Het was allemaal de bedoeling niet, maar dat die ene cover van Cesaria Evora haar plots een muzikaal bestaan schonk, omarmt Naïma Joris nu voluit. Dat daar ook woorden als ‘carrière’ en ‘industrie’ bij komen kijken, dat verbluft en wringt nog wat, maar vooruit. “Ik moet – neen mag! – nog drie platen maken”, zei ze al eens. Nummer één daarvan is het puike ‘Tribute To Daniel Johnston’, dat vrijdag verschijnt.

(door Matthieu Van Steenkiste)

Zullen we maar met de meest evidente vraag beginnen? Waarom precies een eerbetoon aan Daniel Johnston?

“Aangezien ik thuis met covers bezig was geweest, stelde men me voor om een coverplaat te maken. De meeste artiesten hebben al eigen nummers liggen als ze worden opgepikt, maar daar was ik niet mee bezig. Zo’n plan was er niet. Nadat die cover van ‘Sodade’ nogal viraal was gegaan, zette ik een demo van ‘Bellybutton’ online, een song op tekst van mijn zus, geproducet door mijn broer, en plots draaide Klara dat. En nu werd dus gesuggereerd dat ik een coverplaat zou maken. Eerst dacht ik die versies die ik op Facebook postte op te nemen, maar toen wilde ik toch iets meer bijzonder doen: een eerbetoon aan één artiest. Ik dacht meteen aan Daniel Johnston, want hij is het die me ooit heeft geïnspireerd toch mijn eigen liedjes te schrijven.”

Je had geen plan toen je mid-lockdown met die covers uitpakte, zeg je, maar toch gaf je in de winter van 2019-2020 al een paar optredens. Er was toch een zekere drang?

“Ach, het heeft ook veel met stimulatie te maken. Ik leefde in isolement, had geen muzikale vrienden, …  Maar er waren dan toch een aantal mensen die vonden dat ik iets moest doen met wat ik thuis uitvrat. Lara (Rosseel, red.) was daar één van, die me gepusht heeft om die café-optredens te doen. En ik had wel wat mensen gevraagd om een band met me te beginnen, maar niemand had tijd voor me, ik had maar een handvol nummers, … Het was vooral mijn vader (jazzmuzikant Chris Joris, red.) die aan me trok, me uitnodigde als gastzangeres op zijn optredens. Zo heb ik ook Lara ontmoet, want zij speelt bas in zijn groep, en zij heeft die drie concerten geregeld.”

“Ik had dit eerder moeten doen”, liet je al eens vallen.

“Ja! (lacht) Het ware handiger geweest als ik dit tien jaar geleden al had gedaan. Maar weet je, spijt is wat de koe schijt. Maar ik voel me nog altijd meer zangeres dan iets anders. Ik ben nog altijd aan het leren songs te schrijven. Ik heb absoluut niet de ervaring ter zake die bijvoorbeeld Meskerem Mees wel heeft. Ik kan er nog altijd van schrikken dat ik songs heb geschreven.”

Tot slot: dit wordt de zomer van de bevrijding, geloof ik, hoe kijk jij daar naar uit?

“Geen idee, ik denk zelfs niet dat ik veel speel. Mijn zomer van de bevrijding was de lockdown. Ik leef omgekeerd, vrees ik.” (lachje)

De muziek heeft je gered?

“Als je het zo dramatisch wil stellen. Maar ja, op zich wel. Het leven is een pak beter nu. Ik sukkelde keihard: ik heb geen middelbaar diploma, dus je kunt zo wel indenken dat ik niet gemakkelijk een job vond. Mijn eerste job was onthaalmoeder in een crèche, daarna ben ik van callcenter naar callcenter, van fabriek naar fabriek, getrokken. Kutjobs, maar ik had ze nodig om te overleven. En toch werd ik ontslagen, want dan was ik weer ziek, of kwam ik te laat,… Ik heb zelfs eens geen contract gekregen omdat ik met Isbells naar de MIA’s moest. Ze gingen er van uit dat ik vaker zou vragen om vroeger te stoppen om iets met die groep te kunnen doen, en dat zagen ze niet zitten. Wat er nu gebeurd is, en de snelheid waarmee, voelt waanzinnig: één cover, één eigen song, en plots moest ik in allerijl een band samenstellen om een sessie voor Radio 1 te spelen. Voor mij voelt dat nog altijd als een sprookje.”

‘Tribute To Daniel Johnston’ verschijnt op 27 mei. Naïma Joris speelt op woensdag 25 mei op het nieuwe Unwind Festival in Antwerpen. Info: www.unwind.be