Voormalig doelman Filip De Wilde blikt terug: “Euro 2000 was grote afknapper”

804

De laatste keer dat de Rode Duivels een EK speelden, was in 2000. Het zou voor toenmalig Anderlecht-doelman Filip De Wilde een dramatisch einde betekenen als international en een pijnlijke smet op zijn rijkgevuld palmares dat maar liefst zeven landstitels, vier bekers, drie WK’s en een EK telt. De bijna 52-jarige Oost-Vlaming geeft zich voor één keer helemaal bloot.

Filip De Wilde: “Ik ben zeker koppig en heb een eigen mening, en dat wordt niet altijd in dank afgenomen.” (foto belga)
Filip De Wilde: “Ik ben zeker koppig en heb een eigen mening, en dat wordt niet altijd in dank afgenomen.” (foto belga)

Hij oogt nog steeds messcherp, alsof hij zo weer onder die lat zou kunnen staan. “Als ik een exhibitiewedstrijd speel, staan veel mensen versteld hoe fit ik nog ben. Ik ben na mijn carrière amper vijf kilogram bijgekomen. Maar dat gaat niet vanzelf, hoor. Je moet dagelijks, of toch zes dagen op zeven, sporten en gezond eten. Ik vind het belangrijk om fit te blijven, ik hou niet van overgewicht.” In zijn vrije tijd tennist hij vaak, zijn klassement is momenteel C+15/1, lang niet onaardig, maar professioneel is De Wilde nog altijd voltijds actief in de voetbalwereld. Enerzijds als keeperstrainer van de nationale beloften, anderzijds als sportief adviseur van Waasland-Beveren.

Is dat je ding, jonge doelmannen opleiden?

Dat weet ik niet. Een jeugdcoach voel ik me niet. Ik denk ook niet dat ik het zou kunnen met gasten van 8 à 10 jaar. De beloften kan ik wel mijn ervaring meegeven.

Jij hebt veertien jaar als speler en vijf jaar als coach voor Anderlecht gewerkt. Voel jij je dan een Anderlechtman? Of is dat relatief?

Ik voel me vrij neutraal in die zin dat ik geen dogma’s heb, er zijn geen clubs waar ik niet naartoe zou willen. Wat wel zo is, is dat je pas beseft hoe mooi een club is eens je weg bent. Ik heb dat meegemaakt als speler én als coach.

Heb je spijt dat je daar in 2012 vertrokken bent als keeperstrainer?

Nee, niet echt. (aarzelend) Je snijdt natuurlijk een weg af. De voorzitter en de manager waren akkoord om te verlengen, maar de raad van bestuur wou eerst het einde van het kampioenschap afwachten en weten wie de nieuwe coach zou worden. Dat voelde voor mij aan als een motie van wantrouwen. Ik wou niet wachten. Ik heb toen de eer aan mezelf gelaten.

Zou je terugkeren als Anderlecht je vraagt?

Ik zou mij gevleid voelen, ja. Ik heb ook die ambitie om weer bij een topclub aan de slag te gaan. Ik denk ook dat ik het vandaag beter zou doen. Maar goed, wie weet wat de toekomst brengt. Ik ben volop mijn weg aan het zoeken. Ik heb ook mijn Pro Licensediploma, ik zou dus zelfs als hoofdtrainer aan de slag kunnen.

Als je succes hebt als voetballer, krijg je ook eigenwaan.

Omgaan met iconen en vooral er op een mooie manier afscheid van nemen, lijkt voor elke voetbalclub moeilijk.

Mja, misschien. Ik heb er wel moeite mee als ik zie dat mensen die nog niet aan mijn knieën raken, meer erkenning krijgen.

Wie bedoel je?

(blaast) Ik zeg daar liever niet veel over. Dit gaat wel diep, hoor. (zwijgt even) Dit mes snijdt ook aan twee kanten. Ik heb Anderlecht indertijd verlaten voor Sporting Lissabon. Toen kon je ook zeggen dat de clubliefde van mijn kant niet zo groot was. Dus ja, misschien ligt het wel meer aan mij dan aan de club.

Heb jij een moeilijk karakter?

Dat is wat mensen soms zeggen. Ik ben zeker koppig en heb een eigen mening, en dat wordt niet altijd in dank afgenomen. En hoe je het ook draait of keert, als je succes hebt als voetballer, krijg je ook wat eigenwaan. Toen ik voor de tweede keer afscheid nam van Anderlecht, kreeg ik een attentie voor de laatste wedstrijd. Wat doe ik daarna? Zonder die match te bekijken naar huis rijden. Dat zijn zo van die bevliegingen. (zwijgt even) Maar uiteindelijk is dat gewoon dom.
Het siert je dat je dat durft toegeven.

