De mode wordt steeds duurzamer, een positieve kentering die ook noodzakelijk is om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Recycleren en minder consumeren, zo luidt de boodschap.

Nog niet zo lang geleden was ecologische mode een nicheproduct dat doorgaans enkel in “groene” boetieks verkocht werd.

Nu is duurzame mode doorgedrongen tot alle niveaus van de mode. Van de luxesector tot de ketens. Sommige fabrikanten kiezen voor een duurzame productie uit overtuiging en vanuit een maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel, anderen doen het puur om imago-redenen.

In die laatste categorie is er vaak sprake van greenwashing , zeg maar een mooi marketingverhaal dat niet of niet helemaal met de waarheid strookt.

Zoals jurken die zouden gemaakt zijn van plastic uit de zee én bovendien belachelijk laag geprijsd zijn. Je hoeft geen geschoold biotechnicus te zijn om te beseffen dat half verweerd en vervuild plastic ongeschikt is als kwalitatieve grondstof om groene garens van te spinnen.

En het is niet omdat een spotgoedkoop T-shirt van biokatoen gemaakt is, dat het kledingstuk daadwerkelijk duurzaam is. De penibele werkomstandigheden, het verre transport en de korte levensduur van een dergelijk kledingstuk vallen moeilijk te rijmen met ecologisch en ethisch.

Spotgoedkoop en groen gaan sowieso moeilijk samen. Tenzij je tweedehandskleren koopt. Kleren een tweede leven geven, is altijd een goed idee: je vermijdt extra productie en in bepaalde winkels steun je de sociale economie.

Niets gaat verloren

Waarom nieuwe materialen produceren als er zoveel overschotten voorhanden zijn?

Steeds meer, vooral kleinschalige, labels en ontwerpers maken gebruik van zogenaamde deadstock materialen, overschotten zeg maar.

Onder meer de Belgische labels ‘Mardi Editions’, Wasted Atelier werken niet op het klassieke ritme van de mode, maar brengen regelmatig nieuwe, beperkte reeksen uit in functie van het stoffenaanbod. Ook op het vlak van accessoires wordt er volop met overschotten van stof en leder gewerkt.

Een mooi voorbeeld is de Belgische tassenontwerpster Sybil Mortelmans die onder het label ‘Tres Sis Zero’ tassen maakt van luxe restleder, vaak in felle kleuren. Dat ‘restjesmode’ een echte trend is geworden, merk je ook aan de gevestigde commerciële merken die koketteren met ontwerpen, gemaakt van restmateriaal.

Minder maar beter kopen

We kopen steeds meer kleren en we gooien ze ook sneller weg.

Volgens het vakblad Retail Detail gooit de Belg gemiddeld 15 kilo textiel weg per jaar per persoon. Hij is hiermee koploper in Europa. Ruim 80 procent van het textiel belandt op de vuilnisbelt of in de verbrandingsoven.

De laatste 15 jaar is het gemiddeld aantal keer dat we een kledingstuk dragen voor het gedumpt wordt, met 36 procent gedaald. Door datzelfde kledingstuk 9 maanden langer te dragen, verminder je de ecologische voetafdruk met 20 tot 30 procent. Ondanks het feit dat onze kleerkasten uitpuilen, dragen we slechts 12 procent ervan.

Deze cijfers pleiten voor minder maar beter kopen. Stilaan zien we dat merken die staan voor tijdloosheid zoals Furore en Natan opteren om een groot deel van hun aanbod niet te solderen.

Xandres gaat nog een stap verder en biedt een Repair&Care-service aan, wat de levensduur van de kleren aanzienlijk verlengt. Een jurk hoeft niet gedumpt te worden omdat de rits stuk is of de zoom los zit, dit zijn zaken die vlot en goedkoop kunnen opgelost worden. Dit is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor je budget.

Foto boven: Outfit van het Belgische label Mardi Editions. Jas: 250 euro en broek: 145 euro. www.mardi-editions.com

 

 

 

 

 

 

Tas gemaakt van gerecycleerde kleren en textielafval: 109,90 euro. www.unisa-europa.com

 

 

 

 

 

De iconische 501 van Levi’s in circulaire versie: 129,95 euro, te koop op www.levi.com

 

 

 

 

 

Tijdloze outfit, van het Belgische slow fashion label Furore. Bloes: 279 euro www.furore.fashion

 

 

 

 

 

 

Tijdloze hemdjurk: 229 euro, van Xandres. www.xandres.com

tekst Lut Clincke