heel goed doet, want in het Limburgse Bosland kan hij in alle rust zijn nest bouwen. Als veeboeren plots geconfronteerd worden met een doodgebeten schaap, dan ontstaat er inderdaad wel commotie. Al heb ik de indruk dat de rust wat is teruggekeerd en dat onze boodschap ‘preventie helpt’ begint aan te slaan. We geven 90 procent subsidie aan wie een wolfwerende omheining zet, en wordt je schaap doodgebeten, dan wordt dat vergoed. We doen dus veel om de veehouders te ondersteunen.”

Helpen acties zoals Maai Mei Niet of het Vogeltelweekend om het natuurbewustzijn bij het brede publiek te vergroten?

“Absoluut. Ik vind dat twee hele goede campagnes die de natuur op een educatieve en speelse manier bij de mensen brengen. Ik merk ook dat ze veel weerklank krijgen. Er zijn niet zoveel vogelaars in ons land, maar 80.000 mensen doen wel de moeite om in dat ene weekend de vogels in hun tuin te tellen. Zo’n Vogeltelweekend heeft ook een grote wetenschappelijke waarde. Alleen via dergelijke citizen science kan je zo’n groot onderzoek realiseren. Je hebt enorm veel staalnames, dat is bijzonder interessant. Vroeger duurde dat soort onderzoeken vele maanden. Nu wordt er in één weekend geteld en op maandag heb je de resultaten al.”

Is natuur ook een bepalende factor als je een reis boekt voor je gezin?

“Vertel het niet aan mijn vrouw, maar bij elke bestemming die we willen boeken, kijk ik vooraf even welke vogelspotplaatsen er in de buurt zijn. We gaan straks naar Frankrijk en daar vond ik een meertje waar ik een paar unieke reigersoorten en steltlopers kan zien. Op een ochtend muis ik er dus gegarandeerd even vanonder met de verrekijker. Waar je ook gaat, er is altijd een mogelijkheid om vogels te zien. Het is nu ook niet zo dat we de gezinsvakantie afstemmen op een exclusieve vogelbestemming, want anders zat ik gegarandeerd deze zomer in Finland om uilen te spotten.”

Welke reisbestemming zal je altijd bijblijven?

“Tijdens mijn wereldreis was ik bijzonder onder de indruk van Alaska. De toendra met zijn permafrost, de uitgestrektheid, de weidse zichten. Ik zag er grizzly’s, zwarte beren, muskusossen en orka’s. Op een dag vlogen we met een klein vliegtuigje naar Inuit-gebied in Noord-Alaska. Dat maakte indruk. De grauwheid van het harde leven van de mensen daar, gecombineerd met de schoonheid van de natuur heeft mij diep geraakt.”

Even terug in de tijd, toen je in 2000 samen met Spillie en Betty in de finale zat van Big Brother. Het was de start van reality-tv in Vlaanderen. Voelde het voor jullie aan als pionieren?

“Gert Verhulst zei me ooit dat door ons de gewone man een televisiester werd. Dat was inderdaad baanbrekend. En sindsdien hoef je ook geen algemeen Nederlands meer te spreken op televisie. (lacht) Door ons kunnen mensen als Karen Damen of Dominique Persoone in hun eigen dialect een programma presenteren. Wij deden niet mee omwille van de bekendheid, wat nu wel vaak de drijfveer is. Ik nam deel voor het avontuur. En ik wou die 5 miljoen Belgische frank winnen. Toen we na 100 dagen uit het Big Brother-huis kwamen, wisten we niet wat ons overkwam. Ik stond in alle boekskes en mijn gezicht prijkte op de reclame voor Big Brother-burgers bij McDonalds. We waren in één klap bekende Vlamingen. Die bekendheid is ondertussen wel gaan liggen.”

Hoe kijk je als voormalig televisiemaker naar het tv-aanbod bij ons vandaag?

“Ik vind het geweldig armtierig. Ik zag het laatste jaar maar één goed programma: Nonkels . Daarbij lig ik in een deuk. Ik zie dat daar enorm veel werk ingestoken is. Het scenario is bijzonder goed, net als de acteerprestaties. Voor de rest is het armoede troef. Dat meisje van K3 dat in die villa in Zuid-Afrika zit, wat is dat eigenlijk? En met alle respect voor Otto-Jan Ham, De Slimste Mens is een veel betere quiz dan de Campus Cup . En dan heb je nog die diarree aan talentenshows zoals The Voice en Belgium’s Go Talent . Die willen maar van geen ophouden weten. We zullen alle mensen die goed kunnen zingen of dansen nu wel al gehad hebben zeker? Veel is ook recyclage. En vaak is het origineel beter. Ik vond onze reeks van De Planckaerts (Jeroen was jarenlang regisseur van het programma, red) beter dan Château Planckaert nu. Ik kijk er wel nog altijd naar omdat ik de familie erg genegen ben.”

Conclusie: trek de natuur in, in plaats van voor je televisie te zitten?

“Absoluut! Of kijk naar een goede natuurdocumentaire.”

“Ons natuurbeleid is een van de betere in de wereld”©PHILE DEPREZ
“Ons natuurbeleid is een van de betere in de wereld”©PHILE DEPREZ