Met de jaren probeer ik die scherpe kantjes er af te vijlen. Maar koppig was ik altijd al. Toen ik nog bij Beveren speelde, weigerde ik eens met het materiaal van de club te spelen. Ik wou mijn eigen materiaal. Ik besef nu goed dat zij toen heel braaf geweest zijn voor mij. Ze hadden ook kunnen zeggen: eruit! (lacht)

Je hebt eind jaren negentig twee seizoenen voor Sporting Lissabon gespeeld. Wat heb je daar geleerd?

Dat alles wat je in België gepresteerd hebt, van geen tel is in het buitenland. Je moet opnieuw beginnen. Sporting ging echter door een moeilijke transitie. Het was er vaak chaos. Daarom wou ik terug naar Anderlecht. Familiaal was dat wel een heel mooie periode. Net zoals ik mijn vrouw en kinderen heb moeten meesleuren naar daar, heb ik ze twee jaar later weer moeten meesleuren naar België.

Die koppigheid.

(lacht) Mijn vrouw heeft dat ook mogen ondervinden, ja.

Mijn carrière had er beter uitgezien als ik dat EK niet gespeeld had.

Je mooiste jaren heb je in het Astridpark beleefd.

De Boskamp-jaren en de Anthuenis-jaren, dat waren de mooiste. In die eerste periode presteerde ik zelf op mijn sterkst. Wij wonnen toen titels én bekers. Qua groepsbeleving was de tweede periode de mooiste.

Jij hebt drie WK’s en een EK meegemaakt. Wat was het mooiste tornooi?

(denkt na) In Frankrijk (WK ’98, red) was ik weliswaar basisspeler, maar toch moet ik Amerika (WK ’94, red) zeggen. Toen voelde ik mij top. Ik was ook de redder des vaderlands in de beslissende kwalificatiewedstrijd tegen de VTS. Helaas speelde ik geen minuut op het WK. Ook in de voorbereidingswedstrijden kreeg ik geen kans. Dat voelde heel wrang aan.

Je botste op een weergaloze Michel Preud’homme.

(knikt) Je ziet je eigen ambitie gefnuikt worden door de prestaties van iemand anders. Ik kon me daar niet bij neerleggen. Ik heb wel eens laten vallen dat ik ook had gekund wat hij deed. (glimlacht) Ik heb daar elke training gewerkt alsof ik basisspeler zou zijn. Ik was zo gefocust om mezelf te bewijzen dat ik vergat om ook te genieten. Ik denk dat ik de slechtste bankzitter ooit moet zijn.

En dan is er Euro 2000. Mag ik dat de grootste ontgoocheling uit je carrière noemen?

Dat mag je zeker. Mijn carrière had er beter uitgezien als ik Euro 2000 niet gespeeld had.

Word je nog wakker van dat duel met de Turkse spits Hakan Sükür?

Nee, dat niet. Ik kan het mij wel nog levendig voor de geest halen. Velen denken dat ik dat duel had moeten winnen. Dat klopt niet. Ik had die bal niet mogen laten botsen, dat was de fout.

Voelde jij je schuldig na dat tornooi?

Ja, natuurlijk. Als je twee kapitale fouten maakt, je pakt rood, al was dat mijn fout niet, en je ligt eruit na de eerste ronde, dan voel je je schuldig. Dat was een grote afknapper. Ik heb ook goede dingen gedaan, maar dat onthoudt niemand. Groot probleem was ook dat we te veel kansen misten. We speelden nochtans goed voetbal, vond ik.

Wie heeft jou er toen bovenop geholpen?

Dat heb ik zelf gedaan. Ik vraag niet snel iemand om raad. Als ik het moeilijk heb, sluit ik me op. Met mijn vrouw heb ik wel gepraat. Vlak erna zijn we op vakantie vertrokken naar Normandië. Even uitwaaien. Ik had vooral schrik voor de eerste wedstrijden daarna bij Anderlecht. Gelukkig draaien wij dan een schitterend seizoen. Weet je, ik heb het eigenlijk altijd zelf gedaan in mijn carrière. De enigen die ik echt dankbaar ben, zijn trainer Urbain Braems en Albert Christiaens, mijn keeperstrainer bij de jeugd van Zele.