Vandaag is het Moederdag. Een bijzondere dag voor alle mama’s, maar wellicht nog net ietsje meer voor wie zwanger worden geen evidentie was. Zoals voor Liesbeth Gheldof, die op haar 25ste verlamd raakte. “En toch heb ik nooit getwijfeld om het moederschap aan te gaan”, vertelt Liesbeth, terwijl ze glunderend naar haar dochters Julie en Lotte kijkt.

Door Mieke Vercruijsse

Liesbeth Gheldof was in de fleur van haar leven toen op 5 juni 2002 het noodlot toesloeg. “Het ging me voor de wind. Ik was 25, aan de slag als bachelor orthopedagogie bij jongeren in de Bijzondere Jeugdzorg en anderhalf jaar samen met mijn vriend. Het leven lachte ons toe”, vertelt ze. Maar toen werd ze aangereden door een dronken chauffeur, met bijzonder zware gevolgen. Door de klap brak Liesbeth haar nek, ook haar ruggenmerg werd geraakt. Het gevolg: verlamming van aan haar tenen tot boven de borst en verlamming van de vingers. Liesbeth vocht voor haar leven. “Dat eerste jaar maakten we geen plannen meer op lange termijn. Nochtans hadden mijn vriend en ik voor het ongeval wel toekomstplannen en daar hoorden kinderen voor ons logischerwijs ook bij.”

Kinderwens

Toch borg Liesbeth haar kinderwens niet op, ook al was een zwangerschap niet meer zo vanzelfsprekend. Na een lange revalidatieperiode gingen Liesbeth en haar man te rade bij specialisten. “Dat kostte veel tijd en energie, maar het goede nieuws was dat ik op een natuurlijke manier zwanger kon worden. Ik nam ook contact op met Vlaamse en Nederlandse vrouwen die verlamd zijn en kinderen op de wereld gezet hebben. Iedereen vertelde ons dat kinderen krijgen zonder veel problemen wel kon.”

Met die wetenschap besloten Liesbeth en haar man Chris de stap te wagen. “We zijn echt in volle vertrouwen samen aan dit avontuur begonnen, zonder ook maar een moment te twijfelen”, benadrukt Liesbeth. “Pas op, het gaat hier over teamwork met z’n tweeën hé. Zo koos Chris een job waarin hij voor de werkuren nog het ontbijt thuis kan verzorgen.”

De zwangerschap verliep vrij normaal. “Al waren er natuurlijk wel wat zaken anders voor mij. Zo kon ik het kindje enkel voelen stampen wanneer ik mijn handen op mijn buik legde. En wanneer ik moe was, kon ik ook niet zomaar in de zetel gaan liggen. Maar vooral de bevalling was spannend, want wanneer je verlamd bent, voel je niet wanneer je vruchtwater breekt en de weeën beginnen. Daarom werd besloten om de bevalling twee dagen voor de uitgerekende datum in te leiden. Ook ik ben dus natuurlijk kunnen bevallen. Twee keer, telkens van een prachtige dochter”, lacht ze.

Knuffelstoel

Liesbeth had zich er ook mentaal op voorbereid dat ze heel wat handelingen met haar pasgeboren kinderen niet zelf zou kunnen uitvoeren. “Mijn dochter in bad steken, kleertjes aan- en uitdoen… Dat kon ik niet. En ja, het was soms pijnlijk om te zien dat andere mensen dat in mijn plaats moesten doen, maar we hadden wel alles aangepast, zodat ik er zo dicht als mogelijk bij kon zijn. Ik heb me erbij neergelegd dat ik dagdagelijks om hulp moet vragen. Als mijn vingers kriebelen, duw ik dat van me af, want anders zou ik voortdurend ontgoocheld zijn”, legt ze uit.

Onze buurjongen noemde mijn rolstoel de knuffelstoel. Dat deed deugd

Meer nog, volgens Liesbeth opent haar verlamming evenveel mogelijkheden als mama als dat ze beperkingen met zich meebrengt. “Ik ben altijd beschikbaar geweest voor mijn kinderen, ik voerde hen iedere dag op mijn schoot met de rolstoel naar school en ik mocht als mama in de laatste kleuterklas van mijn dochter Julie nu en dan helpen. Dat is een enorm voorrecht, want vele mama’s zouden graag eens een vlieg zijn in het klasje, maar krijgen die kans niet.”

Dochter Julie bevestigt: “Ik was apetrots toen mijn mama in de klas kwam. Het was ook volop genieten toen ik iedere dag gezellig op haar schoot naar school gebracht werd.” “Onze buurjongen noemde mijn rolstoel zelfs de knuffelstoel. Het deed me deugd te horen dat dit vervelende ding onder mijn lichaam gezien werd als iets moois”, verklaart Liesbeth.

Vlechtjes in het haar

Julie en Lotte zijn nu 12 en 15 jaar en leiden een normaal leven zoals alle tieners van hun leeftijd. “Sommige dingen zijn wel anders en als wij mogen dromen, dan zouden we ook graag eens met mama gaan schaatsen, samen op een rollercoaster zitten of met haar tussen de schaapjes wandelen. Maar we beseffen ook dat we enorm veel geleerd hebben. We waren sneller zelfstandig dan leeftijdsgenootjes. Mama heeft steeds met veel geduld uitgelegd hoe we onze kleren moesten aandoen of vlechtjes konden maken in ons haar. En als we vroeger bij een bakker passeerden waar mama niet naar binnen kon, dan moesten we wel zelf naar binnen of we hadden geen donut”, lachen ze.

“Onze mama is enorm positief en avontuurlijk. Dat laatste stimuleert ze ook bij ons. Ze zal zelden zeggen dat we iets niet mogen doen, want ze wil dat we het proberen. Ze verlegt zelf ook vaak haar grenzen. Zo zijn we enige tijd geleden samen gaan kajakken. Ze heeft zich geïnformeerd en het is haar toch maar weer gelukt”, vertellen Julie en Lotte vol trots.

Ook als ervaringsdeskundige verlegt Liesbeth grenzen. Zo geeft ze lezingen in scholen en in het revalidatiecentrum van het UZ Gent, zetelt ze in de Ieperse adviesraad voor Toegankelijkheid en is ze ambassadeur bij de vzw Onafhankelijk Leven. “Ik kom op voor de rechten van mensen met een beperking en wil tonen dat er wel degelijk nog een leven mogelijk is na een verlamming, ook een leven als moeder”, besluit ze.