Vorig jaar hebben 553 jongeren die de diagnose kanker kregen en door hun behandeling mogelijk onvruchtbaar worden, eicellen of zaadcellen laten invriezen, zodat ze later toch kinderen kunnen krijgen. De techniek heet oncofreezing en wordt sinds enkele jaren terugbetaald door het RIZIV. Katrien Elpers liet in 2016 eicellen invriezen nadat ze te horen kreeg dat ze lymfeklierkanker had. Vandaag is ze de trotse mama van de acht maanden oude Nell.

“Ik was 29 jaar toen ik de diagnose kanker kreeg”, vertelt Katrien. “Ik had al heel lang klachten zoals kortademigheid. Omdat ik geen sportief type ben, dacht ik dat ik iets aan mijn conditie moest doen. Ik combineerde toen werken met studeren en dacht dat het na mijn stage wel beter zou worden, als alles weer wat rustiger werd. Het heeft heel lang geduurd voor ik me er bewust van was dat er echt iets aan de hand was. Verschillende onderzoeken later bleek dat een tumor ter grootte van een colablikje tegen mijn luchtpijp drukte. De diagnose luidde lymfeklierkanker. Het klinkt als een cliché, maar op dat moment staat je leven stil. Je associeert je diagnose meteen met een lange lijdensweg en mogelijk met sterven. Een van de eerste zaken die bij me opkwam, was dat ik misschien nooit moeder zou worden, terwijl ik al vele jaren een hele grote kinderwens koester. Ik kreeg een goeie prognose en dacht na over de behandeling die ik moest ondergaan, maar stond zelf niet stil bij de effecten op lange termijn, zoals de mogelijkheid dat ik onvruchtbaar zou kunnen worden. Een arts zei me toen: je bent nog jong, we kunnen je best doorverwijzen naar een fertiliteitscentrum om eicellen te laten invriezen. Toen ik in januari 2016 naar oncologie werd doorverwezen en men een stukje tumor wegnam om te bepalen welk type lymfeklierkanker ik had, bleek dat er te weinig weefsel was weggenomen, waardoor de operatie opnieuw moest gebeuren. Een geluk bij een ongeluk: daardoor had ik meer tijd voor het fertiliteitstraject. Bij sommige jongeren wordt kanker zo laat ontdekt, dat de behandeling acuut moet opgestart worden en dat ze de kans niet krijgen om eicellen of zaadcellen te laten invriezen.”

Grote impact

“De zwarte gedachten die ik had na de diagnose, heb ik gelukkig wat aan de kant kunnen schuiven”, gaat Katrien verder. “Toen de eerste eicelpunctie werd uitgevoerd, gaf mij dat ook hoop. Het feit dat ik de kans kreeg om eicellen te laten invriezen, betekende dat men geloofde in mijn behandeling. De medicatie die ik kreeg om die eicellen te ontwikkelen, had toch een grote impact op mij. Het voelde aan alsof ik zwanger was en dat maakte toch dat het best wel een intense en heel moeilijke periode was. Men heeft niet zo veel eicellen bij mij kunnen weghalen, wellicht omdat ik echt wel ziek was en mijn eicelreserve behoorlijk laag bleek tegenover die van leeftijdsgenoten. Toen men na vier maanden wist welk type kanker ik had, heb ik gevraagd om de fertiliteitsbehandeling en de punctie opnieuw te ondergaan. Ik had toen een uitgebreid gesprek met het fertiliteitscentrum, waarbij men ook eierstokweefsel heeft ingevroren. Mijn eicellen van deze tweede punctie werden bevrucht met de zaadcellen van mijn partner. Een embryo heeft bij het dooien een iets grotere kans om te ontwikkelen dan een eicel die eerst succesvol moet ontdooien en dan ook nog moet bevrucht geraken. Ik heb daar met mijn partner lange gesprekken over gevoerd, omdat die fertiliteitsbehandeling toch een extra belasting was voor mijn lichaam.”

(foto Christophe De Muynck)

 

Het feit dat ik de kans kreeg om eicellen te laten invriezen, betekende dat men geloofde in mijn behandeling

Onwaarschijnlijk gevoel

“Korte tijd nadat ik genezen was van kanker, zijn mijn partner en ik uit elkaar gegaan. De embryo’s kon ik dus niet meer gebruiken, maar gelukkig had ik ook eicellen laten invriezen. Ik leerde later mijn huidige partner kennen. Nadat we een tijdlang probeerden om op een natuurlijke manier zwanger te worden, zijn we toch naar het fertiliteitscentrum gestapt. Daar bleek dat ik nog vruchtbaar ben, maar dat mijn eicelreserve door de behandeling heel erg is aangetast, waardoor de kans op een natuurlijke zwangerschap bijzonder klein is. Er was medicatie nodig om een cyclus op te wekken en via kunstmatige inseminatie zwanger te worden. Men had gedacht dat er meerdere pogingen zouden nodig zijn, maar bij de eerste keer was het meteen gelukt. Dat ik de ingevroren eicellen nog niet nodig heb gehad, geeft me een zekere gemoedsrust voor de toekomst, want hoe ouder ik word, hoe lager mijn eicelreserve wordt. Acht maanden geleden werd Nell geboren. Dat gaf mij een onwaarschijnlijk gevoel. Mensen staan er vaak niet bij stil, maar zwanger worden is sowieso een wonder. Voor ons was dat des te meer het geval. We waren euforisch. Nell is een echt mirakelkindje. De artsen hadden gezegd dat het mooi zou zijn als ik 28 weken ver zou geraken in de zwangerschap, maar uiteindelijk zijn het er 37 geworden. Ook dat was een mirakel. Of we nog een tweede kindje willen? Enerzijds is de wens er wel. Mijn partner en ik hebben allebei een broer, dus een broertje of zusje voor Nell zou mooi zijn. Anderzijds meen ik dat het lot ons al zo gunstig gezind is geweest, dat we het misschien niet moeten tarten.”

Goed geïnformeerd

Katrien ging na haar behandeling vrijwilligerswerk doen bij Kom op tegen Kanker. Ondertussen is ze actief bij de jongerenwerking. “Ik praat vaak met jongeren met kanker en zorg ervoor dat ze de juiste informatie krijgen. Seksualiteit en fertiliteit zijn thema’s die bij de Vlamingen niet altijd bespreekbaar zijn. Onvruchtbaarheid is niet gemakkelijk voor de jongere in kwestie, maar ook niet voor zijn of haar toekomstige partner. Vroeger is dat gesprek er bij veel lotgenoten nooit geweest, nu is daar gelukkig meer aandacht voor. Oncofreezing biedt de patiënt immers perspectief. Je gaat tijdens je kankerbehandeling door een heel zware periode, maar tegelijk heb je zicht op een mooie toekomst mét kinderen.”