Wel code geel, geen afschaffing CST: dat is wat Pedro Facon zal voorstellen aan het overlegcomité. De coronacommissaris waarschuwt voor overdreven optimisme. Twee jaar na het uitbreken van de pandemie maakt de man een scherpe, maar eerlijke analyse. Van het beleid, het dodental, de spanningen en de kritiek. Hij kijkt ook in eigen boezem. “We hadden te weinig aandacht voor gezond leven.”

Maandag werd de trieste kaap van 30.000 coronadoden overschreden. Dat was geen voorpaginanieuws meer. Dat sportjournalist Eddy Demarez de nationale voetbalvrouwen opzocht, was dat wel. “Het is mij ook opgevallen”, zegt Pedro Facon als we elkaar ontmoeten in het coronacommissariaat in de Wetstraat.

‘Eén dode is een tragedie, één miljoen doden een statistiek’, zei Stalin. Had hij gelijk?

“Hierin wel. Er treedt gewenning op. Dat is eigen aan een pandemie. Eerst is er ongeloof, daarna paniek, vervolgens protest en tenslotte gewenning. Wat ook een verschil is met het begin: we kennen de gezichten niet meer achter de statistieken. Herinnert u zich de eerste besmetting nog?”

De West-Vlaming Philip Soubry.

( knikt ) “Hij werd gerepatrieerd uit Wuhan. We weten zelfs dat hij een Leffe dronk in het militair hospitaal. Er was dagelijks communicatie over elke besmetting. Let wel: het is goed dat media en politiek andere prioriteiten naar voren schuiven. De bevolking hoeft niet elke dag met cijfers bezig te zijn. Dat is onze taak. Máár: we moeten wel beseffen dat de pandemie niet voorbij is. Dat is mijn boodschap. Er zijn nog altijd duizenden besmettingen en bijna tweehonderd hospitalisaties per dag.”

Wanneer zal de pandemie wel voorbij zijn?

“Je kan daar helaas geen einddatum op plakken. Het coronavirus zal niet verdwijnen, maar blijven evolueren. We weten dus dat we nog varianten zullen krijgen. De vraag is of die meer of minder ziekmakend zullen zijn. Dat weten we niet. Het kan dat een volgende variant het vaccin verschalkt.”

Dat is geen mooie boodschap.

“Het is een realistische boodschap. Een virus wordt op een bepaald moment wel endemisch, zoals de griep. Dat betekent af en toe opflakkeringen, maar geen ontwrichting meer van de samenleving. We zijn op weg daarnaartoe, maar we zijn daar nog niet.”

Het is exact twee jaar dat het virus het land in zijn greep houdt. Wat was voor u de wake-upcall ?

“De beelden van de overvolle ziekenhuizen in het noorden van Italië. Dat was mijn domein, ik was toen directeur-generaal gezondheidszorg van de FOD ( Federale Overheidsdienst, red ). Ik wist: we moeten snel een noodplanning opmaken voor het hele land, want het virus zal zich verspreiden. Het was een race tegen de klok. We hadden tien à veertien dagen om onze ziekenhuizen klaar te maken.”

Goed zes maanden later was u coronacommissaris. Van wie kwam de vraag?

“Van Alexander De Croo (Open VLD), die toen net premier was. Men zocht iemand die thuis was in de gezondheidszorg en de staatsstructuur.”

U moest de olie in de machine zijn, zei de premier. Is dat gelukt?

“Ik zal niet zeggen dat het allemaal perfect was. ( denkt na ) Het was mijn taak om politiek, experten en administratie te verzoenen. Soms ging dat goed, soms ging dat minder goed. Het is ook niet onlogisch dat er spanningen zijn tussen de mensen die adviseren en de mensen die beslissen. We hebben er wel voor gezorgd dat het beleid beter voorbereid is. Het overlegcomité krijgt van mij één dossier, waarin rekening gehouden wordt met het advies van de GEMS, maar óók met andere adviezen. Voordien werd de politiek overspoeld met losse informatie en adviezen.”

Het coronacertificaat blijft een belangrijk instrument van onze verdediging. Ik zou het zeker niet weggooien

Wat ik altijd vreemd vond: dat experten maatregelen afbreken in televisiestudio’s, terwijl de premier nog bezig is met zijn persconferentie. Dat was toch niet goed voor het draagvlak?

“Dat is een terecht punt. Ik heb het zelf nooit gedaan en ook nooit begrepen. In aanloop naar een overlegcomité moeten experten de politiek overtuigen. Dat is hun taak. Nadien zouden ze beter wat terughoudend zijn. Het is aan de politiek om beslissingen te nemen en die te verdedigen. Elk zijn rol. De politiek heeft dat overigens het voorbije anderhalf jaar ook gedaan. Dat is een vooruitgang.”

(foto Christophe De Muynck)
(foto Christophe De Muynck)

België telt 2.600 doden per miljoen mensen. Geen enkel West-Europees land doet slechter. Weet u hoe dat komt?

