De Zondag trekt ten strijde tegen de verzuring en reikt daarom elke week een pluim uit. Niet zagen, maar liefde vragen. Of toch zoiets. De Pluim van deze week is voor Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA).

Sommigen zien in Geert Bourgeois de emanatie van de kneuterige Vlaming met zijn onder-de-kerktoren-mentaliteit. Dat is een grote misvatting. Zaterdag heeft hij wederom bewezen een grote meneer te zijn. Met een welgemikte opmerking op zijn nieuwjaarstoespraak voor de Vlaamse Volksbeweging. “Heeft de Vlaamse Beweging niet nagelaten de hand te reiken aan de nieuwkomers? Moet de Vlaamse Beweging zich daarover niet bevragen?”

Gedurfd, een organisatie in vraag stellen op haar eigen nieuwjaarsreceptie. Geen populistische praat, maar uitkomen voor je eigen mening. Dat is Geert Bourgeois: een politicus die vasthoudt aan zijn principes. Over integratie is hij duidelijk: nieuwkomers hebben rechten en plichten. Ik weet ook: dat is het adagium van een grote schare politici in dit land. Maar er is één groot verschil: Bourgeois méént dat ook, in elke vezel van zijn lijf. Terwijl anderen vooral het luik ‘plichten’ zien, vaak om het kiesvee te behagen, benadrukt Bourgeois even hard het luik ‘rechten’.

Een half jaar geleden verraste de West-Vlaming ook al eens vriend en vijand. De vluchtelingeninstroom bereikte een absolute piek. Politici van diverse pluimage wisten niet van welk hout pijlen maken. Niet zo Geert Bourgeois. In zijn Septemberverklaring geen spoor van angst, geen doemdenken over de sociale zekerheid, geen aanzet tot wij-tegen-zij-denken. Was hij een Duitser, hij toeterde luidop: ‘wir schaffen das’. Het ware nochtans makkelijker voor hem om ook mee te drijven op de conflictueuze, doch populaire wij-tegen-zij-golven. Maar Bourgeois kiest niet de gemakkelijkste weg. Dat heeft hij nooit gedaan. Hij kiest de weg van zijn principes. Vorm geven aan medemenselijkheid, zo zei hij me eens, is zijn politieke leidraad. Dat is voor hem niet zomaar een cliché. Dat siert hem. Dat verdient een pluim.