Met tieners op reis naar Saas-Fee en de Aletsch Arena in Zwitserland: op avontuur in de Alpen

117
Tussen de vierduizenders ligt de imposante Aletschgletsjer: een zicht waar je spontaan stil van wordt. (foto SRA)
Tussen de vierduizenders ligt de imposante Aletschgletsjer: een zicht waar je spontaan stil van wordt. (foto SRA)

Met tieners op reis gaan, het kan best wel uitdagend zijn. Maar niet zo in Zwitserland, waar de indrukwekkende Alpentoppen, de talrijke bergavonturen én de schattige marmotten in een mum van tijd ieders hart stelen. Zeker in Wallis, dat niet voor niks prat gaat op de titel van ‘dé familiebestemming van Zwitserland’, en waar we in zowel Saas-Fee als in de Aletsch Arena meer dan eens onze hartslag de hoogte voelen ingaan…

We – mijn drie tienerzonen van 12, 15 en 17 en ikzelf – besluiten ons verblijf in het leuke en autovrije Saas-Fee rustig te beginnen. We nemen de kabellift naar Spielboden, de place to be voor een ontmoeting met de allerschattigste inwoners van de regio… De marmotten! Op de bergflank bij het bergstation leeft een grote kolonie wilde marmotten, die een zwak blijken te hebben voor verse wortelen en pindanootjes. Gewapend met een zakje van die laatste lekkernijen wandelen we de marmottentrail – met borden vol leuke weetjes – naar beneden. En ja, al vlug komen de eerste dappere dieren pindanootjes uit onze handen eten. We smelten net niet weg! Na deze beestige ontmoeting zoeken we het nog wat hoger op, en nemen we de kabellift naar Längfluh. De plek om de Feegletsjer én de 13 vierduizenders die Saas-Fee omringen te bewonderen. De Dom, goed voor 4.545 meter, is trouwens de hoogste berg van Zwitserland.

Tijd voor actie

Het is tijd voor wat actie, en dat vinden we in Saas-Fee zelf. De Feeblitz is een rodelbobbaan waarbij je eerst langst de steilste rodellift van de Alpen omhoog wordt getrokken, om vervolgens naar beneden te zoeven aan snelheden tot 40 kilometer per uur. We sluiten onze dag af met een foxtrail. Deze gezinszoektocht is een ideale manier om de ‘Parel van de Alpen’ beter te leren kennen en om te genieten van de bijzondere ambiance in het dorp, waar tal van nationale skiteams logeren. Hier kan je in de zomer immers ook skiën.

Op dag twee is het tijd voor wat adrenaline in Saas-Almagell, een van de drie andere dorpen in het Saastal. Hier leidt een adventure trail naar twee indrukwekkende hangbruggen van 60 en 45 meter lang. Maar voor je die bereikt, krijg je een hele reeks uitdagingen in de vorm van steile ladders, dito trappen en houten planken langs de bergwand voorgeschoteld. Wie last heeft van hoogtevrees, doet dit pad beter niet. En wie niet genoeg kan krijgen van al het geklauter, kan zich een volgende keer misschien wagen aan een van de vele Via Ferrata’s in de regio.

Mountainbiken tussen de koeien

De jongens hebben de smaak voor actie te pakken, en dus houden we op dag drie halt in Saas-Grund. Geen klauterpartijen, maar een bikepark wacht hier op ons bij bergstation Kreuzboden. Na een gondeltochtje naar uitzichtpunt Hohsaas en terug zetten we – op de fiets – koers naar Saas-Grund. Al is het wel opletten: de trail loopt dwars door alpenweiden mét koeien.

In de namiddag zetten we koers naar de Aletsch Arena, nog zo’n plek waar de vierduizenders het landschap beheersen. De auto laten we achter in het dal, want ook de drie Alpen hier – Fiescheralp, Bettmeralp en Riederalp – zijn autovrij. Onze uitvalsbasis Riederalp is een toonbeeld van rust. Authentieke houten Walliser huizen, chalets en hotels liggen verspreid op de alp en terwijl de bellen van de koeien rinkelen, slaan enkele golfspelers een balletje.