“Ik vind deze statistiek geen goede graadmeter. Wij hebben correcter geregistreerd dan eender welk land. De oversterfte is een betere graadmeter. Dat zegt hoeveel meer mensen er gestorven zijn dan normaal. ( haalt papieren boven ) Je ziet dat België op dat vlak in het peloton zit, weliswaar aan de hoge kant. We mogen dus niet tevreden zijn, maar het relativeert wel uw cijfer.”

Feit blijft dat wij veel doden tellen, meer dan veel andere landen.

( knikt ) “Dat heeft meerdere oorzaken. We tellen vooral veel doden in onze woonzorgcentra die onvoldoende voorbereid en gewapend waren. Er zijn bovendien weinig landen die zoveel ouderen samenbrengen in grote centra. We mogen daar eens over nadenken. Ook onze bevolkingsdichtheid speelt mee: wij leven dichter op elkaar dan bijvoorbeeld de Scandinaviërs.”

Zou het ook niet kunnen dat wij niet gezond leven?

“Dat is ook een belangrijk punt. Het is ook door welvaartsziekten zoals obesitas dat het Westen zo zwaar getroffen is door covid. Kilo’s verliezen, is voor wie obees is de beste garantie tegen hospitalisatie, samen met vaccinatie. Dat is te weinig benoemd.”

Een sportcoach zoals Paul Van Den Bosch was misschien een aanwinst voor de GEMS?

“Dat kan. Ik erken dat we niet genoeg aandacht hadden voor gezond leven. We hebben vooruitgang geboekt, maar niet genoeg. Ik neem deze kritiek ter harte. ( denkt na ) Dat wij een zwak preventief beleid hebben, is trouwens niet nieuw. Het blijkt echter moeilijk om in volle crisis bestaande tekortkomingen op te lossen.”

Zou onze staatsindeling mensenlevens gekost hebben? Het beeld van de negen ministers is blijven hangen.

( wikt zijn woorden ) “Onze staatsstructuur is onhoudbaar. Ook dat is geen nieuw probleem. De gezondheidszorg is een kluwen waarin niemand weet wie waarvoor bevoegd is. Dat vraagt veel overleg, maar overleg kost tijd en tijd is kostbaar in een crisis. Dat moet gerepareerd worden.”

Er zijn ook mensen die beleidsmakers zoals Maggie De Block bijna persoonlijk verantwoordelijk stellen voor het dodental.

“Ik doe niet mee aan politieke afrekeningen. Het is trouwens niet mijn taak om beleidsmakers te evalueren.”

We onderschatten het virus opnieuw. We moeten ons bewust blijven van de risico’s. Er komen nog nieuwe varianten

Voelt u zich verantwoordelijk?

“Natuurlijk. Ik ben mee verantwoordelijk voor het beleid en de resultaten. Ik schuif dat niet van me af. Het is daarom dat ik lessen wil trekken. Dát is mijn taak. ( windt zich op ) Daarom zeg ik dat we wéér te vroeg juichen. We mogen niet steeds dezelfde fouten maken. Vorig jaar dachten we dat het rijk der vrijheid eraan kwam. Dat bleek voorbarig. Vandaag onderschatten we het virus opnieuw. We moeten ons bewust blijven van de risico’s.”

Vindt u het dan te vroeg voor code geel? Vrijdag is er een overlegcomité.

“Ik heb mijn advies klaar. De ziekenhuisbelasting is sterk aan het dalen. Daarom zal ik voorstellen om naar code geel te gaan. We laten dat best de week nadien ingaan. Het lijkt mij wel verstandig om enkele maatregelen, zoals mondmaskers in de zorg en het openbaar vervoer en verplichte CO2-meters, aan te houden. Weet u: ik ben niet zozeer bezorgd over de korte termijn. Vandaag gaat het goed en wellicht zal het tot na de zomer goed gaan. Maar daarna komen er nieuwe varianten en wellicht opflakkeringen. Dáár moeten we klaar voor zijn.”

Wat zou u dan doen?

“We weten intussen welke verdedigingslinies werken. Dat gaat over vaccinatie, mondmaskers, luchtkwaliteit, testen en tracen . We mogen die nu even op lagere stand zetten, maar we mogen die niet uitschakelen. Het coronacertificaat past ook daarin. Deze linies moeten snel geactiveerd kunnen worden als het virus terugkeert, want zij zorgen ervoor dat we niet opnieuw sectoren moeten sluiten.”

Met andere woorden: u wil het CST niet afschaffen?

“De naam is fout: het is geen honderd procent safe ticket. Maar het coronacertificaat blijft inderdaad een belangrijk instrument van onze verdediging. Ik zou het dus zeker niet weggooien. En waarom? Omdat wie gevaccineerd is een lagere kans heeft om besmet te worden én om het virus door te geven. Dat is bewezen. Maar we mogen niet de fout maken van vorig jaar te denken dat het alles zal oplossen.”

