Wanhopige vader van drugsverslaafde zoon schrijft open brief: “Al vier jaar van het kastje naar de muur gestuurd”

1518

“Groene cannabiswolken hangen als een giftige sluier rond de toekomst van onze zoon.” De open brief (zie onderaan deze post) van Frank*, vader van een 15-jarige jongen op het verkeerde pad, komt hard aan. Minister Beke belooft beterschap.

Hij is géén marginaal type, benadrukt Frank. Meer zelfs, hij is zélf maatschappelijk werker. Zijn zoon wordt opgevoed door twee aanwezige ouders, met veel geduld en nog meer liefde. En toch loopt het verkeerd. Al vier jaar is de jongen op het verkeerde pad. Al even lang probeert Frank een oplossing te vinden. Telkens krijgt hij het deksel op de neus of wordt hij van het kastje naar de muur gestuurd. “Mijn zoon zit niet in een VOS ( verontrustende opvoedingssituatie, red. ) of pleegde geen MOF ( als misdrijf omschreven feit, red. )”, vertelt Frank in het lingo dat eigen is aan het wereldje van de jeugdhulp. “De mentale problemen waarmee hij kampt, wegen niet zwaar genoeg om een plaatsje te vinden in een psychiatrische instelling die hem kan helpen. De criminele feiten die hij pleegt – kattenkwaad, drugsbezit, af en toe eens wat dealen – zijn ook niet van die aard dat een jeugdrechter hem naar een gesloten instelling kan sturen. Hij is een tussengeval en voor zulke jongeren is er gewoon nergens plaats. Terwijl hij het wél nodig heeft. Even van die foute vrienden weg, naar een plek met een vaste structuur, afkicken, problemen aanpakken en terug vooruit. Als hij zo voortdoet, vrees ik dat hij een loopjongen van grote dealers zal worden en dan zijn we hem kwijt”, zegt Frank.

Schroom overwinnen

Hij heeft wat schroom moeten overwinnen om zijn brief neer te pennen. “Veel ouders schamen zich, uit angst voor de reacties. Het is een taboe om toe te geven dat je kind aan de drugs zit. Alsof je zelf gefaald hebt. Door die angst om naar buiten te komen, lijkt het alsof er geen probleem is maar geloof me: er zijn heel veel jongeren – en hun ouders – die in deze situatie zitten. En de politiek kijkt weg, verschuilt zich achter de verschillende beleidsniveaus en een te krap budget. Maar om gevangenissen bij te bouwen is er wél geld. Terwijl we die gevangenissen niet nodig hebben als we jongeren op tijd helpen”, zegt Frank.

Wake-upcall nodig

Oud-minister van Justitie Renaat Landuyt is de advocaat van Frank en staat achter de oproep van zijn cliënt. “Die jongeren moet een wake-upcall krijgen”, vindt hij. “Nu krijgen ze te maken met maatschappelijk werkers met een te zachte aanpak. Dat moet veranderen. Ik pleit er niet voor om erop te kloppen of ze vast te steken. Maar de aanpak moet repressiever”, klinkt het.

Nieuw toekomstplan

Vlaams minister Wouter Beke (CD&V) ziet toe op de diverse instellingen in het kader van integrale jeugdhulp en jeugddelinquentierecht. Het verhaal van Frank is geen alleenstaand geval, beseft hij ook. “Er zijn steeds meer jongeren die van crisis naar crisis gaan, wat tot breuken leidt. Het is één van de conclusies van de laatste evaluatie van het decreet integrale jeugdhulp. Het verhaal dat deze mensen schetsen, is daarvan een voorbeeld. We voelen mee met de ouders en met deze jongen”, klinkt het.

Onder de noemer ‘Vroeg en Nabij’ werkt Beke momenteel aan een toekomstplan over hulp en ondersteuning aan kinderen, jongeren en gezinnen. “We hebben gevraagd aan onze administratie om de knelpunten die uit de evaluatie blijken, waaronder de moeilijke toegang tot gepaste hulp voor complexe situaties, mee te nemen in voorstellen om het decreet aan te passen. We hopen daarmee dergelijke situaties te vermijden”, zegt hij.

(Laurens Kindt)

*Frank is een fictieve naam. Naam bekend bij de redactie.

De brief

Ouders in nesten

Scrollend door de jaren stootte ik op je kinderjarenfoto’s: een glimmende verjaardagskroon, temidden een olijke vriendenbende. Een gek feestje waar wij ons piraten waanden en slechteriken moesten verdrijven. Jij en je vrienden, strijdend tegen het onrecht om daarna de piratenschat op te diepen: een snoeptsunami en een limonadefontein. Heerlijk. De onschuld. De fantasie. De zorgeloosheid. De zotheid.

