Margriet Hermans spreekt vrijuit over de televisiewereld, de showbizz en de politiek: “Ik ben een zapper in het leven”

3054
“Soms zou het gemakkelijk zijn als ik mijn mening niet geef, maar het geeft kleur aan mijn leven.” (foto Christophe De Muynck)
“Soms zou het gemakkelijk zijn als ik mijn mening niet geef, maar het geeft kleur aan mijn leven.” (foto Christophe De Muynck)

OUD-TURNHOUT – Ze was de eerste vrouw met een eigen talkshow op televisie en vandaag staat ze dankzij ‘Liefde voor Muziek’ weer volop in de belangstelling. “Als artiest heb je een will to please”, zegt Margriet Hermans. De zangeres neemt zelden een blad voor de mond. Dat 300.000 euro voor een schermgezicht bij de VRT te veel is, vindt ze. En dat de politiek zichzelf kapotmaakt door de macht van de partijen. Een gesprek ook over vechten voor jezelf, over een goede moeder zijn en over haar ultieme droom.

Deden we dit interview 30 jaar eerder, dan ontmoetten we Margriet niet bij haar thuis in Oud-Turnhout, maar in Middelkerke. “Ik was in de jaren 90 heel actief aan de kust”, vertelt Margriet. “Ik deed er veel optredens, nam deel aan de shows van de Nationale Loterij en presenteerde mijn eigen programma vanuit het casino van Middelkerke. Die zomers waren heerlijk. Heel veel mensen spreken mij er nog steeds over aan en vertellen dat ze in de put voor het casino stonden om de optredens te bekijken die Ben Crabbé aankondigde.”

Je zomerse talkshow liep van 1989 tot 1994 en was enorm populair. Hoe kijk je daarnaar terug?

Dat was een zalige periode. Ik ben het meest fier op het feit dat we Vlaamse artiesten een podium konden geven. Daar was vanuit de VRT-directie aanvankelijk veel weerstand tegen. Ik heb me daar echt een lefgozer getoond. Toen ik zei dat ze zonder muziek naar een andere presentator op zoek konden, is men overstag gegaan. En met succes. Wij startten in 1989 met Margriet in Middelkerke, VTM streek een jaar later met Tien om te Zien neer in Blankenberge. Beide programma’s hebben de hele Vlaamse showbizz doen floreren. Ik ben fier dat ik mee aan de kar trok en hoop dat mijn collega’s zich realiseren hoe hard ik me daarvoor heb ingezet.”

Je sprong in de bres voor de Vlaamse muziek, maar zelf wou je aanvankelijk niet in het Nederlands zingen.

“Dat klopt. Ik was liever Shirley Bassey dan Micha Marah. Engels laat veel meer klankmogelijkheden dan Nederlands. Ondertussen ben ik helemaal vergroeid met het Nederlands en ben ik ook fier op mijn taal. Het is juist de kunst om ook in het Nederlands een goede tekst te schrijven.”

Vandaag worden heel wat pop- en dancenummers in het Nederlands gezongen. Dat was vroeger veel minder het geval.

“Er zijn heel veel jonge artiesten die in het Nederlands zingen en dat is tof. Kijk naar Metejoor, Camille, Niels Destadsbader… Ik heb ook mijn dochter Celien aangemoedigd om in het Nederlands te zingen. Dat succes heeft wellicht ook voor een stuk te maken met onze drukkingsgroep Vlapo (Vlaamse Podiumartiesten, red.) . Wij proberen toch te pushen dat Vlaamse artiesten een podium krijgen op nationale tv en radio. Vaak worden slechts bepaalde Vlaamse artiesten gedraaid op de radio. Veel auteurs schrijven hun liedjes dan ook in functie van wat Radio 2 wil. Het gevolg is een stroom muziek die allemaal hetzelfde klinkt en waarvan je niet meer weet wie nu wat zingt. Dat is spijtig, want als Laura Lynn morgen een schlager uitbrengt, dan moet dat lied ook een kans krijgen op radio en tv.”

Bij de VRT werken nu enkele schermgezichten die meer dan 300.000 euro per jaar verdienen. Hoe kijk jij daar als voormalig presentatrice naar?

“Ik had toen ook een exclusiviteitscontract en was daar heel content mee. Maar 300.000 euro per jaar? Dat is té goed betaald naar mijn bescheiden mening. Het principe van iemand aan je zender binden begrijp ik wel. Je kunt geen vijftien Niels Destadsbaders ontdekken. En niet elke acteur van Thuis is een goede zanger of presentator. Zij denken dat misschien zelf wel, maar dat is niet zo. Acteren en zingen zijn twee totaal verschillende dingen. Je moet mensen hebben die binnenkomen in een huiskamer. Zo zijn er maar weinig.”

Je mag je mening geven, maar val situaties aan, geen mensen”

Dankzij ‘Liefde voor Muziek’ ben je weer meer zangeres dan ooit. Had je die grote impact verwacht?