Is het mondmasker een blijver?

“Ik denk het wel, zeker in zorginstellingen en het openbaar vervoer. Dat zou een positief gevolg zijn van de crisis, net zoals de aandacht voor luchtkwaliteit en hand- en hoesthygiëne.”

Zou België moeten streven naar zero-covid?

“Neen, dat is niet realistisch. De meeste landen die het geprobeerd hebben, zijn ervan afgestapt. Wie het wel nog doet, zoals China, ziet dat het niet werkt.”

Het virus heeft ook het maatschappelijk weefsel aangetast. Had dat voorkomen kunnen worden?

“Dat is een moeilijke vraag. Ook ik voel aan dat twee jaar pandemie iets doet met onze samenleving. Onze mentale gezondheid staat zwaar onder druk. Ik weet waarover ik spreek. ( even stil ) Ik zat vorig jaar in deze periode zes weken thuis. Uitputting. Overbelasting. Vooral mentaal, maar ook fysiek.”

Ik vond het mooi dat u daarover openlijk durfde praten. Was dat moeilijk?

“Ja. Maar als ik het niet durf, wie dan wel? Ik vind het mijn plicht om te helpen het taboe te doorbreken. Maar het was nog veel moeilijker om toe te geven aan mezelf dat het niet meer ging. Het was ontzettend moeilijk om de telefoon te nemen en Alexander De Croo en Frank Vandenbroucke te bellen. Gelukkig hebben zij veel begrip getoond, net zoals mijn hele equipe . Ik ben al die mensen heel dankbaar.”

Lag de focus van het beleid te eenzijdig op het virologische aspect? Dat is de voornaamste kritiek.

(foto Christophe De Muynck)
(foto Christophe De Muynck)

“We bestrijden vooreerst een virus, dus is het normaal dat we in belangrijke mate naar virologen en epidemiologen luisteren. In de loop van de crisis is het blikveld verruimd. In de GEMS zetelen ook andere experten zoals psychologen en economen. Is het voldoende in evenwicht? Dat is zeker een debat waard. Ik denk zelf van niet. Het zou nog beter kunnen. Maar de maatregelen die genomen zijn, de grote beperkingen, waren onvermijdelijk om het virus te bestrijden. Het klopt trouwens niet dat wij de strengste van de klas zijn. België bevond zich ook hier in het peloton.”

Wat vindt u van het Wintermanifest, waarin meer dan honderd wetenschappers en kunstenaars pleiten voor een ander beleid?

“Het is goed dat zoveel mensen kritisch nadenken over het beleid. Ik ken enkele van de auteurs persoonlijk. Zij hebben het beste voor met het land. Ze raken enkele terechte punten aan zoals de nood aan meerstemmigheid en transparantie. Over andere punten ben ik het helemaal niet eens. Maar ik reageer zeker niet allergisch op de kritiek.”

Zoals anderen wel doen?

“Maar ik kan dat ook begrijpen, hoor. Er zijn mensen die al twee jaar in de vuurlinie staan. Veel hoera krijgen zij niet meer. Ik begrijp dat zij dan zeggen dat het makkelijk is om kritiek te geven aan de zijlijn.”

Ook de kinderrechtencommissaris was dikwijls scherp. Wogen de voordelen van een mondmaskerplicht voor kinderen op tegen de nadelen?

“Er is een groot wetenschappelijk debat over de pro’s en de contra’s. Het is bewezen dat mondmaskers helpen om virusoverdracht te beperken. De vraag is wat de gevolgen zijn op de leerprestaties en het welzijn van kinderen. Daar is nog debat over. Laat me duidelijk zijn: dit is geen maatregel die je lichtzinnig mag nemen, maar de heisa daarover vond ik toch overdreven, hoor. We hebben een nieuwe scholensluiting vermeden. Dát was de prioriteit.”

In april wordt het commissariaat opgedoekt. Is dat niet te vroeg, als ik u zo hoor?

“Neen. Het wordt ingekapseld in de bestaande administraties. Dat is een goede zaak. Als we bij een volgende crisis opnieuw een tijdelijk commissariaat nodig hebben, dan hebben we gefaald. De FOD Volksgezondheid en het Crisiscentrum zouden voldoende gewapend moeten zijn. De barometer is daarbij een belangrijk instrument.

En wat zal u dan doen? Vakantie nemen?

Wait and see . Ik blijf zeker actief in de gezondheidszorg, dus u hoeft zich geen zorgen te maken over mij. ( glimlacht ) Maar nu de situatie het toelaat, ga ik wel even vakantie nemen. Ik ga in maart enkele dagen duiken in de Rode Zee. Het is een reis die dateert van maart 2020 en al twee keer geannuleerd werd. Ik kijk er heel erg naar uit. Als je duikt, vergeet je al je zorgen. Het zal mij ongelooflijk goed doen.”

Ik wens het u toe. Bedankt voor dit gesprek.