We gaan in de toekomst kleiner en beter doordacht, maar ook meer ‘samen’ wonen. Daar zorgen de uit de pan swingende woonprijzen en groeiende aandacht voor milieu- en sociale problemen voor. En neen, je hoeft daarom niet elke dag samen te eten met je buren. Maar een stukje tuin of een wasruimte delen, maakt wonen wel betaalbaarder én gezelliger.

Architect en filosoof Erik Wieërs, door de Vlaamse regering in 2020 aangesteld als Vlaamse bouwmeester, zet volop in op toekomstbestendig wonen.

Op vlak van openbare ruimte pleit hij voor minder versnippering en meer bruikbare open ruimte en groen. Pleinen en straten bijvoorbeeld kunnen groene en verkeersarme ontmoetingsplekken worden. Multimodale knooppunten, waar de bus stopt, de deelwagen geparkeerd staat en je ook nog boodschappen kan doen.

Daarnaast wil hij lokale besturen ertoe aanzetten bestaand patrimonium te herbestemmen. Wat overdag een supermarktparking is, kan ‘s avonds een basketbalveld zijn en de sportzaal waar schoolkinderen overdag voetballen, kan ‘s avonds een plaats geven aan het verenigingsleven. Nieuwe gebouwen moeten een heldere, open structuur hebben zodat ze op termijn voor verschillende dingen kunnen worden gebruikt.

Die ideeën vertalen zich ook in onze eigen woningen. We gaan compacter, dichter en collectiever wonen. Waar de eengezinswoning de norm was in de voorbije decennia, zal de meergezinswoning de norm worden voor de toekomst. De troeven van collectiever wonen – betaalbaarder, minder milieubelastend, zorgzamer, intergenerationeler en gezelliger – zullen steeds meer mensen overtuigen om in deze trend mee te stappen.

Cohousing 2.0

Jurgen Naets, expert duurzaam bouwen bij Ecobouwers.be en Bond Beter Leefmilieu, sluit zich bij die visie aan. “In vergelijking met andere landen woonden Vlamingen tot dusver op een vrij grote oppervlakte. Vaak kiezen we nu onder druk van hoge woningprijzen voor kleiner wonen, maar tegelijk vergroten we het ruimtegevoel door te kiezen voor open ruimtes, minder muren, en veel lichtinval.”

De trend naar kleiner wonen betekent ook dat we beter gaan nadenken over welke ruimtes we echt voor onszelf nodig hebben, welke overbodig zijn, en welke we kunnen delen met anderen.

Cohousing schudt het imago van zich af als zou iedereen er constant samen leven. Vandaag investeren bouwpromotoren in projecten waar elke bewoner voldoende privacy heeft, maar gemeenschappelijke functies in één ruimte bijeengebracht worden.

Zo kan een verwarmingssysteem gedeeld worden, kunnen er gemeenschappelijke ruimtes worden voorzien om de was te doen, fietsen te stallen of een feestje te organiseren.

Een evolutie die niet alleen op economisch maar ook op sociaal vlak interessant is, want alleen maar versterkend voor het sociaal contact tussen de bewoners.

“Het hedendaagse cohousing betekent evenwel niet dat je goedkoper af bent”, weerlegt Jurgen een van de misvattingen over deze woonvorm. “Het betekent wel dat je voor hetzelfde geld een meerwaarde creëert. Zo leef je comfortabel en gezellig, zonder dat er overbodige ruimten voor iedereen apart gebouwd moeten worden.”

Bouwen zonder spijt

Daarnaast ziet hij ook de trend om circulair te bouwen doorbreken.

“Een manier van bouwen die er voor zorgt dat je daar op latere leeftijd geen spijt van krijgt”, klinkt het. “Er wordt gezocht naar allerlei manieren en toepassingen om een woning gemakkelijk aanpasbaar te maken aan de noden van verschillende levensfasen. Muren die gemakkelijk kunnen worden afgebroken of verplaatsbaar zijn, kastenwanden, goed bereikbare technische voorzieningen om een woning later om te vormen tot kangoeroewoning…”

Daarbij wordt gestreefd naar het gebruik van materialen met een zo laag mogelijke ecologische voetafdruk. De zoektocht naar recuperatiematerialen zit in de lift. “En dan bedoel ik niet alleen het hergebruik van mooie, oude tegels.

Maar bijvoorbeeld ook isolatie gemaakt uit oude jeansbroeken of vloerbekleding uit afvalmateriaal.”

Of het grote publiek klaar is voor deze nieuwe toekomst?

“De early adapters zijn er al een tijdje mee bezig. Maar nu zien we een bredere beweging van mensen die willen bouwen of renoveren, en de mogelijkheden om dat op een meer efficiënte en betaalbare manier te doen, onderzoeken. De bouwsector ziet de vraag snel stijgen, en zoekt volop vaklui met het juiste technisch profiel.”

Tips van energie-expert Jurgen Naets

1. Slim huis

Onze huizen worden in de toekomst slimmer! En dan hebben we het niet over dure domotica en high-tech snufjes die eigenlijk niemand nodig heeft. We zien wel de doorbraak van systemen die een efficiënt beheer van verwarming en energie toelaten.

Bedrijven volgen bovendien steeds beter op hoe die systemen bij de consument werken en kunnen zo beter inspelen op zowel het efficiënt gebruik ervan als op onderhoud.

Zo verzamelt een slimme thermostaat informatie over je energieverbruik, en voorspelt op basis daarvan wanneer er moet verwarmd worden. Je stemt je verwarmingspatroon af op jouw reële noden, wat zich vertaalt in een aanzienlijke besparing op je energiefactuur.

2. Zonnige toekomst

Ook de aanleg van zonnepanelen blijft een aanrader. “Zonnepanelen verdien je vandaag in vijf jaar terug, terwijl ze 25 jaar operationeel blijven. Het terugverdieneffect is zeer groot. Zorg er voor dat je de opgewekte energie zo veel mogelijk zelf gebruikt of opslaat voor eigen gebruik. Bovendien installeer je nu – zo mogelijk – beter meer panelen dan strikt nodig, met het oog op de toekomstige installatie van een warmtepomp of elektrische auto voor je deur.”

3. Maak connectie

Alle functies in een woning worden steeds beter met elkaar verbonden en op elkaar afgestemd. Een digitale meter is een elektronische meter die je traditionele elektriciteits- of gasmeter vervangt. Het verschil is dat een digitale meter ingebouwde communicatietechnologie bevat, waardoor hij zelfstandig je verbruikersdata voor elektriciteit of gas kan verzenden en ontvangen, en je verbruik efficiënter kan bijgestuurd worden.

tekst Nancy Boerjan | foto getty