Steeds meer misdrijven worden gepleegd door jongeren en… kinderen

1657
 © Getty Images/iStockphoto
© Getty Images/iStockphoto

Het aantal jongeren dat in België een misdrijf pleegt, is de voorbije vijf jaar gestegen van 59.473 naar 65.377. Opvallend in die cijfers van het Openbaar Ministerie is de soms erg jonge leeftijd van de ‘daders’: 2.264 zijn tussen de 6 en 12 jaar, in 191 gevallen gaat het zelfs om kinderen jonger dan 6. Jeugdrechter Anelore Bruneel voelt zich vaak meer hulpverlener dan rechter: “Ik zie veel schrijnende situaties. Gelukkig zijn er ook veel dossiers die we op een mooie manier kunnen afsluiten.”

Een als misdaad omschreven feit, zo luidt de officiële terminologie wanneer een jongere strafbare feiten pleegt. In die meer dan 65.000 dossiers gaat het over diefstal en afpersing, slagen en verwondingen, aanranding, inbreuken tegen de openbare orde en in 165 gevallen ook over moord, doodslag en onopzettelijke doding. 80 procent van de feiten worden gepleegd door jongens, liefst 191 onder hen jonger dan 6. Ine Wymersch, procureur des Konings van het parket Halle-Vilvoorde: “Die laatste dossiers worden allemaal geseponeerd. Het jeugdstrafrecht geldt pas vanaf 12 jaar, kinderen kunnen dus niet worden vervolgd. We openen in deze dossiers vaak wel een sociaal onderzoek om zicht te krijgen op de context, de reden of de achterliggende oorzaak. Ook al kunnen we geen maatregelen opleggen, dat betekent niet dat we het kind in kwestie niet wijzen op de gemaakte fouten. Dat gebeurt door met de kinderen én de ouders te praten. Hoe jonger de kinderen zijn, hoe meer benaderbaar ze zijn.”

Slachtoffer en dader

Bij een delict door minderjarigen boven de 12 is in eerste instantie het parket aan zet. Bij ernstige feiten kan het parket doorverwijzen naar de jeugdrechter om een passende maatregel te nemen. “Ongeveer 30 procent van de zaken die wij behandelen, gaat over een misdrijf waarbij jongeren de dader zijn”, vertelt jeugdrechter Anelore Bruneel uit Gent. “Dat gaat meestal over diefstal en diefstal met geweld, net als het toebrengen van slagen en verwondingen. Het merendeel van de zaken die wij behandelen, gaat dan weer over kinderen en jongeren in verontrustende opvoedingssituaties. Daarin zijn zij geen dader maar slachtoffer. Zij plegen vaak geen misdrijf, maar maken het wel te bont door te spijbelen, geen huisregels na te komen (als die er al zijn) of op straat rond te hangen.”

Ook die cijfers van het Openbaar Ministerie liegen niet. Vorig jaar werden in ons land liefst 97.816 dossiers voor jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie geopend. In dat geval zijn jongeren dus als slachtoffer betrokken. Ook hier is er een duidelijke stijging merkbaar, want in 2017 ging het nog om 85.097 dossiers.

Drugfeiten

Bij misdrijven door jongeren is een rode draad merkbaar: drugs. Jeugdrechter Anelore Bruneel: “Op de jeugdrechtbank zien we heel wat druggebruik bij de jongeren en daarmee gepaard gaande feiten. Druggerelateerde feiten leggen een zware druk op de samenleving en leiden meestal ook tot andere feiten, zoals diefstal of afpersing om de drugs te kunnen financieren. Zedendelicten komen in mindere mate voor. Soms worden zaken door het parket gekwalificeerd met een term die zwaar klinkt, omdat de jongere even uit zijn context moet worden genomen. Dat is vaak het geval bij drugfeiten. Sinds de invoering van het jeugddelinquentiedecreet in 2019 bestaat er de politiek gestuurde visie om een opdeling te maken tussen jongere daders en jongeren met ernstige problemen. In de gemeenschapsinstellingen, waar een beveiligend, maar tegelijk pedagogisch verblijf wordt gegeven, worden enkel nog jongeren opgenomen die een misdrijf pleegden. Dat is ten nadele van jongeren in verontrustende opvoedingssituaties.”

Veilig verblijf

“Het blijft de cruciale vraag: waar ligt de dunne grens tussen een misdrijf en een verontrustende opvoedingssituatie”, gaat Anelore Bruneel verder. “Er is een groep jongeren in verontrustende opvoedingssituaties die ook beveiliging nodig hebben, hetzij omdat ze zichzelf in een gevaarlijke situatie brengen, denk bijvoorbeeld maar aan tienerprostitutie, of omdat ze gewoon te rebels zijn en alle regels aan hun laars lappen. Dan moet er even op de rem kunnen worden gestaan. Ook hun familiale context is daar vaak vragende partij voor. Dan is het aan de jeugdrechter om te zeggen: ‘tot hier en niet verder’. Voor deze groep is als alternatief voor de gemeenschapsinstelling een opvang ‘Veilig Verblijf’ voorzien, maar dat is nog lang niet overal operationeel. Men is daar volop mee bezig. Hopelijk is ‘Veilig Verblijf’ voldoende veilig…”

Hulpverlening

Op de vraag of we als maatschappij voldoende kunnen doen voor jongeren die op het verkeerde pad geraken, antwoordt de jeugdrechter voorzichtig. “We zien overal een tekort aan mensen en middelen, waardoor jongeren niet altijd de gepaste zorg krijgen op het moment dat ze die nodig hebben. Ook in de jeugdhulp bestaan helaas wachtlijsten. En waar men moet wachten, kan de situatie escaleren.”

Ondanks de soms zware dossiers waarmee Anelore Bruneel geconfronteerd wordt, blijft ze positief kijken naar jongeren. “Ik doe mijn job heel graag en ik vind het een mooie taak. Het is heel fijn om met jongeren te werken, zelfs al hebben ze dingen mispeuterd. Zeker in dossiers rond verontrustende opvoedingssituaties doe je als jeugdrechter vaak meer aan hulpverlening dan dat je recht spreekt. Wij werken trouwens heel nauw samen met de hulpverlening. Ik zie veel schrijnende situaties en die blijven echt wel bij mij hangen. Gelukkig zijn er ook veel dossiers die we op een mooie manier kunnen afsluiten.”