“Ik wist dat het voor mijn carrière een goede zaak zou zijn als ik nog eens de kans zou krijgen om live te zingen op tv. Ik heb immers nog altijd een goede stem. Toen het aanbod kwam, heb ik niet getwijfeld. Al was het met een klein hartje. Behalve van Ozark Henry en Suzanne & Freek kende ik van de andere deelnemers hun repertoire nauwelijks. Ik was zwaar onder de indruk van de collega’s, want ik heb ontroerend mooie dingen gehoord. Samen met mijn dochter Celien zong ik het nummer Vechter van Camille. Een toepasselijk nummer, want zij is een vechtertje. Ze heeft gesukkeld met haar gezondheid, maar telkens opnieuw gaat ze ervoor. Chapeau!”

“Ik hoop dat mijn collega’s zich realiseren hoe hard ik me voor de Vlaamse showbizz heb ingezet.” (foto Christophe De Muynck)
“Ik hoop dat mijn collega’s zich realiseren hoe hard ik me voor de Vlaamse showbizz heb ingezet.” (foto Christophe De Muynck)

Ben jij ook een vechter?

“Ja, als je niet vecht, heb je niks in het leven. Je moet je plaats zoeken en verdedigen, maar op een degelijke manier, niet met ellebogenwerk.”

Hoe is het om samen met je dochter te kunnen zingen?

“Heerlijk! (glundert) Dat zijn voor mij zalige momenten. Het doet mij telkens weer iets. Celien is toch wel een talentje. Ze is ook een goede performer. Dat had ze al van kleins af. Ze heeft geen podiumvrees. Ik heb haar nochtans nooit meegenomen naar optredens. Het zit in het DNA zeker?”

Welke mama ben je voor Celien?

“Ik was geen moeder aan de haard en dat zal ik ook nooit zijn. Als het erop aankwam, was ik er wel altijd voor haar. Elke dag thuis zijn en koken voor je kinderen, maakt je nog geen goede moeder. Dat ben je wel als je je kinderen wijsheid, zelfstandigheid en ondernemingszin meegeeft. Dat is mijn filosofie. Je moet van je dochter geen moedertje, maar een ondernemende vrouw maken. Een goede moeder of vader zijn, is je kind ook kunnen loslaten. Dat is niet gemakkelijk, want je ziet soms dingen waarbij je wilt ingrijpen. Ik heb het geleerd om toch los te laten en haar de kans te geven om met haar hoofd tegen de muur te lopen. Mijn ouders hebben dat trouwens ook gedaan.”

Je bent iemand die altijd voor haar mening uitkomt. Kan je het iedereen aanraden?

“Je moet natuurlijk wel wat diplomatisch zijn, maar wat heb je aan mensen die nooit zeggen wat ze voelen? Wat een leegheid geeft dat in de maatschappij? Helaas evolueren we op dat vlak in de verkeerde richting. Mensen die hun mening nog verkondigen, worden heel vaak afgestraft. Je mag je mening geven, maar val situaties aan, geen mensen. Als je kritiek hebt op iemand, probeer dan iets te zeggen waar hij of zij iets aan heeft. Soms zou het gemakkelijk zijn als ik mijn mening niet geef, maar het geeft kleur aan mijn leven. En aan het leven van anderen.” (lacht)

Had je als kind al zo’n sterke persoonlijkheid?

“Dat was zeker zo. Ik denk dat het feit dat ik toen dik was mij daar ook in heeft gevormd. Wanneer boerenkinkels mij uitlachten, stond ik daarboven. In tegenstelling tot veel leeftijdsgenoten was ik als jonge vrouw ook niet bezig met een lief. Ik wilde toneelspelen, van alles doen, mij engageren voor het goede doel. Soms dacht ik wel, allez Margriet, zoek u eens een vriend en start een gezin. Nu ben ik elke dag blij dat ik dat nooit gedaan heb. Ik was zo vrij als een vogel, ging vaak uit en dronk graag een pintje. Ik moest niet onderdoen voor de mannen. Ik had altijd een goede verstandhouding met hen. Zij praatten ten minste niet de hele tijd over een gezin stichten, maar ook over politiek of economie. Dan dacht ik, goch, was ik maar een man.”

Toen je te gast was in ‘Het Huis’ omschreef programmamaker Eric Goens jouw leven als één grote rollercoaster. Ervaar je dat zelf ook zo?

“Dat is zo en daar ben ik blij om. Ik ben een zapper in het leven, iemand die variatie nodig heeft. In mijn talkshows ontving ik gasten die boeiend vertelden over de meest diverse onderwerpen. Toen dat wegviel en ik alleen nog maar als zangeres actief was, gaf mij dat onvoldoende intellectuele voeding. Daarom was ik zo blij dat ik in de politiek terug met inhoud kon bezig zijn.”

Je was Vlaams parlementslid voor Open VLD. Jouw keuze voor de politiek betekende wel het einde van je zangcarrière. Heb je dat onderschat?

