Cath Luyten neemt het ‘laatste woord’: “Homeporn verslaving” (column)

1375

Het ‘laatste woord’ geven we aan televisiepersoonlijkheid Cath Luyten. Met een schalkse knipoog op een actueel thema zorgt ze voor de perfecte afsluiter van de week.

What is meant to be, will be. Mijn lief en ik waren al enige tijd op zoek naar een huis. ‘t Is te zeggen: hij zocht en ik keurde af. Uren had hij al gesleten op alle mogelijke immosites maar hét huis had mijn homepornaddict nog niet gespot.

Tot die keer toen hij een fraaie bouwgrond vond van een hectare groot: met een bos, een oprit van 27 seconden en een parel van een jaren-60-chalet. Klaar voor de sloop zou een bevriend aannemer later zeggen, maar wij zagen dit veel te zwaar geprijsde filmdecor helemaal zitten.

Zonder afspraak gingen we op prospectie. Het gebarricadeerde hek bleek net beklimbaar te zijn voor een stel stramme veertigers, zodat we niet veel later ongevraagd het eigendom betraden. Alsof we bij architect Frank Lloyd Wright op de koffie kwamen. Het huis of wat ervan overbleef bevond zich ergens in de Noorderkempen maar had zo in het Californische Palm Springs kunnen staan. Nieuwsgierig drukten we onze neus tegen het glas. Prachtige natuursteen, een gigantische haard en een achtergelaten salontafel in travertijn. Hier zagen wij onszelf een zomer later kamperend stenen kuisen. In de slaapkamer botsten we op een dikke brandkast en in de garage stond een iconische Ford Mustang onder zeil stof te vergaren.

Bij een tweede clandestien bezoek aten we een Chinese afhaalmaaltijd op de grond van de woonkamer die dra de onze zou zijn: wie zou hier hebben gewoond? Hoewel het pand al maanden te koop stond, beweerde de gladde immojongen dat er nog gegadigden waren.

De biedingen vlogen over en weer en per telefoontje zakte de moed ons meer in de schoenen tot we Sherlock Holmes-gewijs uitvonden wie het huis verkocht. Met een engelensnoetje belden we aan met de vraag om aan de minst biedende, maar wel de meest dankbare te verkopen.

Zelf woonde de vrouw in een bescheiden flatje in een volkse wijk in de stad die wij weldra zouden verlaten. De vrouw snapte niet wat we in de bossen gingen zoeken. Vier uur en een paar limonades later wisten we dat haar vader een flamboyante garagehouder was, niet vies van wat gesjoemel. Nu was zij de enige overgebleven telg van een familie die uiteenviel door de centen. Ze stak haar afkeer van rijkdom niet weg, maar leek weinig geneigd te zijn om voor minder te verkopen. Hoe meer wij de lof zongen van dit huis hoe harder zij ons probeerde te overtuigen het niet te kopen: ‘Mijn broer heeft er zich van het leven beroofd en mijn lief is in die straat vermoord!’. Compleet van de kaart dropen we af.

Onze droom aan diggelen. Niet vermoedend dat we twee zomers later, mét een peuter en zonder relatiebedreigende verbouwing een fijn huis met zicht op het water het onze mogen noemen. Het moest zo zijn. Of waar een homeporn-verslaving al niet goed voor is.

Tekst Cath Luyten | foto Charlie De Keersmaecker