Je houdt van aardperen of niet. Zo simpel is dat. Ik vind ze lekker, voornamelijk in ovenschotels, puree en in de soep, maar dat is een persoonlijke voorkeur natuurlijk. Ik geniet ervan om ze te kunnen oogsten, want hoewel het buiten nu erg donker en koud kan zijn, is het elke keer weer een feest als de aardperen zich aandienen.

De grillige vorm van de knol is niet altijd een plezier om te schillen, maar de smaak compenseert dat ruimschoots. Aardperen zijn een aanwinst voor je moestuin, maar houd er rekening mee dat ze woekeren. Ze kunnen een heel moestuinbed in een paar jaar tijd in beslag nemen, alsof er nooit iets anders heeft gestaan. Inperken door in een ruime kuip of pot te planten is dus wenselijk, als je niet wil dat ze na verloop van tijd alles overnemen. Heb je een grote moestuin, dan kun je ze een eigen plekje geven, waar ze kunnen woekeren en geen andere planten hinderen. Of gebruik de plant als windschutting, dat lukt ook prima. In oktober bloeien de planten met kleine gele bloemen, die wel de miniversie van zonnebloemen lijken. En dat is niet eens zo gek als je weet dat ze familie zijn van elkaar. Oh ja, voor ik het vergeet: van aardperen gaan de darmen goed werken. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.

 

Wist je dat je ook de gebleekte jonge scheuten van knollen kunt eten?

Delicatesse van eigen bodem

Tot zover het gebruik van de knollen. Want wist je dat je ook de gebleekte jonge scheuten kunt eten? De smaak is zo apart dat restaurants er steeds vaker mee koken. Geheel terecht natuurlijk, want ik vind die scheuten erg ondergewaardeerd. De smaak is zeer licht en mild, en doet wat mij betreft denken aan asperges en artisjok. Ergens tussenin, zeg maar. De scheuten kun je vanaf december tot april kweken, zolang er knollen voorradig zijn en je de temperatuur flink kunt laten stijgen. In het voorjaar helpt de lentezon je daarbij, maar in de winter zul je er binnenshuis mee aan de slag moeten. Ik plant dan enkele knollen in een pot met potgrond, geef flink wat water en zet ze daarna dicht bij de verwarming. Zodra de eerste scheuten tevoorschijn komen, meestal na anderhalve week tot twee weken, dek je de pot af door er een andere overheen te zetten. Het principe van bleken is namelijk heel eenvoudig: je neemt zonlicht weg om de smaak van de scheuten milder te maken. Ze krijgen daardoor ook een bleke kleur die er, net als bij asperges, voor zorgt dat ze smakelijker worden. Wacht geduldig tot de scheuten gemiddeld 10 tot 15 centimeter groot zijn en snijd ze vervolgens af om meteen te verwerken. Bewaren kun je ze niet of nauwelijks. Wil je een hele winter lang af en toe verse scheuten? Plant dan om de twee weken een nieuwe lading knollen; zo spreid je de oogst.

In de keuken

De scheuten, die niet dikker zijn dan een balpen, zijn zo buigzaam dat ze niet of nauwelijks bewerkt hoeven worden voordat je ze opeet. Hoe jonger je ze plukt, hoe lekkerder ze zijn. Ik eet ze het liefst wanneer ze ongeveer 10 centimeter groot zijn, dan blijven ze knapperig op je bord of in salades. Als je ze groter oogst, dan kun je ze kort blancheren om ze zacht te maken.

Volg mij via @Angelo_Dorny op Instagram voor meer tips en weetjes.