Dat hij absolute wereldtop was in mountainbike: Olympisch zilver, wereldkampioen, wereldbeker. Dat hij diezelfde erelijst besmeurd heeft met een positieve plas in 2004. Waarna een diep dal volgde: hij frequenteert nog steeds een psychiater. Zo zal Filip Meirhaeghe de sportannalen ingaan. Vandaag is de 44-jarige Oost-Vlaming politicus voor Open VLD. En coach van de nationale junioren.

Of hij gelukkig is vandaag? Het is een moeilijke vraag voor Filip Meirhaeghe. “Ik ben tevreden, ik kan dingen doen die ik graag doe. Het schepenambt (Sport, Jeugd en Financiën in het Oost-Vlaamse Maarkedal, red) bevalt mij, ik ben actief in de sport die ik altijd beoefend heb en ik heb een gezin met twee kindjes. Maar echt gelukkig? (zwijgt even) Dat zou te sterk uitgedrukt zijn. Na mijn positieve plas ben ik in een diepe depressie beland en dat sluimert nog steeds. Je geneest daar nooit honderd procent van. Ik moet elk moment waakzaam zijn voor de symptomen. Ik zeg heel eerlijk dat mijn psycholoog mijn leven gered heeft. Ik heb echt zwarte gedachten gehad. Vandaag word ik nog steeds opgevolgd. Door een psychiater. Mijn psycholoog heeft me naar hem doorgestuurd. Voorlopig is alles wel onder controle. Maar dat kan snel veranderen.”

Veel mensen schamen zich ervoor een psycholoog of psychiater te raadplegen. Begrijp je dat?
Ja, maar het zou niet mogen. Ik heb geleerd dat het geen schande is je slecht te voelen of verdriet te hebben. Je kan daarover spreken met je vrouw, je moeder of je maten, maar zij zijn vaak betrokken in jouw emotionele denkwereld. Een psycholoog niet. Zij kan vanop een afstand praten en je nieuwe inzichten geven. Ik weet dat veel mensen moeite hebben om die stap te zetten. Daarom steek ik mijn nek uit en praat ik hierover. (benadrukt) Omdat het levens kan redden. Maar ik weet ook dat dat tegen mij gebruikt kan worden. In de politiek bijvoorbeeld. En dat zou me diep kwetsen. Maar goed, het zijn zij die ermee lachen die fout zijn.

Johan Museeuw zei me dat hij geen spijt heeft van zijn dopinggebruik. “Het kon niet anders in die periode. Ik vind het alleen jammer dat niet iedereen bekent.” Deel je die mening?
(blaast) Eigenlijk niet. Dat lijkt me een uitspraak uit frustratie. Ik lig niet wakker van wat anderen doen.

Ik heb één keer epo genomen, in aanloop naar de Spelen in 2004.”

Hoe zuiver was je toen je Olympisch zilver haalde in Sydney in 2000?
Zuiver. Maar ik weet dat veel mensen dit niet geloven. Ik zou er ook aan twijfelen mocht een andere sporter dat verhaal brengen. Ik heb één keer epo genomen, in aanloop naar de Spelen in 2004. Ik had alles al gewonnen, op Olympisch goud na. Athene was mijn laatste kans. (zwijgt even) Ik moest goud halen. Dat moest gewoon. Ik wou de perfecte carrière. Ik kon dat niet loslaten. Weet je, na Sydney heb ik ook een depressie gekend. Ik kon echt niet leven met dat zilver. Een sporter wil winnen.

Stel: je haalt Olympisch goud met doping in je lijf. Zou je dat trots gemaakt hebben?
(blaast) Dat weet ik niet. Misschien zou ik me schuldig gevoeld hebben. Maar ik zou het nooit verteld hebben, dat weet ik wel. Achteraf gezien, met alles wat ik meegemaakt heb, was ik beter gewoon vierde geworden in Athene. Zonder doping. Maar toen dacht ik anders. Ik wou goud, dat was alles.

Wat vertel je je junioren als ze vragen hebben over doping?
Mijn verhaal. Dat zegt alles. Ik heb verschrikkelijk afgezien en draag nog altijd de gevolgen. Ik heb mijn moeder diep gekwetst, mijn grootouders, alle mensen rondom mij die in mij geloofden. Toen stond ik daar niet bij stil. Ik dacht: word ik betrapt, dan is het gedaan met mijn carrière, en dat is het. Maar het maakt veel meer kapot dan dat. Ik heb veel spijt van wat ik gedaan heb. (stil) En de dag moet nog komen dat ik dit aan mijn zoon moet vertellen. Dat doet mij nu al pijn.