Onze wandeling op de gletsjer is het absolute hoogtepunt van de reis. (foto SRA)
Onze wandeling op de gletsjer is het absolute hoogtepunt van de reis. (foto SRA)

Wandelen op een natuurwonder

En dan volgt het hoogtepunt van de reis: een wandeling op de Aletschgletsjer. Deze gletsjer met een lengte van 20 km, een gemiddelde breedte van 1.800 meter en een oppervlakte van rond 78.5 km² strekt zich uit van de noordflanken van de Eiger, de Mönch en de Jungfrau tot in het dal van de Wallis. Goed voor een imposante hoeveelheid van 11 miljard ton ijs. Nu toch nog, want ook hier slaat de klimaatverandering genadeloos toe. “De kans is groot dat de gletsjer hier over 30 à 35 jaar volledig verdwenen is”, vertelt onze gids wanneer we dit natuurwonder vanaf Moosfluh bewonderen. Hier start onze wandeling met een lange afdaling tot aan de gletsjer zelf. Eenmaal bij het ijs krijgen we allemaal crampons ( stijgijzers, red. ) aangebonden en worden we met een touw aan elkaar vastgemaakt. We wandelen langs soms wel tientallen meters diepe gletsjerkloven, bewonderen het heldere blauw van het gletsjerwater en de organische vormen van het gletsjerijs, en ontdekken zelfs gletsjervlooien. Maar het is vooral de enorme ijsmassa rondom ons die ons stil krijgt. Na iets meer dan twee uur op het ijs is het tijd om de crampons weer uit te doen, maar daarmee zit de uitdaging er nog niet op. Er wacht ons nog de bijzonder steile wandeling terug naar ons vertrekpunt. We sluiten de dag af in Berghaus Toni, samen met David Kestens, de Vlaamse marketing manager van de Aletsch Arena, die ons meteen laat kennis maken met Brit, de Belgische die samen met haar Engelse echtgenoot James het hotel-restaurant uitbaat. “Mijn ouders waren gepassioneerde alpinisten, dus kwam ik hier al toen ik nog een baby was. Eerst met vakantie, later om een vakantiejob te doen. Ik had nooit gedacht dat ik dit hotel ooit zelf zou uitbaten, maar toen Toni een overnemer zocht, dacht hij aan mij”, vertelt Brit, die in Berghaus Toni ook Belgische troeven – frietjes en bier – met haar gasten deelt. Terwijl David en ik van een Belgisch biertje genieten, ontdekken de zonen een typisch Zwitserse limonade: Rivella. “Vroeger konden de herders de melk niet meteen van de alpenweiden naar het dal brengen, en dus maakten ze er ter plekke kaas van. De vloeistof die overbleef nadat de melk gestremd was, verwerkten ze in een verfrissend drankje, de Rivella”, legt David uit, die ons meteen nog heel wat tips geeft voor de volgende dagen, die we ook in de praktijk brengen.

Met de stijgijzers om wandelen we langs metersdiepe gletsjerkloven

Met de step de berg af

We bezoeken de Villa Cassel in Riederfurka, die waar Winston Churchill ooit nog verbleven heeft en dat nu een natuurcentrum over de klimaatverandering is. We bewonderen de Aletschgletsjer van de uitzichtpunten Bettmerhorn en Eggishorn, maken lange wandelingen – de wandeling van Bettmerhorn naar Eggishorn langs het prachtige Märjelenmeer is een must voor geoefende wandelaars – en zwemmen in de Bettmersee, waar je ook kan suppen en pedalo varen. We besluiten de laatste dag om onze hartslag nog een laatste keer de hoogte in te jagen en nemen de gondel naar Blausee waar we met mountain carts over een grindweg naar het lager gelegen Moosfluh sjezen. Leuk, maar het mag nog best wel sneller gaan, en dus wandelen we naar Bettmeralp waar we met downhill scooters ( steps, red. ) naar Betten Dorf zoeven, terwijl we het berglandschap bewonderen. Daar stelt Kobe de vraag die deze reis perfect samenvat: “Kunnen we elk jaar naar hier komen?”

Praktisch

De reis

Zowel Saas-Fee als Aletsch Arena zijn vlot bereikbaar met zowel de auto en de trein. De dorpen zelf zijn autovrij. In elke regio zijn er meerdaagse formules waardoor je met een kaart gebruik kan maken van kabelliften en openbaar vervoer.

Meer info

Wij maakten deze reis in samenwerking met Toerisme Zwitserland (www.myswitzerland.com), Vallais/Wallis Promotion (www.visitvalais.ch), Aletsch Arena (www.aletscharena.ch) en Saas-Fee (www.saas-fee.ch)