“Ik vond dat degoutant. Showbizz is hard, maar de politiek is dat ook. Mijn periode als Vlaams parlementslid was heel leerrijk, maar ik heb ook geleerd dat je in de politiek nooit vrienden maakt. Het blijven concurrenten, ook binnen je eigen partij, terwijl iedereen toch beter zou samenwerken. Toen ik 18 was wilde ik me al politiek engageren. Ik heb ook wel eens overwogen om een eigen partij op te richten, maar nu heb ik daar de moed niet meer voor. Een sociaal-liberale partij met een gezond klimaatbewustzijn, zoals D66 in Nederland. Zo’n partij vind je bij ons niet.”

 

Was de politiek achteraf gezien de juiste manier om je engagement te vertalen?

“Nee, dat was een teleurstelling. Ik zat bijvoorbeeld in de commissie cultuur, maar had me liever met landbouw beziggehouden. Ik heb vandaag ook te doen met de boeren en met wat hen boven het hoofd hangt met het stikstofakkoord. De grote schuldige hier is de Boerenbond, maar daar hoor je niemand. Minister Zuhal Demir werkt nu op radicale wijze met rode beoordelingen voor een aantal bedrijven, maar zij kan niet anders. Het zwaard van Damocles hangt ook boven haar hoofd.”

Zou jij vandaag nog kunnen meedraaien in de politiek?

“Nee, ik zou het nooit meer doen. Ik zou me zoveel bemoeien met de interne gang van de partij dat ze mij zouden isoleren. Je moet immers de partijlijn volgen. We leven niet in een democratie, maar in een particratie. Maar hoe meer particratie, hoe lastiger die partijen het krijgen. Uiteindelijk gaat men daaraan kapot. Hebben die voorzitters dat nu nog niet begrepen?”

Je bent zelf nog kandidaat-voorzitter geweest voor Open VLD. Wilde je een bepaald statement maken?

“Dat was in 2008 toen Bart Somers uiteindelijk voorzitter werd. Ik vond dat er bij een democratische verkiezing een alternatief moest zijn, een tegenkandidaat. Ik wist dat ik als vrouw bij een liberale partij geen kans maakte. Gwendolyn Rutten kon later enkel voorzitter worden omdat ze al vele jaren leidinggevende functies had bekleed op tal van kabinetten.”

Als Vlaams parlementslid ben je met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Oekraïne geweest. Hoe was die ervaring?

“Ik ben daar twee keer geweest. Na de Oranjerevolutie in 2004 en woelige verkiezingen waarbij hij zijn pro-Russische opponent had verslagen, was Viktor Joesjtsjenko er president. Toen al was er een noodkreet van Oekraïne om toegelaten te worden tot de NAVO en toen al was er dreigende taal van Rusland. Onder meer Angela Merkel heeft een toetreding tot de NAVO en zeker tot de Europese Unie altijd tegengehouden. Had men dat wél gedaan, dan zaten we nu niet in deze oorlogssituatie.”

Hoe kijk jij naar wat er vandaag in Oekraïne gebeurt?

“Het is verschrikkelijk. Dat land gaat helemaal kapot. Maar wat moeten wij doen? Moeten wij een leger sturen? Je ziet daar elke dag vreselijke dingen. Hospitalen worden beschoten, onschuldige kinderen, vrouwen en mannen worden vermoord. Ik begrijp de vrijheidsgeest van Oekraïne wel. Dat zijn straffe mannen, die willen absoluut niet terug bij Rusland. Heel die geschiedenis is een verhaal van onderdrukking, omdat Oekraïne net een rijk en gedreven land is. Oekraïners zijn bijna zoals Vlamingen: ondanks de puinhoop blijven ze vechten en blijven ze ervoor gaan. Toch denk ik soms, is het geen verloren oorlog?”

Oekraïners zijn bijna zoals Vlamingen: ze blijven ervoor gaan”

Via de actie #PlekVrij zocht de regering opvanggezinnen voor Oekraïense vluchtelingen. Heb je zelf overwogen iemand in huis te nemen?

“Het is een lovenswaardig initiatief, want als hier oorlog zou uitbreken, hoop je ook dat je ergens opgevangen kan worden. Ik heb het even overwogen, maar iemand in je eigen woning opnemen is niet evident. Dat hou je misschien 14 dagen vol, maar niet langer. Het was evidenter geweest als ik in de tuin een vrijstaande accommodatie zou hebben.”

Op je 68ste sta je weer volop in de belangstelling. Moet je soms even in je arm knijpen?

“Ik vind het ongelooflijk, want ik ga van het ene optreden naar het andere. Ik vind het geweldig hoe respectvol en liefdevol de mensen mij ontvangen. Maar het is ook wederzijds, ik zie mijn publiek ook graag. Dat is een mooie wisselwerking. Je hebt als artiest altijd een zekere vorm van will to please .”

Koester je nog een bepaalde droom?

“Ja, maar ik durf die bijna niet uitspreken. In het najaar van 2023 brengt Studio 100 Les Misérables . Dat is mijn favoriete musical. Ik hoop dat ik auditie mag doen voor de rol van madame Thénardier. Ik deed al eens auditie in Nederland, samen met Paul De Leeuw. Hij zou monsieur Thénardier zijn, maar we moesten drie maanden vrij zijn, wat niet lukte in onze agenda’s. Meespelen in Les Misérables , ik zou dat ongelooflijk graag doen.”