10 jaar later scrollen we met onze tienerzoon doorheen pv’s, scholen en njets binnen de bijzondere jeugdhulp. Een onvoorspelbaar leven waar onze ouderlijke veer uitgerokken wordt en blijft uitgerokken worden. Omsingeld door ‘goedbedoelers’: “Mocht het mijn kind zijn, zou ik hem een goede rammeling geven.” “Je hebt hem te veel verwend.” Anderzijds een leven omzoomd door ‘bezighouders’. Hulpverleners binnen de jeugdhulp die het tekort aan plaatsen in jeugdinstellingen noodgedwongen moeten maskeren door een bezighoudtraject voor ouders uit te stippelen. Een waaier aan ‘vrijwilligheidsrecepten’ liggen klaar op het schap. Opgestapelde adviezen in alle mogelijke bewoordingen, steeds opnieuw, steeds anders, maar steeds met dezelfde ondertoon. “Sorry maar de feiten van uw zoon zijn niet erg genoeg.” Een jeugdconsulent (lees: gezant van de jeugdrechtbank) die letterlijk verwoordt: “We kunnen maar hopen dat er nu eens iets écht ergs gebeurt zodat het crimineel feit als ‘erg genoeg’ gekwalificeerd wordt.” Anderzijds gepaaid worden met dooddoeners: “Bewonderenswaardig hoe je als ouder blijft doorgaan.” “En mama, wat is jouw EHBO-pakketje als het moeilijk wordt?” Of wanneer de arm-der-wet-crew zich plots ontpopt tot notoire kinderpsychologen of- gedragstherapeuten. Adviezen die je maar beter formeel naast je neer legt. Schoenmaker, blijf bij je leest en boer, ploeg vooral verder.

Goedbedoelers, bezighouders, pseudo-kinderpsychologen, in dit klimaat bewegen we ons verder. Dagelijkse kost. Van traject naar traject, van verhoor naar verhoor, van school naar school, van ambulante hulpverlening naar ambulante hulpverlening, van crisis naar crisis, van jeugdrechtbankzitting naar jeugdrechtbankzitting. De geboortekaartbaseline van onze zoon: ‘born to be wild’ werd angstige bewaarheid. Groene cannabiswolken hangen als een giftige sluier rond de toekomst van onze zoon. In een klimaat van afpersing, van criminele acties, van dealen, is het wachten op Godot. “Meneer, het is maar weed. Alle jongeren doen dit tegenwoordig.” Of op de vraag aan een spoedarts of er na een comatueuze opname drugssporen te detecteren waren: “Nee, dat mogen we niet zeggen, dat valt onder ons beroepsgeheim.” Maar voor de rest heb je wel je ouderlijke plichten. Je belt naar een crisisnummer op zondag: “Ik begrijp het hoor maar we kunnen niets doen. Er is niets van crisisopvang. We kunnen dit doorgeven maar de Politie zal hem toch bij jullie afzetten, gezien zijn minderjarigheid. Veel sterkte verder.”

“Zolang er niets erg gebeurt (lees: MOF gepleegd wordt), kunnen we geen gesloten verblijf aanbieden”. Laat dit nu net dat zijn waar onze zoon nood aan heeft. Afkicken achter gesloten deuren, samen op zoek gaan naar een zinvolle daginvulling. Een strak regime met duidelijke, afgebakende begrenzing, zonder afleiding van buitenaf, weg van die ‘slechte vrienden’. Resetten, formatteren en herprogrammeren. Maar momenteel is niets verplicht in het jeugdhulplandschap, enkel gratuite blabla, enkel vrijwilligheid. Oversizede kinderrechten, weet je wel. Nobel. Maar in bepaalde omstandigheden ben je dit stadium fel voorbij. Dan heb je geen nood aan gepalaver, maar aan kordate actie. Sloop de praatbarakken in de jeugdhulp. Werk aan jeugdpreventie in plaats van te goochelen met jeugdhulpverleningsgesprekken met ouders zodat wachtlijstproblematieken het daglicht niet hoeven te zien. Politie, kom uit jullie kot. Bivakkeer in parken en pleinen. Jaag de drugsdealers op. Rebelleer tegen het rigide systeem. Verzet je er tegen. Maak de procureurs wakker. Wees een luis in de pels.

Het doet me denken aan het (toen controversiële boek) van filosoof Hans Achterhuis: ‘De markt van welzijn en geluk’. Maatschappelijk werk houdt zichzelf in stand. Meer dan 40 jaar na de uitgave staan we nog geen stap verder. Een twijfelend jeugdjustitiebeleid. Een jeugdpreventiebeleid dat met de handrem op rijdt.

Een land met een kweekvijver voor criminelen van de toekomst. Liever wachten we tot de gevangenis explodeert dan dat we ontspoorde jongeren nu bij de hand nemen, resetten en herprogrammeren. Zeilen bijzetten en de koers wijzigen. Ouders steunen door tijdelijke opvoedingsovername. Of de barometertrend verder zettend… Waarom geen criminaliteitsbarometer invoeren? Tussen groen en rood laat oranje reeds alarmbellen afgaan. Jeugdcriminelen of jongeren met een psychose zorgen voor gesloten opnames. Zit je er als jongere ergens tussenin en ben je écht wel de pedalen kwijt, dan begeef je je in een lacune. In die leegte vertoeven de ouders, hun lot dragend en dagelijks angstig afwachtend tot er iets ergs gebeurt. Als je kind afgedreigd wordt door een criminele bende of rusteloos in je bed liggen tot je zoon om 4 uur ’s nachts verdoofd thuis komt. Als je zoon geen bod of gebod kent. Als hij elke grens met de voeten treedt. Dat snijdt door merg en been. Het is je kind dat je graag ziet. Het is je kind dat je ziet afglijden. Maar… “We zijn er mee bezig en vooral… sterk en moedig van jullie… hoe jullie blijven volhouden, mama en papa…”