De laatste drie jaar is veldrijder Sven Nys Belgisch kampioen mountainbike geworden. Is dat normaal?
Nee, dat is niet normaal. Let op: chapeau voor Sven. Hij is een supersportman. Maar dat zegt iets over het niveau in België. We zijn niet goed genoeg. Vier jaar geleden zou ik ook de toekomst negatief ingezien hebben, vandaag niet meer. Ik zie eindelijk weer enkele jonge gasten die internationaal doorbreken. Een Jens Schuermans bijvoorbeeld. Ik herken wat van mezelf in hem. De begeleiding verbetert ook. Dat bewijst mijn aanstelling tot bondscoach van de junioren.

Is de concurrentie van het veldrijden een probleem?
Veel jonge gasten die een hart voor mountainbike hebben, stappen toch over naar de cross onder druk van ouders en grootouders die vooral aan de portefeuille denken. Dat is het probleem. Veldrijden krijgt veel meer aandacht, want de Vlamingen doen er mee voor de titels. Het is wachten tot er weer een vedette opstaat in mountainbike. Dat is frustrerend, maar zo werkt het. Ik heb me daarbij neergelegd. Ik was blij, in tegenstelling tot veel andere mountainbikers, dat Sven de overstap maakte. Hij is geen wereldtop, maar hij is wel een vedette. Hij trekt aandacht. Zonder hem bestond de mountainbikesport niet meer in ons land, bij wijze van spreken. Nu hij stopt, moeten de anderen echt opstaan.

Nys trok begin dit jaar aan de alarmbel: er staan onvoldoende wedstrijden op de Belgische mountainbikekalender.
Hij heeft gelijk. Maar het ene hangt samen met het andere. Een wedstrijd organiseren, zeker een internationale, kost geld, terwijl de return voor de investeerder vandaag niet groot is. Maar meer wedstrijden zou het niveau van de Belgen zeker opkrikken.

“Je moet een dik vel hebben, want je krijgt veel kritiek in de politiek”

Je bent ook politicus nu. Is dat een nieuwe passie?
Dat is te sterk uitgedrukt. Fietsen is mijn passie. Ik doe het wel graag, al brengt het ook veel stress mee. Je moet een dik vel hebben, want je krijgt veel kritiek. Eén van mijn eerste verzorgers destijds zei me: één maat in de koers is er één te veel. Dat is in de politiek waarschijnlijk ook zo. Het echte politieke spel is niet voor mij weggelegd. Maar ik voel dat ik als schepen resultaten kan boeken, en dat maakt alles goed.

Je hebt ook de bevoegdheid Financiën. Dat zou je niet meteen met een sporter associëren.
Toen ik hiermee thuis kwam, zei mijn vrouw direct: ze kunnen geen betere vinden (lacht). Ik ben altijd gefascineerd geweest door cijfers. Ik heb marketing gestudeerd, en ken wel wat van boekhouding.

Hoe ver reiken je ambities in de politiek?
Ik ben in 2014 opgekomen voor het Vlaams parlement en behaalde 12.000 stemmen. Net niet genoeg voor een zetel, maar ik stond op een moeilijke plek. Nu ik voel dat het schepenambt mij wel ligt, groeien mijn ambities mee. Ik ben een strever, anders word je geen topsporter. Dus volgende keer wil ik opnieuw meedoen aan de nationale verkiezingen en wél verkozen geraken. Mijn vrouw is stewardess en had onlangs Herman De Croo mee in het vliegtuig. Hij zei haar dat ik goed bezig was. Dat sterkt me.

“Na al die jaren koersen snak ik naar een stressloos bestaan”, zei je in een interview na je afscheid.
(snel) Ik ben niet goed bezig, hè (lacht). Dat is in principe nog altijd mijn voornemen, maar de politiek brengt inderdaad veel stress mee. Al is het minder dan toen ik koerste. Toen verdween de druk nooit. Ik wou altijd presteren. Nu kan ik al wat meer genieten van vrije dagen.

Het sportrapport van Filip Meirhaeghe

Als kind was mijn idool …
Veldrijder Paul Herygers. Hij voorspelde net als ik maanden op voorhand welke wedstrijd hij zou winnen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Oei. Dat kan ik niet zeggen. Behalve mountainbike volg ik geen sporten.

Mijn mooiste sportmoment?
Wereldkampioen worden in 2003 in het Zwitserse Lugano.

Mijn grootste ontgoocheling?
Zilver op de Spelen in Sydney in 2000. In het hoofd van een topsporter is er maar één plaats die telt: de eerste plaats.